wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ecologie WGN

Total questions: 40

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Tot welk niveau van de ecologie behoort een hert in een bos?

a)

individu

b)

populatie

c)

ecosysteem

d)

levensgemeenschap

2.

In de afbeelding zijn enkele voedselrelaties in een levensgemeenschap in zoetwater schematisch weergegeven. Drie schakels, aangeduid met 1, 2 en 3, zijn niet ingevuld.

Bij welk nummer moet een plantensoort worden ingevuld?

a)

1

b)

2

c)

3

3.

Een regenbui is een abiotische factor

a)

juist

b)

onjuist

4.

Kikkervisjes eten alleen de organismen die in schakel 1 thuishoren.

Tot welke groep behoren kikkervisjes?

a)

planteneters

b)

vleeseters

c)

alleseters

5.

In afbeelding 4 zijn voedselrelaties tussen een aantal organismen in zee

weergegeven.

Hoeveel voedselketens zijn in de afbeelding weergegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

6.

Populaties maken deel uit van een ecosysteem.

a)

juist

b)

onjuist

7.

Op de stam van een beuk groeien algen. Onder deze beuk groeien paddenstoelen

op de afgevallen beukenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven

bladluizen. Lieveheersbeestjes eten de bladluizen.

Welke van deze organismen zijn reducenten?

a)

Algen

b)

Bladluizen

c)

Lieveheersbeestje

d)

Paddenstoel (Schimmel)

8.

Op de stam van een beuk groeien algen. Onder deze beuk groeien paddenstoelen

op de afgevallen beukenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven

bladluizen. Lieveheersbeestjes eten de bladluizen.

Welke van deze organismen zijn consumenten?

a)

Algen

b)

Lieveheersbeestjes

c)

Paddenstoel (schimmel)

9.

Op de stam van een beuk groeien algen. Onder deze beuk groeien paddenstoelen

op de afgevallen beukenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven

bladluizen. Lieveheersbeestjes eten de bladluizen.

Welke van deze organismen zijn reducenten?

a)

Algen

b)

Bladluizen

c)

Lieveheersbeestje

d)

Paddenstoel (Schimmel)

10.

In afbeelding 1 zijn enkele voedselrelaties schematisch weergegeven. Drie

schakels, 1, 2 en 3, zijn in afbeelding 2 niet ingevuld.

Welke van de volgende dieren kan in schakel 3 thuishoren?

a)

garnaal

b)

kever

c)

kikker

d)

krokodil

11.

Een roodborstje bouwt een nest in een boom. Voor een roodborstje is

nestgelegenheid een biotische factor.

a)

juist

b)

onjuist

12.
Welke van onderstaande factoren is biotisch?
a)
reducenten
b)
bodemvochtigheid
c)
waterdiepte
d)
grondsoort
13.

De onderstaande factoren bepalen hoeveel muizen in een gebied kunnen voorkomen. Welke van deze factoren zijn abiotische factoren?

a)

Hoeveelheid regen er jaarlijks in een gebied valt

b)

De boomsoorten die in het gebied voorkomen

c)

Hoeveel roofvogels er in het gebied voorkomen

d)

Hoeveel parasieten er in het gebied voorkomen

14.

Het aantal individuen van een bepaalde soort die samen leven in een bepaald gebied, noemen we ook wel een...….

a)

ecosysteem

b)

populatie

c)

samenleving

d)

levensgemeenschap

15.

Planten en algen vervullen in een ecosysteem de rol van ……………………...……...

a)

producenten

b)

reducenten

c)

consumenten van de eerste orde

d)

consumenten van de tweede orde

16.

Welke voedselketen is juist

a)

gras - koe - mens

b)

mens - koe - gras

c)

mens --> koe --> gras

d)

gras --> koe --> mens

17.
De zon is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
18.
In deze afbeelding zie je een:
a)
levensgemeenschap
b)
individu
c)
biotoop
d)
populatie
19.
Hoe noem je alle biotische factoren samen.
a)
ecosysteem
b)
biotoop
c)
levensgemeenschap
d)
niche
20.
Wat is een voedselweb?
a)
Een reeks van eten en gegeten worden.
b)
Alle biotische factoren in een ecosysteem.
c)
Alle voedselrelaties in een ecosysteem.
21.
Wat ontbreekt er bij nummer 1?
a)
verbranding
b)
fotosynthese
22.
Wat ontbreekt bij nummer 2?
a)
consument
b)
producent
c)
reducent
d)
afvaleters
23.
Wat ontbreekt bij nummer 3?
a)
consument
b)
reducent
c)
producent
d)
afvaleters
24.
Wat ontbreekt bij nummer 4?
a)
fotosynthese
b)
verbranding
25.
Welke energierijke stof wordt gemaakt bij de fotosynthese?
a)
koolstofdioxide
b)
mineralen
c)
glucose
d)
zonlicht
26.
Wat voor een soort voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming.
27.
In een ecosysteem schommelen de populaties rondom een biologisch evenwicht.
a)
juist
b)
onjuist
28.
Binnen een ecosysteem zijn de aantallen organismen van een soort altijd gelijk.
a)
juist
b)
onjuist
29.
In het voorjaar van het derde jaar is er genoeg te eten en krijgen de koolmezen veel jongen.
a)
juist
b)
onjuist
30.
Het proces dat je in de afbeelding ziet noemen we....
a)
aanpassing.
b)
successie.
c)
biologisch evenwicht.
d)
optimaal.
31.
Dit diagram noemen we ook wel een...
a)
minimum-maximumkromme.
b)
staafdiagram.
c)
milieukromme.
d)
optimumkromme.
32.
Boven het maximum en onder het minimum gaan organismen dood.
a)
juist
b)
onjuist
33.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
34.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
35.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
36.
In de afbeelding zie je een voorbeeld van een zonplant.
a)
juist
b)
onjuist
37.
In de afbeelding zie je een voorbeeld van een zonplant.
a)
juist
b)
onjuist
38.
Het meest linker wortelstelsel is van een plant in een droog milieu.
a)
juist
b)
onjuist
39.
Voorjaarsbloeiers zijn...
a)
zonplanten
b)
schaduwplanten
40.
Je ziet hier een luchtkanaal in een stengel. Deze komen voor bij...
a)
woestijnplanten
b)
schaduwplanten
c)
zonplanten
d)
waterplanten