wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

verbranding en ademhaling

Total questions: 39

Worksheet time: 1hrs 4mins

Name
Class
Date
1.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
2.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
3.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
4.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
5.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg
6.

Wat kan ik aantonen met helder kalkwater?

a)

zuurstof

b)

stikstof

c)

koolstodioxide

d)

helium

7.
Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand>
Welke vorm van energie komt er dan vrij
a)
Warmte en beweging
b)
warmte en licht
c)
licht en beweging
d)
alleen beweging
8.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
9.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
10.
Welke weg ,legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?
a)
Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie
b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
11.
Wat is juist?
a)
De huig sluit de luchtpijp af
b)
Het strotklepje sluit de luchtpijp af
c)
De huig sluit de neusholte en de luchtpijp af
d)
Het strotklepje sluit de neusholte en luchtpijp af
12.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dikke wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

13.

Het precentage stikstof wat je in en uitademt is gelijk

a)

waar

b)

niet waar

14.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

15.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht beide dicht

16.

Lucht kan zowel ingeademd worden via de neus als de mond.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Lucht bestaat alleen maar uit zuurstof of koolstofdioxide.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Uitlaatgassen van een auto zijn hetzelfde als verbrandingsproducten.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
20.

Astma en COPD zijn beide aandoeningen aan de luchtwegen. Er zijn overeenkomsten en verschillen tussen deze aandoeningen. Kies de juiste optie.

a)

Astma is aangeboren en COPD ook

b)

Astma is aangeboren en COPD niet

c)

Astma is niet aangeboren en COPD wel

d)

Astma is niet aangeboren en COPD ook niet

21.

glucose + .... → .... + water + energie

a)

Zuurstof → koolstofdioxide

b)

Zuurstof → butaan

c)

Koolstofdioxide → zuurstof

d)

Waterdamp → zwavel

22.

Door verbranding in je lichaam kun je...

a)

Het warm krijgen

b)

ademhalen

c)

bewegen

d)

Het laten regenen

23.

Koolstofdioxide adem je ....

a)

in

b)

uit

c)

Koolstofdioxide wordt niet opgenomen door je longen.

24.

Wat zijn koolstofdioxide en water?

a)

brandstoffen

b)

verbrandingsproducten

c)

gassen

d)

airosolen

25.

Bij verbranding komt er energie vrij. Bij mensen kun je dit aantonen als...

a)

waterdamp

b)

koolstofdioxide

c)

zuurstof

d)

warmte

26.

Een typisch voorbeeld van een brandstof bij mensen is:

a)

glucose

b)

benzine

c)

zuurstof

d)

waterdamp

27.

In uitgeademde lucht zit meer

a)

koolstofdioxide

b)

waterdamp

c)

warmte

d)

stikstof

28.

De luchtpijp splitst zich op in twee...

a)

luchtpijptakjes

b)

longblaasjes

c)

bronchiën

d)

keelholtes

29.

De luchtpijp wordt beschermt door

a)

kraakbeenringen

b)

botkalkmerg

c)

de longen

d)

groeischijven

30.

mondholte - ..... - luchtpijp - bronchiën - longen.


Wat hoort er op de puntjes?

a)

neusholte

b)

longblaasje

c)

keelholte

d)

strotklepje

31.

Als je je verslikt heeft het volgende onderdeel niet goed zijn werk gedaan:

a)

luchtpijp

b)

strotklepje

c)

slokdarm

d)

maag

32.

Als ik me verslik komt het voedsel in de .... terecht.

a)

blindedarm

b)

luchtpijp

c)

slokdarm

d)

middenrif

33.

Wat houdt stukjes stof tegen in de neus?

(a)  

34.

Het neusslijmvlies produceert slijm dat door .... naar de slokdarm wordt vervoert.

a)

trilharen

b)

neusharen

c)

peristaltische bewegingen

d)

tanden

35.

Vink alle voordelen van door de neus ademen aan.

a)

Lucht wordt warmer

b)

Lucht wordt gefilterd

c)

Lucht wordt gekeurd op gif (ruiken)

d)

Lucht wordt vochtiger

36.

Bloed neemt zuurstof op en geeft koolstofdioxide af aan de longblaasjes.

a)

Juist

b)

Onjuist

37.

De bloedvaten die langs de longblaasjes zitten noemen we:

a)

longvaten

b)

Longslagader

c)

Longhaarvaten

d)

Longblazen

38.

In het strottenhoofd liggen je...

a)

stembanden

b)

luchtpijp

c)

slijmproducerende cellen

39.

Hoe heet de vertakking van de luchtpijp?

a)

Longblaasje

b)

Luchtpijptakje

c)

Bronchiën