wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1mb organen en cellen

Total questions: 28

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke van deze onderdelen hebben dierlijke cellen niet?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

2.

Welke van deze onderdelen hebben dierlijke cellen niet?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

3.

Wat is celplasma?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet

4.

Wat is celplasma?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet

5.

Cellen zijn plat

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Dierlijke cellen hebben bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

8.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

9.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

11.

Wat is een weefsel?

a)

Een ander woord voor orgaan

b)

Een groep organen bij elkaar

c)

Alle cellen in ons lichaam

d)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

12.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
13.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme

14.

De lever hoort bij het .......

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Zenuwstelsel

15.

Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.

Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.

Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?

a)

een celkern

b)

een celmembraan

c)

een celwand

16.

Waar in een plantencel zit het celmembraan?

a)

Aan de buitenkant van het cytoplasma

b)

Aan de buitenkant van de celwand

c)

Tegen de vacuole aan

d)

Aan de buitenkant tegen de celkern

17.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

18.

Welk onderdeel van de cel regelt wat er in de cel gebeurd?

a)

Celkern

b)

Kernmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Bladgroenkorrels

19.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

20.

Welk orgaanstelsel is aangegeven met nummer 1?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Hersenstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

21.

Welk nummer geeft de celwand aan?

a)

nummer 2

b)

nummer 3

c)

nummer 4

d)

nummer 5

22.

Welk orgaan wordt met nummer 4 aangegeven?

a)

Lever

b)

Longen

c)

Maag

d)

Nieren

e)

Slokdarm

23.

Bij dierlijke cellen zorgt de celwand voor stevigheid

a)

goed

b)

fout

24.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

25.

Welke plastiden zitten er in een aardappel.

a)

Kleurstofkorrels

b)

Bladgroenkorrels

c)

Zetmeelkorrels

26.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

27.

Welk onderdeel is nummer 3?

a)

Tubus

b)

Tafel

c)

Objectieven

d)

Revolver

28.

Waarmee klem je een preparaat vast?

a)

Grote schroef

b)

Preparaatklemmen

c)

Tafel

d)

Diafragma