wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D3L23: de vormen van het werkwoord

Total questions: 27

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

We moeten over vijf minuten vertrekken!

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

2.

Sluit het raam eens a.u.b.

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

3.

Speel je vaak Fortnite?

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

4.

De dokter heeft me deze medicijnen gegeven.

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

5.

Mijn punten voor Nederlands zijn verbeterd.

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

6.

Het wordt morgen mooi weer!

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

7.

We hebben lang geoefend voor dat dansje.

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

8.

Telefoneer eerst naar je ouders.

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

9.

Kunnen we morgen afspreken?

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

10.

Steek je laptop in je boekentas.

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

11.

Ben jij al geregistreerd?

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

12.

Willen jullie even opzij gaan?

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

13.

Misschien wil hij ook deelnemen?

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

14.

Zij zullen goed studeren voor de toets.

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

15.

Steek je laptop in je boekentas.

a)

persoonsvorm (PV)

b)

imperatief (IMP)

c)

voltooid deelwoord (VD)

d)

infinitief (INF)

16.

Wat is het hoofdwerkwoord in de zin: 'Hij zal de sleutel wel al gevonden hebben.'

a)

zal

b)

gevonden

c)

hebben

17.

Wat is het hoofdwerkwoord in de volgende zin: 'De jongens blijken heel lastig te zijn.'

a)

blijken

b)

te zijn

18.

Herschrijf deze zin zodat er maar één werkwoord in staat.

Ik heb vandaag twee snoepjes gekocht.

(a)  

19.

Waar of niet waar? Bij een zin met meerdere werkwoorden, is de pv altijd het hulpwerkwoord.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Een voltooid deelwoord heeft altijd hulp nodig van een ander werkwoord. Waar of niet waar?

a)

waar

b)

niet waar

21.

Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?

Dirk en Pieter zullen moeten schuilen voor de regen.

a)

zullen

b)

moeten

c)

schuilen

d)

regen

22.

Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?

Elke zondag blijf ik bij oma slapen.

a)

blijf

b)

slapen

23.

Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?

Elke dag eet ik een boterham met choco.

(a)  

24.

Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?

Smurfin lijkt altijd mooi.

(a)  

25.

Wat is het hoofdwerkwoord in deze zin?

'Grote smurf heeft verschillende oplossingen bedacht.'

a)

Grote Smurf

b)

heeft

c)

verschillende

d)

oplossingen

e)

bedacht

26.

Wat is het hoofdwerkwoord in de volgende zin: 'De kinderen hebben gisteren heerlijk gespeeld in de tuin.'

a)

kinderen

b)

hebben

c)

gespeeld

d)

tuin

27.

Wat is het hoofdwerkwoord in de zin: 'Zij zal morgen haar verjaardag vieren.'

a)

zal

b)

morgen

c)

vieren