wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K3 SO Thema 3 bs1 t/m 3 en 6

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

In de celkern van een lichaamscel van een hond komen 78 chromosomen voor. In de afbeelding zie je drie stadia van een eicel tijdens zijn ontwikkeling tot embryo. In welk stadium bevat de celkern 78 chromosomen?

a)

In stadium 1

b)

In stadium 2

c)

In stadium 3

d)

in geen van de stadia in de afbeelding

2.

Hoe vaak komt in een zaadcel een gen voor één erfelijke eigenschap voor? Vul dit getal in.

(a)  

3.

Hoe komt het fenotype tot stand?

a)

Door het genotype en door invloeden vanuit het milieu

b)

Door het genotype

c)

Door invloeden vanuit het milieu

d)

Geen van genoemde antwoorden

4.

Wat is een ander woord voor meiose?

a)

gewone celdeling

b)

reductiedeling

c)

bevruchting

d)

homozygoot

5.

Hoeveel chromosomen bevinden zich in de celkern bij nummer A en hoeveel chromosomen bevinden zich in de celkern bij nummer C?

a)

Bij nummer A: 46 chromosomen en bij nummer C: 23 chromosomen

b)

Bij nummer A: 23 chromosomen en bij nummer C: 23 chromosomen

c)

Bij nummer A: 23 chromosomen en bij nummer C: 46 chromosomen

d)

Bij nummer A: 46 chromosomen en bij nummer C: 46 chromosomen

6.

Welke van onderstaande beweringen over het genotype zijn juist? Je kunt meerdere antwoorden aanklikken.

a)

Het genotype ontstaat bij het versmelten van de eicel en de zaadcel.

b)

Door een mutatie kan het genotype veranderen.

c)

Het genotype erf je van je ouders.

d)

Je kunt altijd zelf je genotype aanpassen.

7.

Komen de chromosomen in de cellen zoals te zien in de afbeelding in enkelvoud of in paren voor in de celkern?

a)

in enkelvoud

b)

in paren

c)

dat is niet op te maken uit de afbeelding

8.

Van wie is het chromosomenportret in de afbeelding?

(a)  

9.

Welke geslachtscel bepaald of de baby een meisje of een jongen wordt? En waarom?

a)

De eicel, want deze kan een X of een Y chromosoom bevatten.

b)

De zaadcel, want deze kan een X of een Y chromosoom bevatten.

c)

De eicel, want deze kan alleen een X chromosoom bevatten.

d)

De zaadcel, want deze kan alleen een Y chromosoom bevatten.

10.

In de afbeelding zie je twee chromosomenparen. Welk chromosomenpaar is heterozygoot?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

zowel nummer 1 als nummer 2

d)

geen van beiden

11.

Welke bewering over een recessief gen is juist?

a)

Een recessief gen komt alleen tot uiting in het fenotype als het homozygoot aanwezig is.

b)

Een recessief gen komt altijd tot uiting in het fenotype.

c)

Een recessief gen komt alleen tot uiting in het fenotype als er ook een dominant gen aanwezig is.

12.

Wat is een intermediair fenotype?

a)

Een fenotype waarin alleen het dominante gen tot uiting komt.

b)

Een fenotype waarin alleen het recessieve gen tot uiting komt.

c)

Een fenotype waarin twee verschillende genen beide tot uiting komen.

13.

Hieronder staan een aantal vormen van voortplanting weergegeven. Welke zijn allemaal een voorbeeld van ongeslachtelijke voortplanting?

a)

knollen

b)

stekken

c)

kruisen

d)

weefselkweek

e)

veredelen

14.

Welke deling wordt gebruikt bij ongeslachtelijk voortplanting?

(a)  

15.

Wat gebeurt er bij kunstmatige selectie?

a)

Uit alle nakomelingen worden de organismen gekozen met de meest gunstige erfelijke eigenschappen om hier verder mee te kruisen.

b)

Uit alle nakomelingen worden de organismen gekozen met de meest gunstige erfelijke eigenschappen om hier verder ongeslachtelijk mee voort te planten.

c)

Er worden willekeurig organismen gekozen om hier verder mee te kruisen

d)

Er worden willekeurig organismen gekozen om hier verder ongeslachtelijk mee voort te planten

16.

Joost en Max hebben een discussie. Joost zegt: "Bij ongeslachtelijke voortplanting is het fenotype altijd gelijk." Max zegt: "Bij ongeslachtelijke voortplanting is het genotype altijd gelijk". Welke bewering of beweringen zijn juist?

a)

Alleen Joost heeft gelijk

b)

Alleen Max heeft gelijk

c)

Zowel Joost als Max hebben gelijk

d)

Geen van beiden heeft gelijk

17.

De eigenschap voor krullend haar (A) en steil haar (a) wordt weergegeven met de letters A. Piet is homozygoot dominant voor dit gen. Hoe ziet het genotype van Piet eruit?

a)

aa

b)

Aa

c)

AA

d)

dat kun je niet opmaken uit de tekst

18.

Ineke heeft met een operatie haar neus laten verkleinen. Is haar fenotype veranderd? En is haar genotype veranderd?

a)

Zowel haar fenotype als haar genotype zijn veranderd

b)

Haar fenotype is niet veranderd, maar haar genotype wel

c)

Haar fenotype is veranderd, maar haar genotype niet

d)

Zowel haar fenotype als haar genotype zijn niet veranderd

19.

In de afbeelding zie je vier cellen schematisch getekend met daarin chromosomen en genen. in welke cel zijn de chromosomen en genen juist getekend?

a)

in cel 1

b)

in cel 2

c)

in cel 3

d)

in cel 4

20.

Hoeveel chromosomenparen heeft een menselijke lichaamscel?

(a)