wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formatieve toets BS 5.1 t/m 5.6

Total questions: 70

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
2.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 2?
a)
Spaakbeen
b)
Schouderblad
c)
Borstbeen
d)
Wandbeen
3.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 10?
a)
Scheenbeen
b)
Knieschijf
c)
Scheenbeen
d)
Opperarmbeen
4.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 11?
a)
Heiligbeen
b)
Staartbeen
c)
Heupbeen
d)
Bekken
5.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 3?
a)
Heiligbeen
b)
Halswervel
c)
Ribben
d)
Borstbeen
6.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 6?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
7.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 5?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
8.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 14?
a)
Ellepijp
b)
Sleutelbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
9.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 8?
a)
Been
b)
Onderbeen
c)
Scheenbeen
d)
Kuitbeen
10.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 1?
a)
Wandbeen
b)
Schedelbeen
c)
M.R.been
d)
Bovenarmbeen
11.

Een lichaam bestaat uit drie delen.

Welke delen zijn dit?

a)

lichaam, armen en benen

b)

hoofd, lichaam en ledematen

c)

hoofd, romp en ledematen

12.

Welke twee lichaamsdelen zijn onderdeel van de romp?

a)

bekken

b)

handen

c)

schedel

d)

schouderbladen

13.

Wat is een ander woord voor botten?

(a)  

14.

Ligt de ellepijp aan de kant van de duim?

a)

ja

b)

nee

15.

Welke is GEEN functie van het skelet?

a)

Het houdt ons recht.

b)

Het beschermt een deel van onze organen.

c)

Het beschermt ons tegen bacteriën.

d)

Het vormt ons lichaam.

16.
op het plaatje zie ik?
a)
mijn schedelbeenderen
b)
mijn ribbenkast
c)
ledematen
17.
welke organen worden door de de ribbenkast beschermt?
a)
hart
b)
longen
c)
hart en longen
18.

Welk bot wordt in het rood aangegeven

a)

Spaakbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Ellepijp

d)

Scheenbeen

19.

Hoe noemt dit deel van het skelet?

a)

Scheenbeen

b)

Kuitbeen

c)

Hielbeen

20.

Hoe noemt dit deel van het skelet?

a)

Ellepijp

b)

Vingerkootje

c)

Middenhandsbeentje

d)

Handwortelbeentje

21.

hoe heet het bot in je bovenarm?

a)

bovenarmbeen

b)

opperarmbeen

c)

bovenbeen

22.

Welke botten beschermen je hersenen?

a)

borstbeen

b)

schedelbeenderen

c)

wervelkolom

23.

Hoe noemt het groene deel op de foto?

a)

Borstwervel

b)

Borstbeen

c)

Borstruggengraat

24.
Wat is je borstkas
a)
ribben + been + schedel
b)
borstbeen + been + ribben
c)
ribben + borstwervels + borstbeen
d)
borstwervels + ribben + been
25.

Nummer 7 zijn

a)

halswervels

b)

borstwervels

c)

rugwervels

d)

lendenwervels

26.

Nummer 20 zijn ....

a)

Middenvoetsbeentjes

b)

Middenhandsbeentjes

c)

Handwortelbeentjes

d)

Voetwortelbeentjes

27.

Welk type gewricht zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Zadelgewricht

28.

Welk type gewricht zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Zadelgewricht

29.

Waarmee zitten de twee botten van een gewricht aan elkaar vast?

a)

Kraakbeen

b)

Gewrichtskapsel

c)

Bot

30.

Een voorbeeld van een vergroeid bot is het ...

a)

Opperarmbeen

b)

Dijbeen

c)

Heiligbeen

31.

Bij vergroeide botten is er...

a)

Geen beweging mogelijk.

b)

Een beetje beweging mogelijk.

c)

Veel beweging mogelijk.

32.

Botten die verbonden zijn met kraakbeen kunnen ...

a)

Niet bewegen ten opzichte van elkaar.

b)

Een beetje bewegen ten opzichte van elkaar.

c)

Veel bewegen ten opzichte van elkaar.

33.

Welke verbinding zit er tussen je ribben en je borstbeen?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Naad

d)

Vergroeid

34.

Waardoor kan een gewricht (onder andere) soepel bewegen?

a)

Gewrichtskom

b)

Gewrichtskapsel

c)

Gewrichtskraakbeen

d)

Gewrichtskogel

35.

Bij welk type gewricht is beweging in verschillende richtingen mogelijk?

a)

Kogelgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Rolgewricht

36.

Welk type verbinding zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Naadverbinding

37.

Welk type gewricht zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

38.

De tussenwervelschijf tussen twee wervels is een voorbeeld van een ...

a)

Naadverbinding

b)

Gewrichtsverbinding

c)

Kraakbeenverbinding

d)

Wervelverbinding

39.
Op welk plaatje zie je een naadverbinding?
a)
Plaatje 1
b)
Plaatje 2
c)
Plaatje 3
d)
Geen enkele
40.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 1?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Gewrichtskogel

d)

Gewrichtskom

41.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 2?

a)

Kraakbeenlaagje

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kapselband

d)

Gewrichtssmeer

42.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 3?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Gewrichtskogel

d)

Gewrichtskom

43.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 5?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kraakbeenlaagje

d)

Gewrichtssmeer

44.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 6?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kraakbeenlaagje

d)

Gewrichtssmeer

45.
In de neus vind je kraakbeen
a)
Juist
b)
onjuist
46.
Welk type weefsel is dit?
a)
Beenweefsel
b)
Kraakbeenweefsel
c)
Tussencelstrof
d)
Zwakbeenweefsel
47.

Een groep spiervezels noem je?

a)

Spiervezelbundel

b)

Spierbundel

c)

Pezen

d)

Vlies

48.

Wat zijn antagonisten?

a)

Spieren met dezelfde werking

b)

Willekeurige spieren

c)

Onwillekeurige spieren

d)

Spieren met een tegenovergestelde werking

49.

Een voorbeeld van antagonisten zijn de biceps en de triceps

a)

Waar

b)

Niet waar

50.

Een spier levert meer kracht als er meer spiervezels samentrekken

a)

Waar

b)

Niet waar

51.

Waardoor kunnen gewrichten makkelijk langs elkaar bewegen?

a)

Beenverbinding

b)

Gewrichtsbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Kraakbeen

52.

Wat is een kneuzing?

a)

Een beschadigd bot

b)

Een gescheurde spier

c)

Beschadigde spiervezels en bloedvaten

d)

Een gescheurde kruisband

53.

stof die stevigheid geeft aan botweefsel

a)

kalkzouten

b)

lijmstof

c)

kraakbeen

d)

botweefsel

54.

ruimten tussen de botten van de schedel van een baby

a)

fontanellen

b)

schedelruimtes

c)

fontaancellen

d)

schedelgaten

55.

twee spieren met een tegengestelde werking

a)

antonisch paar

b)

antagonischpaar

c)

antagonistisch paar

d)

biceps en armbuigspier

56.

Artrose is een zeer pijnlijke aandoening aan gewrichten. Artrose ontstaat door sterke slijtage van het kraakbeen in gewrichten.

De afbeelding geeft de doorsnede van een heupgewricht weer.

Met welk cijfer wordt kraakbeen aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

57.

de vorm van wervelkolom van de zijkant gezien

a)

s-vorm

b)

dubbele L-vorm

c)

p-vorm

d)

dubbele s-vorm

58.

alle zenuwen bij elkaar die door de wervelkolom lopen

(a)  

59.

In de afbeelding zie je een...

a)

Gewricht

b)

Kraakbeenverbinding

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

60.

Welk type gewricht zie je hier?

a)

Scharniergewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Rolgewricht

61.

In welk deel van je arm kun je dit gewricht vinden?

a)

Schouder

b)

Elleboog

c)

Onderarm

62.

Het vlies dat om je spieren heen zit noem je de...

a)

Spierschede

b)

Spiervezels

c)

Spierbundels

63.

Het kleinste onderdeel van een spier zijn de...

a)

Spierschede

b)

Spiervezels

c)

Spierbundels

64.

In de afbeelding zijn spiervezels schematisch weergeven. Zijn deze spiervezels ontspannen of aangespannen?

a)

Ontspannen

b)

Aangespannen

65.

Bij een voetbalknie is dit onderdeel beschadigd

a)

Meniscus

b)

Kruisbanden

c)

Gewrichtskapsel

d)

Gewrichtskom

66.

Bij deze blessure is er sprake van een ophoping van afvalstoffen in een spier waardoor de zenuwen in de spier geprikkeld raken

a)

Spierpijn

b)

Zweepslag

c)

Bloeduitstorting

d)

Spierkramp

67.

Waar staan de wervels in de juiste volgorde?

a)

Halswervels - lendenwervels - borstwervels - heiligbeen - staartbeen

b)

 Borstwervels - halswervels - lendenwervels - heiligbeen - staartbeen

c)

Halswervels - borstwervels - lendenwervels - staartbeen - heiligbeen

d)

Halswervels - borstwervels - lendenwervels - heiligbeen - staartbeen

68.

Hoe heet bot L

(a)  

69.

Hoe heet bot I

(a)  

70.

In de tussencelstof van beenweefsel zit veel

(a)