Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KM1 Stevigheid en beweging

Total questions: 43

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

De hersenen worden beschermd door de

a)

ribben

b)

schedelbeenderen

c)

scheenbeen

d)

sleutelbeen

2.

De onderdelen van je lichaam zijn:

a)

romp, hoofd en ledematen

b)

romp

c)

hoofd en ledematen

d)

ledematen en romp

3.

Het dijbeen is een bot in de/het ?

a)

romp

b)

ledematen

c)

hoofd

4.

Hoe heet het bot in je bovenarm?

a)

bovenarmbeen

b)

opperarmbeen

c)

bovenbeen

5.

Een functie van het skelet is beweging en vorm geven

a)

juist

b)

onjuist

6.

Een ander woord voor skelet is ..........

a)

schedel

b)

geraamte

7.

Wat zie je op het plaatje?

a)

Schedelbeenderen

b)

Ribbenkast

c)

Ledematen

8.

Welke organen worden door de de ribbenkast beschermd?

a)

hart

b)

longen

c)

hart en longen

9.

Wat zijn de bestanddelen van bot?

a)

lijmstof

b)

kalkstof

c)

lijmstof en kalkstof

d)

secondelijm

10.

Welke stof hebben baby's veel in hun botten?

a)

lijmstof

b)

kalkstof

11.

Oudere mensen breken hun botten sneller dan jonge mensen.

a)

juist

b)

onjuist

12.

Waar in je lichaam heb je een kogelgewricht?

a)

Pols

b)

Heup

c)

Elleboog

13.

Hoe heet onderdeel nummer 2?

a)

gewrichtskogel

b)

gewrichtskom

c)

gewrichtssmeer

14.

Welk onderdeel zorgt voor bescherming tegen slijtage?

a)

1

b)

2

c)

3

15.
Dit onderdeel houdt alles op zijn plaats
a)
1
b)
2
c)
3
16.

Een voorbeeld van een vergroeid bot is het ...

a)

Opperarmbeen

b)

Dijbeen

c)

Heiligbeen

17.

Wat zijn de namen van de botten met nummer 5 en 6?

a)

5=schouderblad en 6=spaakbeen

b)

5=ellepijp en 6=rib

c)

5=opperarmbeen en 6=borstbeen

d)

5=dijbeen en 6=borstbeen

18.

Je ziet hiernaast het skelet van een mens. Geef de naam van nummer 19.

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Scheenbeen

d)

Knieschijf

19.

Je ziet hiernaast het skelet van een mens. Geef de naam van nummer 25

a)

Borstbeen

b)

Sleutelbeen

c)

Spaakbeen

d)

Schouderblad

20.

Het skelet heeft als functie ...

a)

vorm van het lichaam

b)

zorgt voor beweging

c)

zorgt voor bescherming

d)

zorgt voor afweer

e)

zorgt voor stevigheid

21.

Je ziet hier een afbeelding van een schedel van een mens. Nummer 6 is..

a)

voorhoofdsbeen

b)

wandbeen

c)

onderkaak

d)

bovenkaak

22.

In deze afbeelding zie je een bepaald type gewricht. Dit gewricht heet ..

a)

scharniergewricht

b)

naadverbinding

c)

vergroeiing

d)

kogelgewricht

23.

Juist of onjuist: een ander woord voor botten is beenderen

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Welke persoon breekt sneller een bot als hij valt?

a)

Een baby

b)

Een kind

c)

Een volwassene

d)

Een oudere

25.

Als je een spier aanspant wordt de spier:

a)

Langer en dikker

b)

Langer en dunner

c)

Korter en dikker

d)

Korter en dunner

26.

Welk bot hoort niet bij je been?

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Scheenbeen

d)

Kuitbeen

27.

Aan welke kant bij de hand zit de ellepijp vast?

a)

De duim

b)

De pink

28.

Welke functie van het skelet zorgt ervoor dat je niet in elkaar zakt?

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Vorm

29.

Welk deel van het gewricht zorgt ervoor dat deze goed op zijn plek blijft?

a)

Laagje kraakbeen

b)

Kapselbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Gewrichtskogel

30.

Welke spier werkt samen met de buikspier?

a)

De armstrekspier

b)

De armstrekspier

c)

De rugspier

d)

De voorste scheenbeenspier

31.

Waarmee zit een spier vast aan het bot?

a)

Kapselband

b)

Aanhechtingsplaats

c)

Spier

d)

Pees

32.

Hoe noem je een paar spieren dat samenwerkt?

(a)  

33.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
34.

Welk bot wordt aangegeven met nummer 10?

a)

Scheenbeen

b)

Knieschijf

c)

Kuitbeen

d)

Opperarmbeen

35.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 2?
a)
Spaakbeen
b)
Schouderblad
c)
Borstbeen
d)
Wandbeen
36.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 8?
a)
Been
b)
Onderbeen
c)
Scheenbeen
d)
Kuitbeen
37.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 14?
a)
Ellepijp
b)
Sleutelbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
38.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 5?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
39.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 6?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
40.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 3?
a)
Heiligbeen
b)
Halswervel
c)
Ribben
d)
Borstbeen
41.

In het onderste deel van het been zitten 2 botten. Welke is het dunste?

a)

Kuitbeen

b)

Scheenbeen

42.

hoe heet het bot in je bovenarm?

a)

bovenarmbeen

b)

opperarmbeen

c)

bovenbeen

43.

Hoe heet het groene gedeelte op de foto?

a)

Borstwervel

b)

Borstbeen

c)

Borstruggengraat