wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D4L34 Het voltooid deelwoord

Total questions: 41

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Een gebeurtenis dat voltooid is, is een gebeurtenis dat...

a)

voorbij is

b)

nog moet gebeuren

c)

bezig is

2.

Ik heb in het weekend veel ... (inf. = voetballen)

(a)  

3.

Waar of niet waar? Een voltooid deelwoord heeft altijd hulp nodig van een ander werkwoord.

a)

waar

b)

niet waar

4.

Op het trouwfeest heb ik veel ... (inf. = dansen)

(a)  

5.

Gisteren ben ik naar de cinema ... (inf. = zijn)

a)

gegaan

b)

geweest

6.

Zorg dat er een voltooid deelwoord staat in volgende zin: "Ik feest nooit."

(a)  

7.

Wat is het voltooid deelwoord van leren?

a)

geleerd

b)

geleert

8.

"Ik ga naar de winkel." Voeg een voltooid deelwoord toe. Wat is juist?

a)

Ik ging naar de winkel.

b)

Ik zal naar de winkel gaan.

c)

Ik ben naar de winkel geweest.

d)

Ik ben naar de winkel gegaan.

9.

Het voltooid deelwoord van kijken is...

a)

gekeken

b)

gekijken

c)

gekijkt

10.

Ik heb de vaas op de tafel ... (inf. = zetten)

(a)  

11.

Met mijn gekke oom heb ik al veel ... (inf. = lachen)

(a)  

12.

Wat is het voltooid deelwoord van 'bakken'?

a)

gebak

b)

gebaken

c)

gebakt

d)

gebakken

13.

Wat is het voltooid deelwoord van 'schrijven'?

a)

geschrijft

b)

geschrijfd

c)

geschreven

14.

Welke zin staat in de voltooide tijd?

a)

Ik heb de tafel gedekt.

b)

Ik dekte de tafel.

c)

Ik dek de tafel.

15.

Welke zin staat in de voltooide tijd?

a)

Gisteren zag hij zijn vriend weer.

b)

Hij heeft zijn vriend weer gezien.

c)

Hij ziet zijn vriend vanavond.

16.

Welk werkwoord is een 'sterk' werkwoord?

a)

bellen

b)

wassen

c)

vinden

17.

Welk werkwoord is een 'zwak' werkwoord?

a)

koken

b)

verkopen

c)

kijken

18.
Welke achtervoegsels zijn er om een voltooid deelwoord te maken? 
a)
-en + -d 
b)
-d + - t
c)
-en + -t
d)
-en + -t + -d
19.
Wat is de juiste spelling van het voltooid deelwoord van botsen in de zin 'die auto's zijn op elkaar ...' ?
a)
Gebotsd
b)
Gebotsde
c)
Gebotsen
d)
Gebotst
20.
Wat is de juiste spelling van het voltooid deelwoord lopen in de zin 'Wij zijn naar de kazerne ...'? 
a)
Gelopen
b)
Geloopd
c)
Geloppen
d)
Geloopt
21.
Is het voltooid deelwoord in onderstaande zin goed gespeld?
'We hebben de laatste vraag van deze test gemaakt.'
a)
Nee
b)
Ja
c)
Er staat geen voltooid deelwoord in
d)
Wat is het voltooid deelwoord?
22.

De vliegtuigmotor werd (saboteren).

(a)  

23.

Heb je het hem (vragen)?

(a)  

24.

Omwille van haar stem werd ze door iedereen (bewonderen).

(a)  

25.

Nee, mijn bankkaart is (blokkeren).

(a)  

26.

Jij hebt me echt (steunen) in die moeilijke periode.

(a)  

27.

Heb je wel (nadenken)?

(a)  

28.

Wat is er gisteren (gebeuren)?

(a)  

29.

Wanneer ben je naar school (vertrekken)?

(a)  

30.

Wat heb je vandaag (plannen)?

(a)  

31.

Vader heeft een boom in de tuin (planten).

(a)  

32.

Hij heeft de overvaller in het ziekenhuis (meppen).

(a)  

33.

Adam heeft toen de bal in het doel (schoppen).

(a)  

34.

Mama heeft Arnes teddybeer naast zijn hoofdkussen (leggen).

(a)  

35.

Heeft Storm alweer een wedstrijd (verliezen)?

(a)  

36.

Milan heeft zijn liefje gisteren pas voor het eerst (kussen).

(a)  

37.

Ze zijn vorige jaar naar Italië (verhuizen).

(a)  

38.

De wiskundejuf heeft gisterenavond naar mijn ouders (bellen).

(a)  

39.

Hij heeft een mooie kast in elkaar (timmeren).

(a)  

40.

Wat heb jij (maken)?

(a)  

41.

Hebben jullie snoep (kopen)?

(a)