wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica 3.4

Total questions: 40

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Die vervelende man heeft mij een mep gegeven.


Het WG =

a)

Die vervelende man

b)

heeft

c)

heeft gegeven

d)

een mep

2.

Die vervelende man heeft mij een mep gegeven.


Het OW =

a)

Die vervelende man

b)

heeft

c)

heeft gegeven

d)

een mep

3.

Die vervelende man heeft mij een mep gegeven.


Het LV =

a)

Die vervelende man

b)

heeft

c)

heeft gegeven

d)

een mep

4.

Die vervelende man heeft mij een mep gegeven.


De PV =

a)

Die vervelende man

b)

heeft

c)

heeft gegeven

d)

een mep

5.

Morgen gaan mijn zus en ik ons nieuwe huis eindelijk zien.


Het WG =

a)

Ons nieuwe huis

b)

Mijn zus en ik

c)

gaan

d)

gaan zien

e)

gaan eindelijk zien

6.

Morgen gaan mijn zus en ik ons nieuwe huis eindelijk zien.


De PV =

a)

Ons nieuwe huis

b)

Mijn zus en ik

c)

gaan

d)

gaan zien

e)

gaan eindelijk zien

7.

Morgen gaan mijn zus en ik ons nieuwe huis eindelijk zien.


Het OW =

a)

Ons nieuwe huis

b)

Mijn zus en ik

c)

gaan

d)

gaan zien

e)

gaan eindelijk zien

8.

Morgen gaan mijn zus en ik ons nieuwe huis eindelijk zien.


Het LV =

a)

Ons nieuwe huis

b)

Mijn zus en ik

c)

Er zit in deze zin geen LV (lijdend voorwerp)

d)

Eindelijk

e)

Morgen

9.

Hoe zijn de zinsdeelstreepjes juist gezet?

a)

Mijn broer / en ik / gaan / elke dag / sporten in de sportschool

b)

Mijn broer en ik / gaan elke dag / sporten in de sportschool

c)

Mijn broer en ik / gaan / elke dag / sporten / in de sportschool

d)

Mijn broer / en ik / gaan / elke dag / sporten / in / de sportschool

10.

Hoe zijn de zinsdeelstreepjes juist gezet?

a)

Morgen / ga / ik / nieuwe schoolspullen / kopen / voor volgend jaar

b)

Morgen / ga ik / nieuwe schoolspullen kopen / voor volgend jaar

c)

Morgen / ga / ik / nieuwe schoolspullen kopen / voor volgend jaar

d)

Morgen / ga / ik / nieuwe schoolspullen / kopen / voor / volgend jaar

11.

Wat is juist?

a)

Ik (OW) / ga (WG - PV) / je (LV) / helpen (WG)

b)

Ik (LV) / ga (WG - PV) / je (OW) / helpen (WG)

c)

Ik (OW) / ga (PV) / je helpen (LV)

d)

er zit in deze zin geen LV (lijdend voorwerp)

12.

Mijn klasgenoten hebben de hele dag om een ijsje gezeurd bij onze mentor.


Wat is het OW (onderwerp) van de zin?

a)

om een ijsje

b)

mijn klasgenoten

c)

bij onze mentor

d)

deze zin heeft geen OW

13.

Mijn klasgenoten hebben de hele dag om een ijsje gezeurd bij onze mentor.


Wat is het LV (lijdend voorwerp) van de zin?

a)

om een ijsje

b)

mijn klasgenoten

c)

bij onze mentor

d)

deze zin heeft geen LV

14.

Mijn klasgenoten hebben de hele dag om een ijsje gezeurd bij onze mentor.


Wat is het WG (werkwoordelijk gezegde) en de PV (persoonsvorm) van de zin?

a)

om (pv) een ijsje

b)

hebben (pv) gezeurd

c)

hebben (pv)

d)

deze zin heeft geen WG

15.

Elke dag ga ik een kilometer zwemmen


Het onderstreepte deel is....

a)

WG

b)

PV

c)

OW

d)

LV

16.

Elke dag ga ik zwemmen


Het onderstreepte deel is....

a)

WG

b)

PV

c)

OW

d)

LV

17.

Elke dag ga ik een paar baantjes zwemmen


Het onderstreepte deel is....

a)

WG

b)

PV

c)

OW

d)

LV

18.

Die vervelende jongens plukten die geweldig mooie rozen vanmorgen.


Het onderstreepte deel is....

a)

WG en PV

b)

PV

c)

OW

d)

LV

19.

Die vervelende jongens plukten die geweldig mooie rozen vanmorgen.


Het onderstreepte deel is....

a)

WG en PV

b)

PV

c)

OW

d)

LV

20.

Die vervelende jongens plukten die geweldig mooie rozen vanmorgen.


Het onderstreepte deel is....

a)

WG en PV

b)

PV

c)

OW

d)

LV

21.

Wie hebben er eigenlijk die kaas gegeten?


Het onderstreepte deel is....

a)

WG en PV

b)

PV

c)

OW

d)

LV

22.

Wie hebben er eigenlijk die kaas gegeten?


Het onderstreepte deel is....

a)

WG

b)

PV

c)

OW

d)

LV

23.

Wie hebben er eigenlijk die kaas gegeten?


Het onderstreepte deel is....

a)

WG

b)

PV

c)

OW

d)

LV

24.

Wie hebben er eigenlijk die kaas gegeten?


Het onderstreepte deel is....

a)

WG

b)

PV

c)

OW

d)

LV

25.

Vink de zinnen aan waarin je een tegenstelling van LEUK (of iets dat met LEUK te maken heeft) ziet staan.

a)

Die meisjes gedragen zich de hele ochtend al akelig

b)

Ik heb hem uiteindelijk gezegd dat ik hem toch wel aardig vind

c)

Fright night in Walibi was echt vreselijk!

d)

Die klasgenoten doen altijd gemeen tegen me.

e)

Ik heb het echt gezellig op het Bindelmeer College

26.

Vink de zinnen aan waarin je een tegenstelling van SAAI / EENTONIG ziet staan.

a)

We waren op vakantie met een bont gezelschap.

b)

In de eerste week van school gingen we op kamp en dat was heel spannend.

c)

Ik verveel me altijd dood in de lessen Nederlands, dat komt door meester Dennis.

d)

Ik kijk hele diverse series op Netflix.

e)

Ik heb niets te doen in de lockdown, mocht ik maar weer naar school.

27.

Schrijf de verleden tijd correct


PRATEN - Gisteren _____ wij met elkaar

a)

praatte

b)

praten

c)

spraken

d)

praatten

28.

Schrijf de verleden tijd correct


WERKEN - Je moeder _____ toch altijd bij de Lidl?

a)

werkt

b)

werkd

c)

werkde

d)

werkte

29.

Schrijf de verleden tijd correct


VERHUIZEN = Abdel en Karim ___________ naar Almere

a)

verhuisden

b)

verhozen

c)

verhuizen

d)

verhuisde

30.

Schrijf de verleden tijd correct


DUREN - Dat ________ toch een eeuwigheid

a)

duurden

b)

duurte

c)

duurde

d)

duurt

31.

Schrijf de verleden tijd correct


HOEVEN - ____________ jullie niet mee van jullie ouders?

a)

hoevde

b)

hoefde

c)

hoevden

d)

hoefden

32.

Het meervoud is....


bikini

a)

bikini's

b)

bikinies

c)

bikinis

d)

bikinietjes

33.

Het meervoud is....


tafel

a)

tafels

b)

tafel's

c)

tafeltjes

d)

tafelen

34.

Het meervoud is....


kalf

a)

kalfjes

b)

kalven

c)

kalveren

d)

kalfen

35.

Het meervoud is....


bak

a)

baken

b)

bakken

c)

bakjes

36.

Het meervoud is....


crème

a)

crèmes

b)

crème's

c)

crèmmen

37.

Het meervoud is....


positie

a)

positie's

b)

posities

38.

Het meervoud is....


secretaresse

a)

secretaresses

b)

secretaresse's

39.

Het meervoud is....


auto

a)

auto's

b)

autos

40.

Het meervoud is....


kaars

a)

kaarsen

b)

kaarzen