wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Onvoltooid tegenwoordige en verleden tijd

Total questions: 30

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Tijdens de overval gisteren (a)   (gillen - ovt) een klant moord en brand.

2.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Door de kou vorige winter (a)   (bevriezen - ovt) onze waterleiding.

3.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

De prins en prinses (a)   (leven - ovt) daarna nog lang en gelukkig.

4.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Hij (a)   (besteden - ovt) al zijn zakgeld afgelopen jaar aan snoep.

5.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Toen hij bedreigd werd, (a)   (beven - ovt) de oude man.

6.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

De chirurg (a)   (opereren - ovt) afgelopen jaar veel patiënten.

7.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Toen de begrafenis was, (a)   (dragen - ovt) de weduwe zwarte kleding.

8.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Mijn vader ________ (opladen - ott) nu alle batterijen ___.

(a)  

9.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Haar ogen (a)   (glanzen - ovt) toen ze het grote cadeau zag.

10.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Hoeveel mensen (a)   (redden - ovt) de reddingsbrigade vorig jaar?

11.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

(a)   (ontroeren - ott) deze film jou opnieuw, nu je hem weer kijkt?

12.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

De moeder (a)   (omarmen - ovt) haar kinderen, oten ze thuis kwamen.

13.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

(a)   (vermoeden - ott) jij dat hij de waarheid spreekt?

14.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Zij (a)   (versuffen - ovt) toen ze de verdoving kreeg.

15.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

De bommen (a)   (ontploffen - ovt) vorige zomer in de drukke tunnel.

16.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Oma (a)   (braden - ovt) de gehaktballen vroeger extra bruin.

17.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

De molenaar (a)   (malen - ott) vandaag het koren voor het brood.

18.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Amerikanen (a)   (bevrijden - ovt) de Nederlanders in 1945.

19.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Ik (a)   (verbazen - ott) me nu weer over jou!

20.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Jij (a)   (beschouwen - ott) mij op dit moment toch als je beste vriendin?

21.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Vorige week in Amsterdam, (a)   (shoppen - ovt) Sarah en ik.

22.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

De coniërge (a)   (verkorten - ovt) afgelopen dinsdag het rooster.

23.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Wanneer (a)   (blesseren - ovt) jij je knie ook al weer?

24.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Als het zo regent, (a)   (staken - ott) de scheidsrechter de wedstrijd.

25.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Je (a)   (herkennen- ott) je eigen moeder toch, als ze voor je staat?

26.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

De dartpijl (a)   (raken - ovt) daarnet bijna mijn oog!

27.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Nog voordat het bedtijds was, (a)   (geeuwen - ovt) er drie kinderen.

28.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Het (a)   (storen - ott) me verschrikkelijk dat je zo door de les heen praat!

29.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

De bakker (a)   (kneden - ovt) het deeg voor de speculaas.

30.

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de correcte tijd.

Mijn ouders (a)   (zwerven - ovt) een jaar over de wereld.