Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ak

Total questions: 41

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

wind vanaf zee

a)

aanlandige wind

b)

krotten wijk

c)

plantage

d)

lijzijde

2.

het percentage van de bevolking ouder dan 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven

a)

cultuur

b)

analfabetisme

c)

ontwikkeld land

d)

kolonie

3.

het gescheiden wonen en leven van mensen op basis van hun huidskleur

a)

thuislanden

b)

sergratie

c)

apartheid

d)

intergratie

4.

het aantal artsen per 1000 inwoners

a)

townships

b)

stuwingsregen

c)

savanne

d)

artsendichtheid

5.

iets wat iedereen echt nodig heeft om redelijk te kunnen leven 'voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg'

a)

hoogvlakte

b)

basisbehoefte

c)

suburbs

d)

segregatie

6.

het gemiddelde inkomen per inwoner berekent door het bnp ter delen door het aantal inwoners van 1 gebied

a)

de kolonisatie

b)

BNP per inwoner

c)

cultuur

d)

commercieel

7.

productie voor de verkoop

a)

etnische groep

b)

discriminatie

c)

dienstensector

d)

commercieel

8.

alles wat je hebt aangeleerd

a)

etnische wijk

b)

cultuur

c)

geboortecijfer

d)

exploitatie kolonie

9.

het zelfstandig worden van koloniën

a)

hoogvlakte

b)

huishouden

c)

human development index

d)

dekolonisatie

10.

alle bedrijven die zich bezig houden met het verlenen diensten

a)

dienstensector

b)

plantage

c)

ruimtelijke segratie

d)

thuislanden

11.

het achterstellen van mensen om dat ze bijvoorbeeld een andere godsdienst of huidskleur hof andere gewoonte hebben

a)

informele sector

b)

index menselijke ontwikkeling

c)

discriminatie

d)

integratie

12.

een groep mensen met een andere cultuur dan die van een andere bevolkingsgroep in een land

a)

etnische groep

b)

apartheid

c)

kolonie

d)

krottenwijk

13.

wijk met veel bewoners uit een etnische groep

a)

migranten

b)

kwalitatieve honger

c)

etnische wijk

d)

levensverwachting

14.

een kolonie die werd gebruikt door de europeanen om er zelf voordeel van te hebben

a)

exploitatie kolonie

b)

migranten

c)

lijzijde

d)

loefzijde

15.

het aantal geboorte per 1000 inwoner per jaar

a)

basisbehoefte

b)

ontwikkelingsland

c)

ondervoeding

d)

geboorte cijfer

16.

een vlak of zacht golvend gebied dat meer dan 500 m hoog ligt

a)

steppe

b)

suburbs

c)

hoogvlakte

d)

intergratie

17.

1 of meer mensen die samen op 1 adres wonen

a)

huishouden

b)

intergratie

c)

exploitatie kolonie

d)

plantages

18.

samen gaan van verschillende groepen in een samenleving

a)

huishouden

b)

townships

c)

migranten

d)

intergratie

19.

een gebied in een ander wereld deel dat in het bezit van meestal een europees land

a)

kolonie

b)

lijzijde

c)

apartheid

d)

aanlandige wind

20.

wijk waar de bewoners illegaal zelf hun huizen bouwen

a)

krottenwijk

b)

hoogvlakte

c)

etnische wijk

d)

analfabetisme

21.

honger waarbij de kwaliteit van voeding niet goed is eenzijdig voedsel te weinig vitamines en eiwitten heet ook wel ondervoeding

a)

krotten wijk

b)

segregatie

c)

kwalitatieve honger

22.

het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd

a)

plantage

b)

levensverwachting

c)

segregatie

d)

plantage

23.

de kant van de berg die uit de wind ligt

a)

lijzijde

b)

apartheid

c)

etnische groep

d)

etnische wijk

24.

de wind kant van de gebergte met veel neerslag

a)

loefzijde

b)

lijzijde

c)

regenschaduw

d)

sturingsregen

25.

als mensen uit verschillende bevolkingsgroepen weinig met elkaar hebben

a)

maatschappelijke segregatie

b)

ruimtelijke segregatie

c)

segregatie

26.

klimaat met warme droge zomers en milde winden met winters

a)

zeeklimaat

b)

middellandse zeeklimaat

c)

segregatie

27.

het verhuizen van de ene woonplaats naar het andere

a)

suburbs

b)

migrant

c)

migratie

28.

het samenleven met mensen uit verschillende kulturen

a)

multiculturele samenleving

b)

cultuur

c)

basis behoefte

29.

rijkland met hoog ontwikkelingen pijl

a)

township

b)

ontwikkeld land

c)

suburb

d)

thuisland

30.

een kenmerk waarmee je de armoede of rijkdom in een land kunt meten

a)

een ontwikkelings kenmerk

b)

huishouden

c)

geboorte cijfer

31.

arm land met laag ontwikkelingspijl

a)

segregatie

b)

ontwikkelingsland

c)

kolonie

32.

land dat nog niet echt ontwikkeld is maar noel een snelle economische groei doormaakt

a)

thuisland

b)

opkomend land

c)

huishoudens

33.

landsbouwonderneming waar op grote schaal een gewas word verbouwd

a)

plantage

b)

monocultuur

c)

township

34.

verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied

a)

regionale ongelijkheid

b)

steppe

c)

zelfverzorgend

35.

Migratie van het platteland naar de stad

a)

immigratie

b)

ruraal-urbane migratie

c)

vluchtsector

36.

verschillen in welvaart tussen verschillende groepen mensen en gebieden

a)

opkomend land

b)

ruimtelijke segregatie

c)

sociale ongelijkheid

37.

het percentage stedelijk in een land

a)

urbanisatiegraad

b)

vluchtsector

c)

zelfverzorgend

38.

de snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt

a)

urbanisatie

b)

urbanisatietempo

c)

suburbs

39.

ongeschoold, slechtbetaald werk in de dienstensector

a)

human development index

b)

vluchtsector

c)

index menselijke ontwikkeling

40.

productie voor eigen gebruik

a)

zuigelingensterfte

b)

zelfverzorgend

c)

zeeklimaat

41.

het aantal kinderen dat in het eerste levensjaar sterft

a)

zuigelingensterfte

b)

zeeklimaat

c)

kolonie

d)

opkomende land