wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Basisstof 1 t/m 3 ordening

Total questions: 40

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Kijk goed naar de afbeelding en maak de zin af. Dit zijn ...

a)

eencelligen en hebben geen celwand

b)

eencelligen en hebben een celwand

c)

meercelligen en hebben geen celwand

d)

meercelligen en hebben een celwand

2.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

3.

In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?

a)

Een inwendig skelet.

b)

Een uitwendig skelet.

c)

Geen skelet.

4.

Welk dier is niet-symetrisch?

a)

Kwal

b)

Slak

c)

Gele buis spons

d)

Zee-egel

5.

In de afbeelding kun je een stamboom zien van dieren. Ouasim en Kim doen een uitspraak over deze stamboom.

Ouasim: "De tandwalvissen en de baleinwalvissen behoren tot dezelfde soort."

Kim: "De zwijnen en pekari's zijn familie van elkaar."

Wie heeft/hebben er gelijk?

a)

Alleen Ouasim

b)

Alleen Kim

c)

Beide hebben gelijk

d)

Niemand heeft gelijk

6.

Stekelhuidigen zijn veelzijdig symmetrisch.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Weekdieren leven alleen in het water.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Bacteriën bestaan uit meerdere cellen

a)

juist

b)

onjuist

9.

Een kokkel (zie afbeelding) hoort tot de weekdieren

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Tot welke groep van het dierenrijk behoort dit dier?

a)

Neteldieren

b)

Stekelhuidigen

c)

Geleedpotigen

d)

Weekdieren

11.

Wat is de meest volledige definitie van een soort?

a)

Een groep organismen die zich onderling kan voortplanten

b)

Een groep organismen die te verdelen is in een aantal kleinere groepen

c)

Een groep organismen die voor vruchtbare nakomelingen kan zorgen

d)

Een groep organismen die grote gelijkenis vertonen

12.

Wat is de goede betekenis van taxonomie/systematiek?

a)

Het onderzoeken van een organisme op kenmerken en het opzoeken van zijn naam.

b)

Het indelen van een organisme bij andere organismen met de zelfde karakteristieke kenmerken.

c)

Het deel van de biologie dat zich bezighoudt met het ordenen van organismen.

13.
Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?
a)
ras - soort - geslacht - familie - orde - klasse - afdeling - rijk
b)
ras - geslacht - soort - familie - orde - klasse - afdeling - rijk
c)
ras - geslacht - soort - orde - familie - klasse - afdeling - rijk
d)
ras - soort - geslacht - orde - familie - klasse - afdeling - rijk
14.

Een voorbeeld van evolutie is...

a)

het fokken van kippen die steeds meer eieren leggen

b)

een veranderd landschap na een aardbeving

c)

het verliezen van ogen bij dieren die in donkere grotten leven

d)

het fokken van haarloze ratten als laboratoriumproefdier

15.

Bacteriën, schimmels, planten en dieren zijn de vier ....

a)

Afdelingen

b)

Rijken

c)

Klassen

16.

Wat voor soort skelet heeft een kever?

a)

Inwendig skelet

b)

Uitwendig skelet

c)

Geen skelet

17.

Bij welke afdeling hoort dit dier?

a)

Geleedpotigen

b)

Stekelhuidigen

c)

Gewervelden

d)

Sponzen

18.

Bij welke afdeling hoort dit dier?

a)

Gewervelden

b)

Weekdieren

c)

Eencelligen

d)

Stekelhuidigen

19.

Bij welke afdeling hoort dit dier?

a)

geleedpotigen

b)

gewervelden

c)

weekdieren

d)

holtedieren

20.

Aan de hand van welk schema kan je organismen het beste indelen?

a)
b)
c)
d)
21.

Tot welke stam behoort dit dier?

a)

Gewervelden

b)

Stekelhuidigen

c)

Geleedpotigen

d)

Dieren

22.

Welke dieren behoren tot de stam geleedpotigen?

a)

Slang

b)

Krab

c)

Vogelspin

d)

Hond

23.

Welke kenmerken heeft dit dier?

a)

Tweezijdig symmetrisch

b)

Veelzijdig symmetrisch

c)

Inwendig skelet

d)

Geen skelet

24.

Tot welke stam behoort dit dier?

a)

Geleedpotigen

b)

Sponzen

c)

Wormen

d)

Gewervelden

25.

Welk kenmerk heeft een vis?

a)

Veelzijdig symmetrisch

b)

Geen skelet

c)

Tweezijdig symmetrisch

d)

Ja.... eigenlijk niets

26.

Tot welke stam behoort dit dier en waarom?

a)

Sponzen, omdat hij veelzijdig symmetrisch is en een inwendig skelet heeft.

b)

Holtedieren, omdat hij veelzijdig symmetrisch en een inwendig skelet heeft.

c)

Sponzen, omdat hij niet symmetrisch is en meestal vast zit aan de bodem.

d)

Stekelhuidigen, omdat hij stekels heeft.

27.

Welke kenmerken horen bij de holtedieren?

a)

Veelzijdig symmetrisch

b)

Inwendig skelet

c)

Leven in het water

d)

Geen van de bovenstaande antwoorden

28.

Welke dier horen tot de gewervelden?

a)
b)
c)
d)
29.

Tot welke stam behoort dit dier?

a)

Weekdieren

b)

Gewervelden

c)

Geleedpotigen

d)

Stekelhuidigen

30.

De mens behoort tot de stam gewervelden.

a)

Waar

b)

Niet waar

31.

Tot welke stam behoord dit dier?

a)

Sponzen

b)

Weekdieren

c)

Geleedpotigen

d)

Gewervelden

32.

In de afbeelding zie je een wants. Deze is:

a)

tweezijdig symmetrisch

b)

veelzijdig symmetrisch

c)

niet symmetrisch

33.

Bij zaadplanten groeien de zaden in bloemen

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

Een kokkel (zie afbeelding) hoort tot de weekdieren

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

Wat is de meest volledige definitie van een soort?

a)

Een groep organismen die zich onderling kan voortplanten

b)

Een groep organismen die te verdelen is in een aantal kleinere groepen

c)

Een groep organismen die voor vruchtbare nakomelingen kan zorgen

d)

Een groep organismen die grote gelijkenis vertonen

36.

Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van sporen die ontstaan in hoopjes aan de onderkant van de bladeren?

a)

Bij de bomen

b)

Bij de grassen

c)

Bij de mossen

d)

Bij de varens

37.

Op rottend fruit tref je vaak witte "pluizige"draden aan. Deze draden zijn (a)  

38.

In de zee leven algen, die bij de planten worden gerekend. Welk kenmerk van de cellen van algen wordt gebruikt om ze bij de planten te rekenen?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

39.

Tot welke groep van de planten behoort de ereprijs?

a)

Sporeplanten

b)

Zaadplanten

c)

Mossen

d)

Varens

40.

Tot welke groep van de gewervelden behoort een salamander?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Vissen

d)

Zoogdieren