WorksheetsHV3 tekststructuren
Total questions: 14
Worksheet time: 7mins
Welke tekststructuur ziet er als volgt uit:
Inleiding: bepaald verschijnsel
Middenstuk: kenmerken/voorbeelden/verklaringen
Slot: samenvatting
argumentatiestructuur
aspectenstructuur
verleden/heden/(/toekomst)structuur
verklaringsstructuur
Welke tekststructuur ziet er als volgt uit:
Inleiding: probleem
Middenstuk: gevolgen / oorzaken / oplossingen
Slot: de beste oplossing
Probleem/oplossingstructuur
Argumentatiestructuur
Voor- en nadelenstructuur
Vraag/antwoordstructuur
Juist of onjuist:
De eerste zin in een alinea is altijd de kernzin.
Juist
Onjuist
Welke structuur ziet er als volgt uit:
Inleiding: onderwerp
Middenstuk: diverse aspecten van het onderwerp
Slot: samenvatting
Aspectenstructuur
Argumentatiestructuur
Verklaringsstructuur
Voor- en nadelenstructuur
Welke tekststructuur ziet er als volgt uit:
Inleiding: stelling
Middenstuk: argumenten voor de stelling + weerlegging
Slot: herhaling stelling
argumentatiestructuur
aspectenstructuur
verklaringsstructuur
vraag/antwoordstructuur
Het onderwerp van een tekst formuleer je als
Een zin
Een zinsgedeelte
Een groepje woorden
In het slot van een tekst met de probleem-oplossingsstructuur geef je
een overzicht van oplossingen
de beste oplossing
voor- en nadelen van verschillende oplossingen
Wat is een tekststructuur?
Een opbouw van een tekst met tussenkopjes
Een opbouw van tekst met titel, plaatjes en tussenkopjes
Een vaste opbouw/indeling van inleiding, middenstuk en slot
Een opbouw waarbij alle alinea's met elkaar te maken hebben
Welke bewering over tekststructuren is onjuist?
Teksten met structuur hebben altijd inleiding, kern en slot
Teksten hebben niet altijd een tekststructuur
Teksten met structuur hebben altijd dezelfde inleiding
Welke tekststructuur ziet er als volgt uit:
Inleiding: vraag of stelling
Middenstuk: voor- en nadelen
Slot: afweging, conclusie
Voor- en nadelenstructuur
Argumentatiestructuur
Verklaringsstructuur
Aspectenstructuur
Welke structuur ziet er als volgt uit:
Inleiding: onderwerp
Middenstuk: situatie vroeger / situatie nu
Slot: conclusie of situatie in de toekomst
Verleden/heden(/toekomst)structuur
Vraag/antwoordstructuur
Voor- en nadelenstructuur
Probleem/oplossingsstructuur
Welke structuur ziet er als volgt uit:
Inleiding: vraag
Middenstuk: antwoord(en)
Slot: samenvatting of conclusie
Vraag/antwoordstructuur
Argumentatiestructuur
Probleem/oplossingsstructuur
Verklaringsstructuur
