wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Aardrijkskunde 3M

Total questions: 30

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

Vroeger stond Detroit bekend als...

(a)  

2.

Wanneer groeide Detroit snel?

a)

Tussen 1800 en 1850

b)

Tussen 1850 en 1900

c)

Tussen 1900 en 1950

d)

tussen 1950 en 2000

3.

Wat is een suburb?

4 lines
4.

Amerikanen die afstammen van slaven noemen we ook wel...

a)

Afro-Amerikanen

b)

Anglo-Amerikanen

5.

Wat is het bnp/hoofd?

4 lines
6.

Waar of niet waar.

In een land met een hoog bnp/hoofd heeft iedereen veel geld.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Hier zie je een Lorenzcurve.

Bij welk land verdient iedereen precies evenveel?

a)

Groen

b)

Blauw

c)

Rood

8.

Leg uit wat er gebeurd met je koopkracht als...

Je 2x zoveel geld gaat verdienen en de prijs van een pak melk in de supermarkt verdubbeld.

4 lines
9.

Noem twee manieren voor een boer om de productie per hectare te verhogen

4 lines
10.

Een flat is een voorbeeld van ... omdat het meer dan 5 verdiepingen heeft.

(a)  

11.

Welke wijk is rijker?

1 (Doornakkers)

2 (de Karpen)

a)

1 Doornakkers

b)

2 De Karpen

12.

Als je veel vrienden in een wijk hebt is dit een voorbeeld van...

a)
Welzijn
b)

Welvaart

13.

Welke begrippen hebben te maken met welzijn?

Er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

Leefbaarheid

b)

Sociale cohesie

c)

Samenhang

d)

Welvaart

14.

Hoe goed een land ontwikkeld is kan je berekenen door het...

Dit is een berekening van het bnp, anafalbetisme en de levensverwachting.

(a)  

15.

Een woning verbeteren door een nieuwe keuken of beter isoleren is...

a)

Sanering

b)

Renovatie

16.

Waar op de kaart zien we sanering?

17.

Noem een manier om sociale cohesie te verbeteren

4 lines
18.

In welk deel van Nederland wordt het meeste geld verdiend?

a)

Noorden

b)

Oosten

c)

Zuiden

d)

Westen

19.

Waar zou je later liever gaan wonen?

a)

Stad

b)

Platteland

20.

Het percentage van mensen boven de 65+ stijgt in Nederland. Dit noemen we ook wel...

(a)  

21.

De grens tussen Overijssel en Drenthe is een...

a)

harde grens

b)

zachte grens

c)

kunstmatige grens

d)

natuurlijke grens

22.

Tussen Frankrijk en Spanje ligt een (a)   grens

23.

Schiphol airport is een voorbeeld van een .... grens

a)

Harde

b)

Zachte

24.

Noem een voorbeeld in de wereld van inlijven/ annexeren.

4 lines
25.

Waar of niet waar.

Al deze eilanden zijn het territorium van Nederland.

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Waarvoor stemmen mensen als ze stemmen voor de tweede kamer?

a)

Landelijk bestuur

b)

Provinciaal bestuur

c)

Gemeentelijk bestuur

27.

Welk bestuur gaat hier over?

Het plaatsen van een voetbaldoeltje op een grasveld.

a)

Landelijk bestuur

b)

Provinciaal bestuur

c)

Gemeentelijk bestuur

28.

Bij welke identiteit hoor jij het meest?

a)

Nationale identiteit

b)

Regionale identiteit

c)

Lokale identiteit

29.

Ontkerkelijking houd in dat steeds ... mensen gelovig zijn.

(a)  

30.

Hoe noem je het als mensen met dezelfde identiteit bij elkaar in de buurt gaan wonen en niet gemixt?

(a)