WorksheetsGrammatica Blok 6 - (5)
Total questions: 21
Worksheet time: 11mins
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin?
Ik stootte heel hard mijn hoofd.
ik
stootte
hard
hoofd
Wat is het lidwoord in de zin?
Jenna slaapt boven in het stapelbed.
Jenna
boven
in
stapelbed
Welke woordsoort is vrolijk in de zin?
De glazenwasser floot een vrolijk liedje.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat is het hulpwerkwoord in de zin?
Heb jij mijn andere sok ergens gezien?
heb
gezien
Wat is het voltooid deelwoord in de zin?
heeft
geschaatst
Welke woordsoort is gestolen in de zin?
De arme vrouw heeft een brood gestolen.
hulpwerkwoord
voltooid deelwoord
Welke woordsoort is heeft in de zin?
Jan heeft het niet helemaal begrepen.
hulpwerkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de persoonsvorm in de zin?
Vandaag lees ik het boek helemaal uit.
vandaag
lees
ik
het boek
Wat is het onderwerp in de zin?
Het meisje hangt in de luie stoel.
Het meisje
hangt
in de luie stoel
Welk zinsdeel is melkt in de zin?
De boer melkt zijn koeien in de stal.
persoonsvorm
onderwerp
Welke tijd?
Else wacht op Jan.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
Welke tijd?
Jan praat met de juf.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
Welke tijd?
Jan plaagt Anne soms een beetje.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
Welke tijd?
Maar gisteren huilde Anne daardoor.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
Welke tijd?
Haar vader vertelde het aan de juf.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
Wat is de verleden tijd van?
hij gaat
(a)
Wat is de verleden tijd van?
hij slaapt
(a)
Wat is de verleden tijd van?
hij heeft
(a)
Wat is de verleden tijd van?
hij loopt
(a)
Wat is de verleden tijd van?
hij springt
(a)
Dit vind ik soms nog lastig:
Je mag meerdere antwoorden geven.
persoonsvorm (een vraagzin maken)
onderwerp (wie of wat + persoonsvorm)
de juiste tijd herkennen
(tegenwoordige tijd of verleden tijd)
werkwoorden omzetten naar de verleden tijd
(hij loopt - hij liep)
Ik snap dit allemaal.
