wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voedingsmiddelen en voedingsstoffen B1 BVJ

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding zie je

a)

voedingsstoffen

b)

voedingsmiddelen

c)

geen van beide

2.

In de afbeelding zie je

a)

Voedingsmiddelen

b)

Voedingsstoffen

c)

Vitamines

d)

Mineralen

e)

Geen van de antwoorden is goed

3.

Welke voedingsstoffen zijn brandstoffen?

a)

Eiwitten, koolhydraten en vetten

b)

vetten

c)

Koolhydraten

d)

Mineralen

e)

Vitaminen

4.

Brandstoffen zijn

a)

Koolhydraten

b)

Eiwitten

c)

Vetten

d)

Vitamines

e)

Mineralen

5.

Welke voedingsstoffen zijn geen bouwstoffen?

a)

Eiwitten

b)

Vetten

c)

Mineralen

d)

Water

e)

Vitamines

6.

Beschermende stoffen zijn

a)

Vitaminen

b)

Mineralen

c)

Eiwitten

d)

Water

e)

Vetten

7.

Hoeveel energie je nodig hebt hangt af van een aantal factoren. Je hebt meer energie nodig wanneer je

a)

Kleiner bent

b)

Groter/zwaarder bent

c)

Ouder bent

d)

Lichter bent

8.

Welke stelling is niet waar?

a)

Tieners hebben meer nodig dan kleine kinderen

b)

Volwassenen hebben minder nodig dan adolescenten

c)

Bejaarden hebben meer nodig dan volwassenen

d)

Mannen hebben meer nodig dan vrouwen

9.

In welk product vind je de meeste vezels?

a)

Volkoren tarwemeel

b)

Speltmeel

c)

Havermeel

10.

Wanneer je zo min mogelijk calorieën binnen wil krijgen neem je bij voorkeur

a)

Volkoren tarwemeel

b)

Speltmeel

c)

Havermeel

11.

Natrium, calcium en ijzer zijn voorbeelden van

a)

mineralen

b)

vitamines

c)

eiwitten

d)

koolhydraten

12.

Vooral een tekort aan deze voedingsstoffen kan ziekte veroorzaken

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen

13.

Een ei hoort bij ........................voedingsmiddelen

a)

plantaardige

b)

dierlijke

14.

Welke groepen van voedingsstoffen zijn er?

a)

Eiwitten, koolhydraten, vetten, zouten en vitaminen

b)

Eiwitten, koolhydraten, vetten, mineralen, water en vitaminen

c)

Eiwitten, vetten, mineralen, zouten, water en vitaminen

d)

Eiwitten, koolhydraten, vetten, zouten, mineralen, water en vitaminen

15.

Welke voedingsmiddelen zijn beter voor de goede werking van de darmen?

a)

plantaardige

b)

dierlijke

16.
Op de afbeelding zien we:
a)
Voedingsmiddelen
b)
Voedingsstoffen
17.

Wat is/zijn de functie(s) van mineralen?

a)

Brandstof

b)

Reservestof

c)

beschermende stoffen

d)

Geen van drieën

18.

Wat is/zijn de functie(s) van koolhydraten

a)

Brandstof

b)

Reservestof

c)

Beiden

19.
Wat is/zijn de functie(s) van vetten?
a)
Bouwstof
b)
Brandstof
c)
Reserverstof
d)
Alledrie
20.
Is een voedingsstof een onderdeel van een voedingsmiddel?
a)
Ja
b)
Nee
21.
Is water een voedingsstof?
a)
Ja
b)
Nee
22.
Zijn vetten bouwstoffen?
a)
Ja
b)
Nee
23.
Wat is brood?
a)
Een plantaardig voedingsmiddel
b)
Een dierlijk voedingsmiddel
24.
Wat is karnemelk?
a)
Een plantaardig voedingsmiddel
b)
Een dierlijk voedingsmiddel
25.
Dit is een 
a)
voedingsmiddel
b)
voedingsstof
26.
koolhydraat is een 
a)
voedingsmiddel
b)
voedingsstof
27.

Deze voedingsstoffen zijn nodig voor de groei en ontwikkeling van je lichaam

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen

28.

Deze voedingsstoffen worden opgeslagen in bepaalde delen van je lichaam

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen