Search Header Logo
transport en bloedgroepen m4

transport en bloedgroepen m4

Assessment

Presentation

Biology

9th Grade

Hard

Created by

Marith de Beer

Used 2+ times

FREE Resource

23 Slides • 0 Questions

1

Thema 13 Transport

media

2

Bloedsamenstelling

vloeibaar: eiwitten, water en opgeloste stoffen

vaste: rode bloecellen, witte bloedcellen, bloedplaatsjes

media

3

Bestanddelen bloed

  • Bloedplasma: 91% water, 7% eiwitten, 2% opgeloste stoffen

  • Rode bloedcellen

  • Witte bloedcellen

  • Bloedplaatjes

media

4

media

5

Rode bloedcellen

  • Ronde schijfjes, in het midden ingedeukt.

  • Hebben géén celkern

  • Levensduur van 4 maanden

  • Ontstaan in de stamcellen van het rode beenmerg (koppen pijpbeenderen en platte beenderen)

  • Vervoeren zuurstof: Hemoglobine

  • Hemoglobine = eiwit wat ook ijzer bevat

media

6

Witte bloedcellen

  • hebben een celkern

  • hebben géén vaste vorm

  • maken ziekteverwekkers onschadelijk

  • Worden gevormd door stamcellen in het rode beenmerg

media

7

Afweer

  • bacteriën bestrijden

  • dode celresten opruimen

  • ziekteverwekkers bestrijden door antistoffen te vormen

media

8

Bloedplaatjes

  • Zijn delen van cellen (dus geen cellen)

  • Hebben geen celkern

  • zorgen voor de bloedstolling

  • Samen met fibrinogeen uit het bloedplasma vormen bloedplaatjes een kortsje

media

9

Het hart

  • De twee helften van het hart worden gescheiden door de harttussenwand

  • Ieder hart helft bestaat uit een boezem en een kamer

media

10

  • Bloed stroomt vanaf de holle aders de rechterboezem in, als het hart zich samentrekt loopt het de rechterkamer in.

  • Vanaf de rechterkamer wordt het de longslagader in gepompt.

  • Vanaf de longen loopt het bloed de linkerboezem in, als het hart zich samentrekt loopt het de linkerkamer in.

  • Vanaf de linkerkamer wordt het bloed de aorta in gepompt.

media

11

media

12

media

13

Samen benoemen we de nummers

media

14

Bloedvatenstelsel

Bestaat uit:

Hart

Bloedvaten

Bloedsomloop = de weg die het bloed door het lichaam aflegt.

Bloed blijft binnen de vaten à gesloten bloedvatenstelsel

media

15

​3 soorten bloedvaten

  • ​Dikke wand

  • ​Hart > organen

  • ​Hoge druk

  • ​Liggen diep in het lichaam

media
  • ​Wand = één cel dik

  • ​In organen

  • Stoffen kunnen door de wand heen

  • ​Lage druk

  • ​Haarvatennet

  • ​Dunne wand

  • ​Organen > hart

  • ​Lage druk

  • ​Geen voelbare hartslag

media
media
media

16

​Kleppen in de aders

media

17

Het bloedvatenstelsel

media
media

18

Bloedvaten, naamgeving en uitzonderingen

naar het orgaan toe ....slagader / van het orgaan weg .....ader
uitzonderingen: aorta / holle ader, poortader


Alle slagaders zijn zuurstof rijk, behalve de longslagader (krijgt in de longen pas de zuurstof)
Alle aders zijn zuurstof arm behalve de longader (meeste zuurstof van alles)

19

​Dubbele bloedsomloop

Kleine bloedsomloop

Rechter helft hart à longen à linker helft hart
Haal zuurstof op en laat co2 achter

Grote bloedsomloop

Linker helft hart à organen à rechter helft hart

Zuurstof en voedingsstoffen naar de organen vervoeren

Koolstofdioxide en andere afvalstoffen van de organen ophalen

media

20

Bloedgroepen

  • Op het celmembraam van rode bloedcellen kunnen stoffen voorkomen

  • Die stoffen (bloedfactoren) zijn bij iedereen anders

  • deze stoffen kunnen in een ander lichaam als lichaamsvreemd gezien

  • witte bloedcellen vallen ze dan aan

media

21

Bloedgroepen

  • In het bloedplasma zitten antistoffen tegen bloedfactoren die je niet hebt

  • Heb je bloedfactor A, dan zit in je plasma antistof B (anti-B)

  • Bloedfactor AB, heeft geen antistoffen

  • Bloedgroep 0, heeft anti A en B

media

22

Bloedgroepen

  • De 2 bekendste bloedfactoren zijn A en B

  • Elk mens heeft een bepaalde bloedgroep (erfelijk)

  • 4 bloedgroepen: A/B/AB/0

media

23

Bloedtransfusie

  • iemand krijgt donorbloed, bv na een ongeluk

  • liefst bloed met dezelfde bloedgroep

  • In het bloed van de ontvanger mogen geen antistoffen aanwezig zijn tegen de bloedfactor van de donor

  • Verkeerd bloed zorgt voor klonten

  • Je kijkt bij de donor alleen naar de rode bloedcellen!

media

Thema 13 Transport

media

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 23

SLIDE