Font size
WorksheetsTest 1 Kaaskop uit de dop
Total questions: 50
Worksheet time: 44mins
__ varken
de
het
__ kind
de
het
__ bakker
de
het
__ oom
de
het
__ croissant
de
het
__ kopje koffie
de
het
__ huis
ons
onze
__ kinderen
ons
onze
Ik geef het cadeau aan __
jouw
jou
mij
jij
__ kind is erg ziek.
zij
onze
hun
hem
ik vind __ dik.
mezelf
jezelf
zij
hij
ik vind __ niet aardig
mij
haar
zij
hij
Schaam jij __ weleens?
haar
jouw
jou
jezelf
Ik drink __ bier dan wijn.
vakker
vaaker
vaker
het vaakst
ik eet de __ boterhammen.
meest
meeste
veelste
meerste
ik eet __ pannenkoeken.
het liefst
het graagst
grager
liefer
de groene broek vind ik __
mooist
mooider
leuker
leukst
de oliebollen van de bakker zijn __
lekkerder
lekkerer
lekkerst
het lekkerst
pluralize: joggingspak
(a)
pluralize: kippetje
(a)
pluralize: oma
(a)
pluralize: vogelverschrikker
(a)
pluralize: autoraam
(a)
diminutive: kip
kipsje
kippie
kipje
kiptje
diminutive: bloem
bloempje
bloemtje
bloemetje
bloemje
diminutive: fiets
fietspje
fietsje
fietstje
fietske
diminutive: bon
bonsje
bonje
bonnetje
bontje
diminutive: gat
gatsje
gatje
gaatje
gaatsje
de (a) man (knap)
het (a) huis. (mooi)
een (a) kind (slim)
translate the past tense: I ate
(a)
translate the past tense: we slept
(a)
translate the past tense: he went
(a)
translate the past tense: we were
(a)
translate the past tense: I have worked
(a)
translate the past tense: we have been
(a)
translate the past tense: she has gone
(a)
translate the past tense: they have ate
(a)
translate the past tense: I have bought
(a)
hebben of zijn? Ik (a) gisteren de auto gewassen.
hebben of zijn? Wij (a) naar Amsterdam gereden.
hebben of zijn? Hij (a) in de bus gestapt
hebben of zijn? Ik (a) voor mijn examen geslaagd.
hebben of zijn? Wij (a) vorig jaar een hond gevonden.
hebben of zijn? Zij (a) door haar vriend geslagen.
Welke is correct?
Gisteren at ik kip.
Gisteren ik at kip.
Ik at gisteren kip.
Ik gisteren at kip.
Welke is correct?
Ik mag geen varken eten.
Ik mag eten geen varken.
Ik eet mag geen varken.
Ik mag niet varken eten.
Welke is correct?
Ik zal naar Amsterdam.
Ik zal naar Amsterdam studeren.
Ik zal in Amsterdam studeren.
Ik zal in Amsterdam studeer.
Welke is correct?
Hopelijk ik ben morgen vrij.
Ik hopelijk ben morgen vrij.
Ik ben hopelijk morgen vrij.
Hopelijk ben ik morgen vrij.
