wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Multiple-Choice Quiz voor Onderwijsassistenten

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de basis voor de beroepshouding van een pedagogisch werker?

a)

Persoonlijke voorkeur

b)

De beroepscode

c)

Regels van de organisatie

d)

Eigen waarden en normen

2.

Wat betekent integriteit in de beroepshouding?

a)

Eerlijkheid en niet omkoopbaar zijn

b)

Empathie tonen voor anderen

c)

Representatief zijn voor de organisatie

d)

Betrokkenheid tonen bij kinderen

3.

Wat wordt bedoeld met de beroepsethiek?

a)

Het strikt naleven van regels binnen de organisatie

b)

Het geheel van waarden en normen in de beroepspraktijk

c)

Het vermijden van persoonlijke betrokkenheid bij het werk

d)

Het tonen van empathie en betrokkenheid

4.

Welk aspect hoort niet bij de grondhouding van een pedagogisch werker?

a)

Gevoelsmatig aspect

b)

Financieel aspect

c)

Verstandelijk aspect

d)

Ethisch aspect

5.

Wat is een voorbeeld van respect tonen in pedagogisch werk?

a)

Het gebruiken van 'je' en 'jij' bij ouders

b)

Het negeren van persoonlijke voorkeuren van kinderen

c)

Met kinderen praten en niet over hen

d)

Zorgen voor strikte regels zonder uitzonderingen

6.

Wat is een teken van een goede balans tussen betrokkenheid en distantie?

a)

Werk helemaal loslaten buiten werktijd

b)

Geen persoonlijke band opbouwen met kinderen

c)

Betrokken zijn zonder je eigen grenzen te overschrijden

d)

Altijd bereikbaar zijn voor werkgerelateerde problemen

7.

Wat betekent een empathische houding in pedagogisch werk?

a)

Je gevoelens negeren om professioneel te blijven

b)

Alleen begrip tonen voor situaties die je zelf hebt meegemaakt

c)

Je kunnen inleven in de situatie van een ander

d)

Onmiddellijk oordelen over gedrag van anderen

8.

Welke waarde staat centraal bij het bewaken van je eigen grenzen?

a)

Assertiviteit

b)

Empathie

c)

Vertrouwelijkheid

d)

Geduld

9.

Wat wordt bedoeld met representativiteit in de beroepshouding?

a)

Het dragen van een uniform

b)

Positieve uitstraling en professionele houding

c)

Persoonlijke voorkeuren boven organisatiebelangen stellen

d)

Het vermijden van conflicten

10.

Wanneer mag je als pedagogisch werker je zwijgplicht verbreken?

a)

Bij een vermoeden van kindermishandeling

b)

Wanneer ouders expliciet toestemming geven

c)

Alleen bij medische noodgevallen

d)

Nooit, de zwijgplicht is absoluut

11.

Wat wordt bedoeld met "echtheid" in de beroepshouding?

a)

Spontaan reageren zonder nadenken

b)

Jezelf durven zijn en eerlijk zijn tegenover jezelf en anderen

c)

Altijd professioneel blijven en emoties vermijden

d)

Emoties volledig negeren tijdens het werk

12.

Wat is belangrijk bij het tonen van respect in het pedagogisch werk?

a)

Altijd de mening van de ander overnemen

b)

Je eigen waarden en normen opleggen

c)

De ander in zijn waarde laten, ook bij verschil van mening

d)

Afkeurend reageren op gedrag dat

13.

Wat wordt bedoeld met 'pedagogisch werk'?

a)

Altijd de mening van de ander overnemen

b)

Je eigen waarden en normen opleggen

c)

De ander in zijn waarde laten, ook bij verschil van mening

d)

Afkeurend reageren op gedrag dat niet overeenkomt met je normen

14.

Welke uitspraak beschrijft een correcte professionele houding?

a)

"Ik behandel alle kinderen hetzelfde, zonder rekening te houden met hun achtergrond."

b)

"Ik laat mijn persoonlijke voorkeuren leidend zijn in mijn keuzes."

c)

"Ik handel altijd integer en respectvol naar kinderen en ouders."

d)

"Ik blijf neutraal en vermijd betrokkenheid bij de kinderen."

15.

Wat wordt bedoeld met 'openstaan' in pedagogisch werk?

a)

Geen grenzen stellen aan ouders en kinderen

b)

Je eigen mening laten domineren in gesprekken

c)

Luisteren zonder vooroordelen en aandacht hebben voor de ander

d)

Alleen communiceren met mensen die jouw mening delen

16.

Wat is een goede manier om verantwoordelijkheid te dragen voor je eigen taken?

a)

Alle taken accepteren, ook als ze buiten je bevoegdheden vallen

b)

Kritiek vermijden door geen beslissingen te nemen

c)

Op de hoogte zijn van je taken en bevoegdheden en daarnaar handelen

d)

Altijd zelf alle problemen oplossen zonder hulp te vragen

17.

Wat wordt bedoeld met 'handelend optreden' in de beroepshouding?

a)

Altijd wachten tot je opdracht krijgt om iets te doen

b)

Proactief en actief inspelen op wat nodig is

c)

Alleen reageren op directe verzoeken van kinderen en collega's

d)

Problemen negeren en focussen op je eigen taken

18.

Wat is een belangrijk aspect van een empathische houding?

a)

De situatie van de ander invullen met je eigen interpretaties

b)

Proberen te begrijpen wat de ander voelt en denkt

c)

Altijd volledig openhartig zijn over je eigen gevoelens

d)

Emoties vermijden om professioneel te blijven

19.

Waarom is geduld belangrijk in pedagogisch werk?

a)

Om tijd te besparen in complexe situaties

b)

Omdat kinderen altijd snel leren en handelen

c)

Omdat kinderen zich in hun eigen tempo ontwikkelen

d)

Om ongeduldige collega's te compenseren

20.

Wat is een belangrijk kenmerk van betrokkenheid tonen?

a)

Volledig opgaan in je werk zonder grenzen te stellen

b)

Aandacht hebben voor kinderen zonder te dichtbij te komen

c)

Kritiek geven op collega's die minder betrokken lijken

d)

Alleen interesse tonen in kinderen die gemakkelijk contact maken

21.

Wat kan het gevolg zijn van een onechte houding?

a)

Het versterkt het vertrouwen van kinderen en ouders

b)

Het zorgt voor open communicatie met collega's

c)

Het wekt wantrouwen bij kinderen, jongeren en ouders

d)

Het wordt niet opgemerkt zolang je professioneel blijft