wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1HV T1 Planten en dieren B1-6

Total questions: 31

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Zangvogels die zaden eten hebben een...

a)

kegelsnavel

b)

pincetsnavel

c)

haaksnavel

d)

priemsnavel

2.

Vogels met een pincetsnavel eten...

a)

Zaden

b)

Bodemdiertjes

c)

Insecten

d)

Prooien

3.

Wat is er waar over een gestroomlijnde vorm?

a)

Door de vorm is er minder weerstand

b)

De kop en lijf gaan vloeiend in elkaar over

c)

Deze vorm zorgt ervoor dat dieren sneller zijn

d)

Deze dieren hebben een lijnachtig patroon op hun lichaam.

4.

Waar hebben topgangers meer voordeel?

a)

Op een verharde ondergrond.

b)

Op een zachte ondergrond.

5.

Deze plant groeide waarschijnlijk in een...

a)

Droge omgeving

b)

Natte omgeving

6.

Bij welke planten zijn de stengels slap?

a)

Cactussen

b)

Bij landplanten, met grote, platte bladeren

c)

Bij landplanten met kleine, dikke bladeren

d)

Waterplanten

7.

De 7 levenskenmerken zijn: ademhalen; voeden; uitscheiden; bewegen; voortplanten; groeien & 7. Wat moet nummer 7 zijn?

(a)  

8.

Wat is de biologische term voor een levend wezen?

(a)  

9.

Welke levenskenmerken horen bij 'stoffen opnemen en afgeven'?

a)

ademen

b)

voeden

c)

uitscheiden

d)

groeien

e)

voortplanten

10.

Welke levenskenmerken horen bij 'reageren op de omgeving'?

a)

ademen

b)

waarnemen

c)

bewegen

d)

groeien

e)

voortplanten

11.

Een houten stoel is ...1... en water is ...2...

a)

1 = dood

2 = levend

b)

1 = dood

2 = levenloos

c)

1 = levenloos

2 = levend

d)

1 = levenloos

2 = levenloos

12.

Hoe noem je de gedaanteverwisseling die je in de foto ziet?

(a)  

13.

Hoe noem je het linkerstadium in de afbeelding?

(a)  

14.

Hoe noem je het rechterstadium in de afbeelding?

(a)  

15.

In de afbeelding zie je een voorbeeld van...

a)

Groei

b)

Ontwikkeling

c)

Groei en ontwikkeling

d)

Geen van beide

16.

Welk onderdeel van de zaad hoort bij de volgende omschrijving: plaats waar het zaad vastzat aan de vrucht

a)

navel

b)

poortje

c)

kiem

d)

hartvorming bultje

17.

Welk nummer van de zaad hoort bij de volgende omschrijving: het beginsel van een nieuwe plant bestaande uit de wortel en stengeltje

a)

5

b)

6

c)

8

d)

3

e)

4

18.

Leren fietsen is een voorbeeld van...

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Motorische ontwikkeling

c)

Geestelijke ontwikkeling

19.

Leren praten is een voorbeeld van...

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Motorische ontwikkeling

c)

Geestelijke ontwikkeling

20.

Sterker worden en spieren kweken is een voorbeeld van...

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Motorische ontwikkeling

c)

Geestelijke ontwikkeling

21.

Iemand van 5 jaar oud noemen we een...

a)

Baby

b)

Peuter

c)

Kleuter

d)

Schoolkind

22.

In het stadium van de volwassen plant kunnen er zich bloemen en vruchten aan de plant ontwikkelen.

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Wat is waar over de voeding van planten?

a)

Glucose is de belangrijkste voedingsstof

b)

De plant maakt zijn eigen voedingsstoffen

c)

De plant maakt glucose in de bladeren

d)

De plant heeft water nodig om zijn voeding te maken

e)

Planten moeten hun energie uit de voedingsstoffen in de bodem halen

24.

Tijdens het wandelen kom je alleen maar planten met grote bladeren tegen. Wat betekent dit?

a)

Deze planten vangen veel zonlicht voor fotosynthese

b)

Deze planten hebben waarschijnlijk een groot wortelstelsel

c)

Deze planten groeien waarschijnlijk in een natte omgeving

d)

De bodem is zuurstofrijk

25.

Welk onderdeel van de plant eet je als je een komkommer eet?

a)

Wortel

b)

Stengel

c)

Blad

d)

Vrucht

26.

Als je een asperge eet, welk deel van de plant eet je dan?

a)

Wortel

b)

Stengel

c)

Blad

d)

Vrucht

27.

Welke stoffen zijn nodig voor het proces van fotosynthese?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Water

d)

Glucose

28.

Welke stoffen zijn worden gemaakt bij het proces van fotosynthese?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Water

d)

Glucose

29.

De jachtluipaard is een...

a)

Zoolganger

b)

Topganger

c)

Teenganger

30.

Welke producten zijn uiteindelijk (in)direct gemaakt door fotosynthese?

a)

Touw

b)

Katoenen kleding

c)

Leer

d)

Stenen beeld

e)

IJzeren lamp

31.

Waar haalt een kiemplantje onder de grond zijn voedingsstoffen vandaan?

a)

Van de zaadlobben

b)

Van de fotosynthese

c)

Uit de grond