Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 3 - optellen

Total questions: 47

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

60 + 7 =

a)

67

b)

60

c)

69

d)

50

2.

20 + 3 =

a)

23

b)

13

c)

86

d)

20

3.

37 + 36 =

a)

43

b)

83

c)

73

d)

68

4.

801 + 642 =

a)

1344

b)

1383

c)

1443

d)

1430

5.

411 + 193 =

a)

604

b)

634

c)

603

d)

601

6.

17 + 3 =

a)

17

b)

48

c)

79

d)

20

7.

381 + 56 =

a)

432

b)

437

c)

357

d)

362

8.

825 + 927 =

a)

1807

b)

1752

c)

1750

d)

1757

9.

104 + 257 =

a)

457

b)

317

c)

366

d)

361

10.

10 + 12 =

a)

72

b)

22

c)

40

d)

17

11.

223 + 473 =

a)

696

b)

713

c)

686

d)

698

12.

226 + 264 =

a)

505

b)

490

c)

511

d)

511

13.

75 + 214 =

a)

271

b)

265

c)

289

d)

277

14.

794 + 128 =

(a)  

15.

667 + 306 =

(a)  

16.

779 + 169 =

(a)  

17.

197 + 80 =

(a)  

18.

178 + 143 =

(a)  

19.

721 + 172 =

(a)  

20.

759 + 182 =

a)

939

b)

964

c)

926

d)

941

21.

682 + 5 =

a)

684

b)

687

c)

666

d)

681

22.

272 + 380 =

a)

668

b)

662

c)

632

d)

652

23.

188 + 188 =

(a)  

24.

612 + 113 =

(a)  

25.

713 + 94 =

(a)  

26.

525 + 85 =

a)

605

b)

610

c)

616

d)

611

27.

65 + 472 =

a)

537

b)

525

c)

550

d)

522

28.

329 + 425 =

a)

754

b)

744

c)

745

d)

741

29.

387 + 341 =

a)

704

b)

735

c)

714

d)

728

30.

758 + 138 =

(a)  

31.

5 + 3 =

a)

6

b)

8

c)

9

d)

7

32.

10 + 4 =

(a)  

33.

Emma heeft 5 appels. Ze krijgt er 3 bij. Hoeveel appels heeft ze nu?

a)

7

b)

8

c)

9

d)

6

34.

In de tuin staan 4 bloemen. Er worden 2 nieuwe geplant. Hoeveel bloemen staan er nu?

(a)  

35.

Tom heeft 6 knikkers. Zijn vriend geeft hem er 4. Hoeveel heeft Tom nu?

(a)  

36.

In de klas zitten 7 meisjes en 5 jongens. Hoeveel kinderen zijn dat samen?

(a)  

37.

Lisa leest 3 bladzijden op maandag en 4 op dinsdag. Hoeveel bladzijden heeft ze gelezen?

(a)  

38.

In de doos zitten 2 rode ballonnen en 5 blauwe. Hoeveel ballonnen zijn dat samen?

(a)  

39.

Er lopen 8 schapen in het veld. Er komen 2 bij. Hoeveel zijn het er nu?

(a)  

40.

Anna heeft 10 euro. Ze vindt 5 euro op straat. Hoeveel euro heeft ze dan?

(a)  

41.

Lisa spaart 235 euro. Ze krijgt 120 euro van haar oma. Hoeveel heeft ze dan?

(a)  

42.

In een winkel liggen 420 appels. De volgende dag worden er 180 bij geleverd. Hoeveel appels liggen er dan?

(a)  

43.

Een vrachtwagen vervoert 325 dozen. Een tweede vrachtwagen vervoert er 275. Hoeveel dozen samen?

(a)  

44.

Er staan 480 stoelen in de zaal. Er komen nog 220 stoelen bij. Hoeveel stoelen zijn dat in totaal?

(a)  

45.

In een fabriek werken 356 mannen en 289 vrouwen. Hoeveel mensen werken er totaal?

(a)  

46.

Een school heeft 215 leerlingen. Na de vakantie komen er 87 nieuwe bij. Hoeveel leerlingen zijn er dan?

a)

299

b)

302

c)

301

d)

303

47.

Op maandag worden 458 pakketten bezorgd en op dinsdag 389. Hoeveel pakketten in totaal?

a)

846

b)

838

c)

847

d)

849