Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voorwerpen

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
De leraren drinken koffie in de leraarskamer. 
a)
lijdend voorwerp
b)
onderwerp
c)
meewerkend voorwerp
d)
persoonsvorm
2.
Anne koopt mijn broer een auto. 
a)
onderwerp
b)
lijdend voorwerp
c)
meewerkend voorwerp
d)
persoonsvorm
3.
Fleur was ziek. 
a)
lijdend voorwerp
b)
onderwerp
c)
NWD
d)
meewerkend voorwerp
4.
Gisteren speelde Senna voetbal. 
a)
onderwerp
b)
lijdend voorwerp
c)
persoonsvorm
d)
meewerkend voorwerp
5.
Brian geeft Bjorn een schouderklopje. 
a)
onderwerp
b)
NWD
c)
meewerkend voorwerp
d)
lijdend voorwerp
6.
De meiden van 1Af schenken de leraar een cadeau. 
a)
onderwerp
b)
meewerkend voorwerp
c)
persoonsvorm
d)
lijdend voorwerp
7.
Trefbal spelen de jongens van 1Af graag. 
a)
lijdend voorwerp
b)
meewerkend voorwerp
c)
onderwerp
d)
persoonsvorm
8.
Trefbal spelen de jongens van 1Af graag. 
a)
lijdend voorwerp
b)
meewerkend voorwerp
c)
onderwerp
d)
persoonsvorm
9.
Wij vinden Nederlands een superleuk vak. 
a)
meewerkend voorwerp
b)
onderwerp
c)
lijdend voorwerp
d)
persoonsvorm
10.
Jullie lijken moe. 
a)
NWD
b)
meewerkend voorwerp
c)
onderwerp
d)
lijdend voorwerp
11.
Kijken jullie ook uit naar de vakantie? 
a)
ander zinsdeel
b)
onderwerp
c)
lijdend voorwerp
d)
meewerkend voorwerp