wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding - thema 2

Total questions: 42

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Tik alle plantaardige voedingsmiddelen aan.

a)

Eieren

b)

Spinazi

c)

Zonnebloemolie

d)

Zalmfilet

2.

Tik alle dierlijke voedingsmiddelen aan

a)

Eieren

b)

Melk

c)

Biefstuk

d)

Brood

3.

Welke beschrijving past het beste bij: Deze stoffen leveren energie voor beweging, het op peil houden van de temperatuur en groei, ontwikkeling & herstel

a)

Brandstoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Reservestoffen

d)

Beschermende stoffen

4.

Welke beschrijving past het beste bij: Deze stoffen zorgen voor de vorming van cellen en weefsels (vooral bij groei, ontwikkeling en herstel van het lichaam)

a)

Brandstoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Reservestoffen

d)

Beschermende stoffen

5.

Welke beschrijving past het beste bij: Deze stoffen zorgen ervoor dat je gezond blijft

a)

Brandstoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Reservestoffen

d)

Beschermende stoffen

6.

Vul in: Voedingsvezels zijn alle onverteerbare stoffen in [****'] voedsel

a)

plantaardig

b)

dierlijk

7.

Welke voedingsstof past het beste bij: vooral brandstof maar ook bouwstof en bij een teveel als reservestof. Ze worden opgeslagen onder de huid.

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Vetten

d)

Mineralen

8.

Welke voedingsstof past het beste bij: vooral als brandstof maar ook als bouwstof en reservestof. Komt bijvoorbeeld in suikers en brood voor.

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Vetten

d)

Mineralen

9.

Welke voedingsstof past het beste bij: heeft als functie bouwstof en beschermende stof. Er bestaan verschillende varianten zoals A, C, D, K, Etc.

a)

Koolhydraten

b)

Water

c)

Vitaminen

d)

Mineralen

10.

Tik de 2 voedingsstoffen aan die niet verteerd hoeven te worden en dus meteen kunnen worden opgenomen in het bloed.

a)

Glucose

b)

Water

c)

Koolhydraten

d)

Eiwitten

11.

Wat is de naam van orgaan 7

(a)  

12.

Wat is de naam van orgaan 2

(a)  

13.

Wat is de naam van orgaan 9

(a)  

14.

Wat is de naam van orgaan 12?

(a)  

15.

Hoe heet het orgaan dat verantwoordelijk is voor: gal produceren en vetten emulgeren

(a)  

16.

Hoe heet het orgaan dat verantwoordelijk is voor: verzamelen en tijdelijk opslaan van onverteerbare voedselresten (ontlasting)

(a)  

17.

Dit gedeelte is de afsluiting van de mond- en keelholte en zorgt ervoor dat je jezelf niet makkelijk verslikt.

a)

De huig

b)

Het strottenklepje

18.
Wat is geen voedingsmiddel?
a)
Aardappel
b)
Ei
c)
Banaan
d)
Zetmeel
19.
Wat is geen voedingsstof?
a)
Koolhydraten
b)
Eiwitten
c)
Voedingsvezels
d)
Water
20.
Teveel aan reservestoffen in het lichaam kan leiden tot .................
a)
Overgewicht
b)
Ondergewicht
c)
Ondervoeding
21.
Zie afbeelding. Welk orgaan is aangegeven met nummer 11?
a)
Dunne darm
b)
Alvleesklier
c)
Dikke darm
d)
Lever
22.
Zie afbeelding. Welk orgaan is aangegeven met nummer 6?
a)
Dunne darm
b)
Alvleesklier
c)
Dikke darm
d)
Lever
23.
Sommige voedingsstoffen kunnen zo door de wand van het darmkanaal heen in het bloed worden opgenomen. Dit zijn ..............
a)
Koolhydraten, vetten, mineralen, vitamines en water
b)
Glucose, fructose, vitamines en water
c)
Eiwitten, glucose, mineralen, vitamines en water
d)
Glucose, mineralen, vitamines en water
24.
Zie afbeelding (gif). Welke bewegingen die de lengte- en kringspieren afwisselend in de darmwand maken, worden hier afgebeeld?
a)
Periscopische beweging
b)
Periostaltische beweging
c)
Peristaltische beweging
25.
Zie afbeelding. Hier zie je het proces van emulgeren. Dit gebeurt niet door een verteringssap.
.............. emulgeert namelijk vetten.
a)
Alvleeskliersap
b)
Gal
c)
Maagzuur
26.
Zie afbeelding. Dit zijn ......................... met daarop .................... .
a)
Darmvlokken, met daarop darmplooien
b)
Darmplooien, met daarop bloedvaten
c)
Darmplooien, met daarop darmvlokken
d)
Darmvlokken, met daarop bloedvaten
27.
Uit hoeveel vakken bestaat de schijf van vijf?
a)
4 vakken
b)
5 vakken
c)
2 vakken
28.
Een voorbeeld van een eetgewoonte is:
a)
De afwasmachine inruimen.
b)
Met stokjes eten
29.
Sanne wil afvallen en eet alleen nog maar sinaasappels. Is dit een goede manier om af te vallen?
a)
ja, want ze krijgt veel vitamines binnen.
b)
Nee, want je hebt ook andere voedingsstoffen nodig.
30.
Op een etiket staat een houdbaarheidsdatum. Wat zou er op vlees staan?
a)
ten minste houdbaar tot 12-02-2017
b)
te gebruiken tot12-02-2017
31.
Gevarieerd eten betekent:
a)
Dat je veel dezelfde producten eet.
b)
Dat je veel verschillende producten eet.
c)
Dat je veel zuivel eet.
32.
Op een etiket van vruchtenhagel lees je het volgende: ingrediënten: suiker, tarwezetmeel, appelsap, dextrose, natuurlijke aroma.Welk antwoord is juist?
a)
natuurlijke aroma zit het meest in de hagel en suiker het minst.
b)
de hagel is gemaakt van granen.
c)
het ingrediënt dat er het meeste inzit is suiker en aroma het minst.
33.

Salmonella is een voorbeeld van een ...

a)

voedselvergiftiging

b)

voedselinfectie

34.

Bacteriën kunnen zich razendsnel vermenigvuldigen door ...

a)

geslachtelijke voortplanting

b)

sporenvorming

c)

celsplitsing

d)

ongeslachtelijke voortplanting

35.

Bacteriën zijn altijd ziekteverwekkend voor de mens.

a)

Juist

b)

Fout

36.

Drie methoden om voedselbederf door bacteriën en schimmels tegen te gaan, zijn invriezen, pasteuriseren en steriliseren.

Bij welke van deze methoden kan voedsel het langst houdbaar worden gemaakt?

a)

invriezen

b)

pasteuriseren

c)

steriliseren

37.

In de afbeelding is de schijf van vijf weergegeven.

In welke twee vakken komen voedingsmiddelen voor die rijk zijn aan voedingsvezels?

a)

vak 1

b)

vak 2

c)

vak 3

d)

vak 4

e)

vak 5

38.

In de afbeelding is de schijf van vijf weergegeven.

In welk vak komen voedingsmiddelen voor die vooral eiwitten leveren?

a)

vak 1

b)

vak 2

c)

vak 3

d)

vak 4

e)

vak 5

39.

Wat kost meer energie: het verteren van een glas koude melk of het verteren van een glas lauwe melk?



a)

Het verteren van een glas koude melk.

b)

Het verteren van een glas lauwe melk.

40.

Wat is de functie van verteringsklieren?

a)

Hier vindt opname van stoffen plaats.

b)

Hier vindt vertering plaats.

c)

Hier worden verteringssappen gemaakt.

41.

Kikkers zijn amfibieën. Hun spijsverteringsstelsel vertoont echter veel overeenkomst met dat van een zoogdier. In de afbeelding zie je organen in het lichaam van een kikker.

Welke letter geeft de lever aan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

42.

In de mondholte wordt het voedsel door het gebit in kleine stukjes verdeeld.

Wat is daarvan de functie voor het verteren van het voedsel?

a)

Hierdoor kan het voedsel beter door de darm worden verplaatst.

b)

Hierdoor kunnen enzymen beter op het voedsel inwerken.

c)

Hierdoor zit je minder snel vol en kun je meer eten.