wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voorbereiding toets TB woordsoorten (kijker 3- les 12)

Total questions: 22

Worksheet time: 2hrs 50mins

Name
Class
Date
1.

Vul aan: koud, (a)   , koudst

2.

Vul aan: mooi, mooier, ...

(a)  

3.

Vul aan: ... , warmer, warmst

(a)  

4.

Duid alle passende antwoorden aan voor "Fientje"

a)

zelfstandig naamwoord

b)

lidwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

eigennaam

e)

verkleinwoord

5.

Duid alle passende antwoorden aan voor "petrischaaltjes"

a)

zelfstandig naamwoord

b)

enkelvoud

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

meervoud

e)

verkleinwoord

6.

Duid alle passende antwoorden aan voor "Flemming"

a)

zelfstandig naamwoord

b)

enkelvoud

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

meervoud

e)

eigennaam

7.

Duid alle passende antwoorden aan voor "schijfjes"

a)

enkelvoud

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

verkleinwoord

e)

meervoud

8.

Duid alle passende antwoorden aan voor "katoenen"

a)

stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

verkleinwoord

e)

meervoud

9.

Duid alle passende antwoorden aan voor "lieve"

a)

stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

verkleinwoord

e)

meervoud

10.

Vul correct aan: het buisje is van glas => het is een ... buisje

(a)  

11.

Vul correct aan: de verpakking was van karton => het was een ... verpakking.

(a)  

12.

Typ het grondwoord van de volgende afleiding: hernemen

(a)  

13.

Typ het grondwoord van de volgende afleiding: aandachtig

(a)  

14.

Typ het grondwoord van de volgende afleiding: zorgzaam

(a)  

15.

Typ het grondwoord van de volgende afleiding: onmacht

(a)  

16.

Typ hieronder het verkleinwoord van het zelfstandig naamwoord dat je vindt in de volgende zin: de verpleegster is ziek.

(a)  

17.

Typ hieronder het verkleinwoord van het zelfstandig naamwoord dat je vindt in de volgende zin: wat een lelijke woning!

(a)  

18.

Typ hieronder het verkleinwoord van het zelfstandig naamwoord dat je vindt in de volgende zin: Klap eens in je handen!

(a)  

19.

Welke woordsoorten vind je terug in de volgende zin: het kleine dorpje heet Denderwindeke.

a)

zelfstandig naamwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

eigennaam

d)

lidwoord

20.

Welke woordsoorten vind je terug in de volgende zin: Ben jij ook zo moe?

a)

zelfstandig naamwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

eigennaam

d)

lidwoord

21.

Welke woordsoorten vind je terug in de volgende zin: Michiel was de coolste jongen van de school.

a)

zelfstandig naamwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

eigennaam

d)

lidwoord

22.

Welke woordsoorten vind je terug in de volgende zin: Wat een mooie wollen jas!

a)

zelfstandig naamwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

eigennaam

d)

lidwoord