wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

§7.1 Alles werkt samen

Total questions: 21

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
2.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

3.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme

4.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

5.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
6.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
7.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
8.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
9.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
10.
Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand>
Welke vorm van energie komt er dan vrij
a)
Warmte en beweging
b)
warmte en licht
c)
licht en beweging
d)
alleen beweging
11.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
12.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
13.

Het precentage stikstof wat je in en uitademt is gelijk

a)

waar

b)

niet waar

14.

Wat is de functie van hormoon klieren?

a)

Impulsen doorgeven aan het zenuwstelsel

b)

Respons doorgeven aan het lichaam

c)

Het produceren van hormonen

d)

Het produceren van cellen

15.

In welke hormoonklier wordt insuline gemaakt?

a)

Alvleesklier

b)

Schildklier

c)

Hypofyse

d)

Bijnieren

16.

De alvleesklier maakt insuline. Wat doet insuline?

a)

Insuline zorgt ervoor dat het teveel aan glucose in je bloed wordt omgezet naar glycogeen.

b)

Insuline zorgt ervoor dat het teveel aan glucose in je bloed door je nieren eruit gefilterd wordt.

c)

Insuline zorgt ervoor dat je geen honger meer hebt.

d)

Insuline zorgt ervoor dat glycogeen wordt omgezet in glucose zodat je meer suiker in je bloed krijgt.

17.

Je alvleesklier maakt glucagon. Wat doet glucagon?

a)

Glucagon zorgt ervoor dat glycogeen omgezet wordt in glucose zodat er meer suiker in je bloed komt.

b)

Glucagon zorgt ervoor dat glucose uit je darmen wordt opgenomen in je bloed.

c)

Glucagon zorgt ervoor dat glucose wordt omgezet naar glycogeen.

d)

Glucagon zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt dat je honger hebt.

18.
Waar ligt de alvleesklier?
a)
Achter de nieren
b)
Achter de darmen
c)
Bij het hart
d)
Bij de maag
19.
Wat betekend het begrip: bloedsuikerspiegel?
a)
Dat is de hoeveelheid suiker dat zich in het bloed bevind
b)
Dat is bloed met suiker gemengd 
c)
Dat is het glucosegehalte van het bloed
d)
Dat betekenend helemaal niks
20.
Waar hebben mensen met diabetes last van?
a)
De eilandjes van Langerhals produceren te weinig  insuline 
b)
Deze mensen hebben last van dwerggroei
c)
Deze mensen hebben een struma
d)
Het bloed is bij deze mensen te dik, waardoor het niet goed kan stromen
21.

Een onderzoekje naar het verband tussen het glucosegehalte van het bloed en een schrikreactie. Op welk tijdstip schrok deze persoon hevig?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S