Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordenen van organismen & Bacteriën en schimmels

Total questions: 35

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Organismen kunnen verdeeld worden over 4 verschillende rijken.

Welke van de onderstaande antwoorden is géén rijk?

a)

het rijk van de schimmels

b)

het rijk van de planten

c)

het rijk van de bacteriën

d)

het rijk van de vogels

2.

Als organismen worden ingedeeld in een rijk, kijken we naar eigenschappen van de cellen.

Naar welke drie cel-eigenschappen kijken we dan?

a)

heeft de cel een celkern

b)

heeft de cel een celmembraan

c)

heeft de cel een vacuole

d)

heeft de cel een celwand

e)

heeft de cel een bladgroenkorrel

3.

Bekijk de afbeelding goed.

Met welk nummer is de celkern aangegeven?

a)

met nummer 1

b)

met nummer 2

c)

met nummer 3

4.

Bekijk de afbeelding goed.

Met welk nummer is het celmembraan aangegeven?

a)

met nummer 1

b)

met nummer 2

c)

met nummer 3

5.

Bekijk de afbeelding goed.

Met welk nummer is het celplasma aangegeven?

a)

met nummer 1

b)

met nummer 2

c)

met nummer 3

6.

Wat is de functie van een celwand?

a)

geeft stevigheid aan de cel

b)

regelt wat er in de cel gebeurd

c)

geeft een groene kleur aan de cel

d)

is een stroperige, plakkerige vloeistof

7.

Wat is de functie van een celkern?

a)

geeft stevigheid aan de cel

b)

regelt wat er in de cel gebeurd

c)

geeft een groene kleur aan de cel

d)

is een stroperige, plakkerige vloeistof

8.

Wat is de functie van een bladgroenkorrel?

a)

geeft stevigheid aan de cel

b)

regelt wat er in de cel gebeurd

c)

geeft een groene kleur aan de cel

d)

is een stroperige, plakkerige vloeistof

9.

Welke omschrijving hoort bij het celplasma (cytoplasma)?

a)

het geeft stevigheid aan de cel

b)

het is een blaasje met vocht

c)

het is een dun vliesje

d)

is een stroperige, plakkerige vloeistof

10.

Welke omschrijving hoort bij het celmembraan?

a)

het geeft stevigheid aan de cel

b)

het is een blaasje met vocht

c)

het is een dun vliesje om het celplasma

d)

is een stroperige, plakkerige vloeistof

11.

Welke omschrijving hoort bij een vacuole?

a)

het geeft stevigheid aan de cel

b)

het is een blaasje gevuld met vocht

c)

het is een dun vliesje om het celplasma

d)

is een stroperige, plakkerige vloeistof

12.

Bekijk de afbeelding goed.

Welk deel geeft een bladgroenkorrel aan?

a)

deel 1

b)

deel 2

c)

deel 3

d)

deel 4

e)

deel 5

13.

Bekijk de afbeelding goed.

Welk deel geeft een celmembraan aan?

a)

deel 1

b)

deel 2

c)

deel 3

d)

deel 4

e)

deel 5

14.

Bekijk de afbeelding goed.

Welk deel geeft een vacuole aan?

a)

deel 1

b)

deel 2

c)

deel 3

d)

deel 4

e)

deel 5

15.

Bekijk de afbeelding goed.

Welk deel geeft een plakkerige, stroperige vloeistof aan?

a)

deel 1

b)

deel 2

c)

deel 3

d)

deel 4

e)

deel 5

16.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 2?

a)

celmembraan

b)

celwand

c)

celkern

d)

celplasma

e)

vacuole

17.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 6?

a)

celmembraan

b)

celwand

c)

celkern

d)

celplasma

e)

vacuole

18.

Bekijk de afbeelding goed.

Heeft de cel van een bacterie (nummer 1 in de afbeelding) een celwand? En een celkern? En een bladgroenkorrel?

a)

een bacterie heeft alleen een celwand

b)

een bacterie heeft een celwand en een celkern

c)

een bacterie heeft een celwand, een celkern en een bladgroenkorrel

d)

een bacterie heeft alleen een celkern

19.

Bekijk de afbeelding goed.

Heeft de cel van een dier (nummer 2 in de afbeelding) een celwand? En een celkern? En een bladgroenkorrel?

a)

een dier heeft alleen een celwand

b)

een dier heeft een celwand en een celkern

c)

een dier heeft een celwand, een celkern en een bladgroenkorrel

d)

een dier heeft alleen een celkern

20.

Bekijk de afbeelding goed.

Heeft de cel van een plant (nummer 3 in de afbeelding) een celwand? En een celkern? En een bladgroenkorrel?

a)

een plant heeft alleen een celwand

b)

een plant heeft een celwand en een celkern

c)

een plant heeft een celwand, een celkern en een bladgroenkorrel

d)

een plant heeft alleen een celkern

21.

Bekijk de afbeelding goed.

Heeft de cel van een schimmel (nummer 4 in de afbeelding) een celwand? En een celkern? En een bladgroenkorrel?

a)

een schimmel heeft alleen een celwand

b)

een schimmel heeft een celwand en een celkern

c)

een schimmel heeft een celwand, een celkern en een bladgroenkorrel

d)

een schimmel heeft alleen een celkern

22.

Bacteriën en schimmels hebben een aantal overeenkomsten.

Welke twee overeenkomsten zijn positieve (goede) eigenschappen?

a)

ze ruimen dode resten op in de natuur

b)

ze worden gebruikt bij het maken van voedsel

c)

ze veroorzaken ziekten

d)

ze kunnen voedsel laten bederven

23.

Bacteriën en schimmels hebben een aantal overeenkomsten.

Welke twee overeenkomsten zijn negatieve (slechte) eigenschappen?

a)

ze ruimen dode resten op in de natuur

b)

ze worden gebruikt bij het maken van voedsel

c)

ze veroorzaken ziekten

d)

ze kunnen voedsel laten bederven

24.

Bacteriën worden gebruikt bij het maken van voedsel.

Welke soorten voedsel worden bereid met behulp van bacteriën?

a)

zuurkool en yoghurt

b)

yoghurt en schimmelkaas

c)

wijn en melk

d)

brood en bier

25.

Schimmels worden gebruikt bij het maken van voedsel.

Welke soorten voedsel worden bereid met behulp van schimmels?

(er zijn meerdere antwoorden goed)

a)

zuurkool en yoghurt

b)

wijn en schimmelkaas

c)

yoghurt en melk

d)

brood en bier

26.

Bacteriën kunnen verschillende ziekten veroorzaken.

Welke twee ziekten kunnen door een bacterie veroorzaakt worden?

a)

longontsteking

b)

oorontsteking

c)

zwemmerseczeem

d)

kalknagels

27.

Schimmels kunnen verschillende ziekten veroorzaken.

Welke twee ziekten kunnen door een schimmel veroorzaakt worden?

a)

longontsteking

b)

oorontsteking

c)

zwemmerseczeem

d)

kalknagels

28.

Welke twee eigenschappen horen bij een schimmel?

a)

sommige schimmels zijn eetbaar

b)

van sommige schimmels worden medicijnen gemaakt

c)

sommige schimmels delen zich in tweeën

d)

van sommige schimmels wordt kleding gemaakt

29.

Een bacterie plant zich voort door middel van:

a)

sporen

b)

deling

c)

stekken

d)

uitlopers

30.

Een schimmel plant zich voort door middel van:

a)

sporen

b)

deling

c)

stekken

d)

uitlopers

31.

Bekijk de afbeelding goed.

In de afbeelding zie je:

a)

een schimmel

b)

een plant

c)

een dier

d)

een bacterie

32.

Bekijk de afbeelding goed.

In de afbeelding zie je:

a)

een schimmel

b)

een plant

c)

een dier

d)

een bacterie

33.

In de afbeelding zie je een aantal bacteriën.

Is een bacterie eencellig of meercellig?

a)

eencellig

b)

meercellig

c)

eencellig en meercellig

34.

In de afbeelding zie je verschillende soorten schimmels.

Is een schimmel eencellig of meercellig?

a)

eencellig

b)

meercellig

c)

eencellig en meercellig

35.

Het medicijn penicilline wordt gemaakt van...

a)

een bacterie

b)

een schimmel

c)

een plant

d)

een dier