wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het zenuwstelsel deel 2

Total questions: 25

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

We weten dat het zenuwstelsel signalen doorstuurt naar 2 stelsels in ons lichaam, de welke zijn dit?

(a)  

2.

Welk groot onderscheid kunnen maken we in de klieren?

(a)  

3.

Het product dat klieren afscheiden noemen we

a)

slijm

b)

Secretie

c)

klierstof

d)

Mucus

4.

Waar of niet waar?

De meeste klieren maken secreet aan?

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Wij kunnen onze klieren zelf controleren en bevelen om secreet aan te maken

a)

Niet waar

b)

Waar

6.

Bepaalde klieren zoals urine- en luchwegen moeten vochtig blijven? Waarom is dit zo?

a)

Voor de bescherming

b)

Anders werken ze niet

7.

traan,- zweet, -en talgklieren zijn een voorbeeld van (a)   klieren

8.

Door wat wordt mucus aangemaakt ?

a)

schildklier

b)

slijmbekercellen

c)

eencellige exocriene klieren

d)

talglkief

9.

Welke 3 soorten spieren kunnen we terug vinden in ons lichaam?

(a)  

10.

We weten dat we het perifeer zenuwstelsel kunnen indelen in 2 soorten zenuwstelsels. Welke zijn dat?

a)

Perifeer en Centraal

b)

Autonoom en somatisch

c)

Willekeurig en onwillekeurig

d)

vegetatief en cerebrospinaal

11.

Het parasympatisch en sympathisch zenuwstelsel zijn een onderdeel van het autonoom zenuwstel

a)

Niet waar

b)

Waar

12.

Een spier bestaat niet uit meerdere spieren

a)
b)
13.

Wat is volgens jouw de functie van een spierschede?

(a)  

14.

Door wat wordt een spier aangestuurd?

a)

Motorische eenheid

b)

motorische eindplaatje

c)

Axon

d)

Hersenen

e)

schakelneuron

15.

Skeletspieren zijn vermoeibaar

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

De bouw van een hartspier is

a)

Cilindrisch

b)

spoelvormig

c)

cilindrisch en spoelvormig

d)

I dont know broo

17.

2 spieren die elkaar tegenwerken noemen we

a)

Agonist

b)

antagonisten

c)

Sympatische spieren

d)

Hamstrings

e)

Biceps

18.

Een spier zal samentrekken als de sacromeren naar elkaar worden toegetrokken

a)

Niet waar

b)

Waar

19.

Welke van de 3 zenuwen is een motorische zenuw?

(a)  

20.

Wat is een reflexboog?

a)

Regelsysteem dat een reflex coördineert

b)

Een systeem dat meerdere reflexen bevat

c)

iets dat je niet kan controleren

d)

een beweging dat vanuit de hersenen vertrekt

21.

Geef de gevraagde delen van het brein

a)

A: Wandslob

B: Kleine hersenen

C: slaaplob

D: voorhoofdslob

b)

A: partiale lob

B: Kleine hersenen

C: temporale lob

D: frontale lob

c)

A: hersenstam

B: Kleine hersenen

C: occipitale lob

D: voorhoofdslob

d)

A: voorhoofdslob

B: tussenhersenen

C: slaaplob

D: achterhoofdslob

22.

Wat is een klier?

(a)  

23.

De hartspier vertoont kenmerken van...

a)

Zowel skeletspieren als gladde spieren

b)

enkel skeletspieren

c)

enkel gladde spieren

d)

geen van deze antwoorden

24.

Het zenuwstelsel kunnen we onderverdelen in 2 delen nl, het centraal zenuwstelsel en het perifeer zenuwstelsel

a)

Waar

b)

niet waar

25.

Zie je het examen zitten?

Hoe goed ben je voorbereidt?

4 lines