WorksheetsLJ3 P2 - C3 - Formatieve test
Total questions: 20
Worksheet time: 11mins
Wat betekent het volgende woord: buscar?
aanzetten
opladen
verwijderen
zoeken
Wat betekent het volgende woord: enviar?
bewaren
opnemen
surfen
versturen
Wat betekent het volgende woord: la red?
het rood
het netwerk
de verbinding
het contact
Wat betekent het volgende woord: la pantalla?
het scherm
het toetsenbord
het profiel
de trend
Wat betekent het volgende woord: el usuario?
de gebruiker
de volger
de veiligheid
de muis
Wat betekent het volgende woord: la nevera?
de magnetron
de koelkast
de wasmachine
de afwasmachine
Wat betekent het volgende woord: inalámbrico?
verbonden
draadloos
offline
verslaafd
Wat betekent het volgende woord: el despertador?
het apparaat
de printer
de wekker
de afstandsbediening
Wat betekent het volgende woord: el portátil?
de laptop
de tablet
de televisie
het computerspel
Wat betekent het volgende woord: adjuntar?
bijvoegen
updaten
aanpassen
uitdoen
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
Yo nunca (a) (llamar) con este teléfono.
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
Mi padre alguna vez (a) (estar) en México.
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
¿Tú alguna vez (a) (comer) una pizza entera?
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
¿Vosotras (a) (dormir) bien?
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
Mis hermanos no (a) (recibir) mi mensaje.
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
¿Usted alguna vez (a) (romper) la pierna?
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
Nosotros no (a) (escribir) ese libro.
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
Ella no (a) (decir) eso.
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
¿Tú y tu familia alguna vez (a) (probar) curros?
Plaats het werkwoord tussen haakjes in de pretérito perfecto:
Yo no (a) (morir).
