wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KB3_H3_Oefentoets

Total questions: 35

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Biotische factoren zijn

a)

invloeden afkomstig van de levenloze natuur

b)

invloeden afkomstig van de levende natuur

c)

invloeden afkomstig van zon, wind, water

2.

Welke factor is biotisch?

a)

Wind

b)

Temperatuur

c)

Roofdieren

d)

Stromingen in het water

3.
Temperatuur
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
4.
Neerslag
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
5.
Voedselaanbod
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
6.
Bodemvochtigheid
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
7.
Ziekteverwekkers
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
8.
Grondsoort
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
9.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

10.
Hoe noem je alle biotische factoren samen.
a)
ecosysteem
b)
biotoop
c)
levensgemeenschap
d)
niche
11.
Hoe noem je alle biotische en abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
12.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

13.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

14.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

15.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

16.

Van welke vaten is dit:

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

17.

Van welke vaten is dit:

Zijn wijd.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

18.

Van welke vaten is dit:

Zijn smaller

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

19.

Van welke vaten is dit:

Vervoer van water met glucose vanuit de bladeren naar de andere organen

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

20.
Hoe noem je de dunne uitstulpingen aan het einde van wortels?
a)
Wortelsprietjes
b)
Wortelstelsels
c)
Worteluitstulpingen
d)
Wortelharen
21.
Hoe noem je meerdere vaten die bij elkaar liggen?
a)
Vaatkluit
b)
Vaatbundel
c)
Vaatkolonie
d)
Vaatmassa
22.

Het proces waarbij suiker gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

23.

Het proces waarbij suiker verbruikt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

24.

De energie die wij krijgen als we plantaardig voedsel eten komt eigenlijk van ...

a)

het water

b)

de koolstofdioxide

c)

de zon

d)

het bladgroen

25.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)

koolstofdioxide

b)

zuurstof

c)

stikstof

d)

geen van de 3 genoemde

26.

Fotosynthese:

1 + 2 + 3 --> 4 + 5

Op welke plek kan koolstofdioxide staan?

(Vul alle antwoorden in)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

27.

Fotosynthese:

1 + 2 + 3 --> 4 + 5

Op welke plek kan zuurstof staan?

(Vul alle antwoorden in)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

28.

Verbranding:

1 + 2 --> 3 + 4 + 5

Op welke plek kan glucose staan?

(Vul alle antwoorden in)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

29.

Verbranding:

1 + 2 --> 3 + 4 + 5

Op welke plek kan koolstofdioxide staan?

(Vul alle antwoorden in)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

30.

Verbranding:

1 + 2 --> 3 + 4 + 5

Op welke plek kan energie staan?

(Vul alle antwoorden in)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

31.

Verbranding:

1 + 2 --> 3 + 4 + 5

Op welke plek kan zuurstof staan?

(Vul alle antwoorden in)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

32.

Verbranding:

1 + 2 --> 3 + 4 + 5

Op welke plek kan water staan?

(Vul alle antwoorden in)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

33.

De bovenstaande afbeelding is een duidelijk voorbeeld van een ...

a)

voedselweb

b)

voedselketen

c)

voedselkringloop

34.

De bovenstaande afbeelding is een duidelijk voorbeeld van een ...

a)

voedselweb

b)

voedselketen

c)

voedselkringloop

35.

Welk organisme is de producent in deze voedselpiramide?

a)

bladluis

b)

lieveheersbeestje

c)

mus

d)

havik

e)

geen organisme