wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2LAT - Taal Caput 4 t.e.m. 6

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat past bij een deponente werkwoordsvorm?

Duid alle correcte antwoorden aan.

a)

een actieve uitgang

b)

een passieve uitgang

c)

een actieve vertaling

d)

een passieve vertaling

2.

Bij welk soort werkwoordsvorm kan je een LV hebben?

Duid alle mogelijke antwoorden aan.

a)

een actieve werkwoordsvorm

b)

een deponente werkwoordsvorm

c)

een passieve werkwoordsvorm

3.

Bij welk soort werkwoordsvorm kan je een HV hebben?

Duid alle mogelijke antwoorden aan.

a)

een actieve werkwoordsvorm

b)

een deponente werkwoordsvorm

c)

een passieve werkwoordsvorm

4.

Welke informatie past bij het vragend vnw. "quod"?

Duid alle correcte antwoorden aan.

a)

zelfstandig

b)

bijvoeglijk

c)

nom. o. enk.

d)

abl. o. enk.

5.

Welke informatie past bij het vragend vnw. "quis"?

Duid alle correcte antwoorden aan.

a)

zelfstandig

b)

bijvoeglijk

c)

nom. m. enk.

d)

dat. m. mv.

6.

Hoe vertaal je het vragend voornaamwoord "quae" in de woordgroep "quae mulieres"?

a)

wie

b)

wat

c)

welke

d)

waarom

7.

Wat zijn de kenletters voor het participium praesens in de nom. enk.?

Typ enkel de kenletters, dus geen streepjes of zo.

(a)  

8.

Wat past bij het participium perfectum?

Duid alle correcte antwoorden aan.

a)

actief

b)

passief

c)

gelijktijdig

d)

voortijdig

9.

Het participium praesens wordt verbogen zoals ...

a)

de adjectieven van de eerste klasse

b)

de substantieven van de eerste klasse

c)

de adjectieven van de tweede klasse

d)

de substantieven van de tweede klasse

10.

Duid alle correcte antwoorden aan:

een participium perfectum kan vertaald worden met een ...

a)

onvoltooid deelwoord

b)

voltooid deelwoord

c)

BVBZ

d)

BWBZ ingeleid door terwijl

11.

Je hebt een participium praesens

en het werkwoord van de hoofdzin is imperfectum,

dan vertaal je het participium met een ...

a)

OTT

b)

OVT

c)

VTT

d)

VVT

12.

Je hebt een participium perfectum

en het werkwoord van de hoofdzin is praesens,

dan vertaal je het participium met een ...

a)

OTT

b)

OVT

c)

VTT

d)

VVT

13.

Welke vorm kan een BVB aannemen?

Duid alle correcte mogelijkheden aan.

a)

congruerend adj.

b)

congruerend subst.

c)

congruerend vnw.

d)

congruerend part.

e)

subst. in de gen.

14.

Welke functies kunnen in de nominatief staan?

Duid alle correcte mogelijkheden aan.

a)

O

b)

LV

c)

NWD

d)

BWB

15.

Welke functies kunnen in de accusatief staan?

Duid alle correcte mogelijkheden aan.

a)

O

b)

LV

c)

NWD

d)

BWB

16.

Welk voegwoord gebruik je in het Nederlands om de vertaling van een a. + i. in te leiden?

(a)  

17.

In een a. + i. staat het onderwerp in de ...

a)

nominatief

b)

accusatief

c)

infinitief

d)

indicatief

e)

imperatief

18.

In een a. + i. staat het gezegde in de ...

a)

nominatief

b)

accusatief

c)

infinitief

d)

indicatief

e)

imperatief

19.

Je hebt in de a. + i. een infinitief perfectum

en het werkwoord van de hoofdzin is perfectum,

dan vertaal je de infinitief met een ...

a)

OTT

b)

OVT

c)

VTT

d)

VVT

20.

Welke uitspraken over se in de a. + i. zijn correct?

a)

"se" verwijst altijd naar het onderwerp van de hoofdzin.

b)

"se" verwijst nooit naar het onderwerp van de hoofdzin.

c)

Je moet "se" vertalen met "zich".

d)

Je moet "se" vertalen met hij of zij.