wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Startopdracht BS 4.1 t/m 4.3 (klas 3 tl)

Total questions: 45

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

welke van de onderstaande groepen is geen domein?

a)

eukaryoten

b)

bacteriën

c)

Archaea

d)

prokaryoten

2.

welke van de onderstaande celkenmerken wordt niet gebruikt bij ordening?

a)

celkernen

b)

celwanden

c)

bladgroenkorrels

d)

celmembraan

3.

een duitse dog en een teckel behoren tot dezelfde ... ?

a)

soort

b)

ras

4.

een schimmel heeft geen ...? c

a)

celkern

b)

celwand

c)

bladgroenkorrels

d)

cytoplasma

5.

Een dierlijke cel heeft geen ...?

a)

celkern

b)

celwand

c)

cytoplasma

d)

celmembraan

6.

2 dieren behoren tot dezelfde soort als ze ...?

a)

op elkaar lijken

b)

hetzelfde gedrag vertonen

c)

nakomelingen kunnen krijgen

d)

vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

7.

Een ezel en een paard behoren tot dezelfde soort omdat zij samen nakomelingen kunnen krijgen (een muildier)

a)

waar

b)

niet waar

8.

bacteriën planten zich voort door middel van ...?

a)

deling

b)

seksuele bevruchting

c)

fragmentatie

9.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

10.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

11.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan fotosynthese doen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

12.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

13.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

14.

Dieren hebben celwanden om de cellen

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Prokaryoten hebben geen celkern

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Prokaryoten zijn altijd eencellige organismen.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Eukaryoten hebben altijd een..

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Nooit een celkern

d)

Soms een celkern en soms niet

18.

Wat is waar over een dier?

Een dier heeft:

a)

geen celwand – wel een celkern –

wel bladgroenkorrels

b)

geen celwand – wel een celkern – geen

bladgroenkorrels

c)

een celwand – wel een celkern –

geen bladgroenkorrels

d)

een celwand – geen celkern –

geen bladgroenkorrels

19.

Het organisme in dit plaatje is een?

(a)  

20.

Gist is een eencellige schimmel.

Op welke manier plant deze schimmel zich voort?

a)

Door deling

b)

Door knopvorming

c)

Door spoorvorming

d)

Met een paddestoel

21.

In de afbeelding zie je een schematische tekening van de penseelschimmel.

In welk deel ontstaan de sporen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

Allemaal

e)

Schimmels planten zich niet voort met sporen

22.

Welk organisme kan worden bestreden met penicilline?

a)

Bacterie

b)

Schimmel

c)

Virus

d)

Allemaal

e)

Geen van alle

23.

In welke twee domeinen kun je organisme indelen?

a)

Bacteriën en dieren

b)

Bacteriën en eukaryoten

c)

Bacteriën en meercellige

d)

Schimmels en eukaryoten

24.

Bij welk rijk hoort de omschrijving?

Het heeft een cel kern, celmembraan, geen celwand

a)

Bacterie

b)

Dier

c)

Plant

d)

Schimmel

25.

Welk van de volgende cellen heeft GEEN vacuole?

a)

Dierlijke cel

b)

Plantaardige cel

c)

schimmel cel

26.

Welk kenmerk past niet bij een prokaryote cel?

a)

Eencellig

b)

DNA los in cytoplasma

c)

Zeer klein

d)

Complex georganiseerd

27.

Eukaryote cellen zijn complex georganiseerd

a)

Juist

b)

Fout

28.

Dit is een voorbeeld van een _____ cel.

a)

prokaryote

b)

eukaryote

29.

Zowel prokaryoten als eukaryoten hebben een celkern.

a)

Juist

b)

Fout

30.

Zowel plantaardige als dierlijke cellen zijn voorbeelden van _____ cellen.

a)

prokatyote

b)

eukaryote

31.

Het DNA van _____ cellen is omgeven door een kernmembraan.

a)

eukaryote

b)

prokaryote

c)

zowel prokaryote als eurkaryote

d)

geen enkel antwoord is juist

32.

Dit is een voorbeeld van een _____ cel.

a)

prokaryote

b)

eukaryote

33.

In de afbeelding zie je organismen of delen van organismen.


Van welk organisme zal een cel geen celkern bevatten?

a)

organisme 1

b)

organisme 2

c)

organisme 3

d)

organisme 4

34.

In de afbeelding zie je organismen of delen van organismen.


Van welk organisme kan een cel bladgroenkorrels bevatten?

a)

Organisme 1

b)

Organisme 2

c)

Organisme 3

d)

Organisme 4

35.

In de afbeelding zie je organismen of delen van organismen.


Van welk organisme zal een cel geen celwand bevatten?

a)

Organisme 1

b)

Organisme 2

c)

Organisme 3

d)

Organisme 4

36.

Bekijk de afbeelding. Welke groep dieren is het oudste: de oervogel, het vogelachtig kruipend dier of de eerste krokodillen?

a)

de oervogel

b)

het vogelachtig kruipend dier

c)

de eerste krokodillen

37.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de chimpansees

d)

aan de gibbons

38.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
39.

Door middel van DNA kan worden nagegaan of twee dieren verwant zijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

40.
Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.
a)
Niet waar, want ze kunnen verschillende voorouders hebben.
b)
Waar, want ze hebben dezelfde voorouder.
41.

In het onderzoek werden onder andere baleinwalvissen, dwergherten, giraffen, kamelen en zwijnen betrokken. Tussen welke twee van deze diergroepen komt het DNA het minst overeen?

a)

tussen baleinwalvissen en giraffen

b)

tussen zwijnen en baleinwalvissen

c)

tussen zwijnen en giraffen

d)

tussen kamelen en baleinwalvissen

42.

Uit welk tijdperk zal je geen fossielen vinden van landdieren?

a)

cenozoïcum

b)

mesozoïcum

c)

precambrium

d)

paleozoïcum

43.

Een bacterie deelt zich zelf elke 30 minuten. Dat betekent dat als we beginnen met een bacterie dan er na 30 minuten 2 bacteriën zijn en na 60 minuten (1 uur) zijn er 4.

Hoeveel bacteriën zijn er na 4 uur?

Tip: Vermenigingsvuldigingsfactor is x2

(a)  

44.

hoeveel miljoen jaar geleden stierven de dinosauriërs uit?

(a)  

45.

Na de 'the great extinction' van de dinosauriërs bleven er dieren leven. Dit waren de eerste zoogdieren. Deze dieren bleven leven omdat?

(a)