wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Persoonsvorm en voltooid deelwoord

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Piet sloop ‘s nachts door het schoolgebouw.


Wat is de persoonsvorm in deze zin?

a)

sloop

b)

schoolgebouw

c)

Piet

2.

Och pietjelief, wat zoek jij nou?


Wat is de persoonsvorm in deze zin?

a)

zoek

b)

pietjelief

c)

jij

3.

Piet keek in gaten en in hoeken.


Wat is de persoonsvorm in deze zin?

a)

Piet

b)

keek

c)

gaten

d)

hoeken

4.

Hij keek in mappen en in boeken.


Wat is de persoonsvorm in deze zin?

a)

Hij

b)

keek

c)

mappen

d)

in boeken

5.

De goede sint mopperde wat.


Is mopperde de persoonsvorm?

a)

Ja

b)

Nee

6.

Hij was het zoeken van piet nu meer dan zat.


Wat is de persoonsvorm in deze zin?

a)

Hij

b)

was

c)

zoeken

d)

piet

7.

Hij maakte zich zorgen! Straks is piet nog verdwaald!


Maakte en is zijn persoonsvormen

a)

nee

b)

ja

8.

Hij heeft toen het pietje maar weer opgehaald.


Wat is de persoonsvorm in deze zin?

a)

Hij

b)

heeft

c)

pietje

d)

opgehaald

9.

Pietje huilde van verdriet.


De persoonsvorm in deze zin is huilde.

a)

Ja

b)

Nee

10.

“Nu ... (hebben) ik het nog steeds niet!”


Hoe schrijf je in deze zin de persoonsvorm?

a)

heb

b)

hebben

c)

heeft

d)

hadden

11.

Wat zocht piet nou tijdens zijn nachtelijke ronde?


Wat is de persoonsvorm?

a)

Piet

b)

nachtelijke

c)

zocht

d)

tijdens

12.

Ach, hij had zo graag de persoonsvorm gevonden.


Wat is de persoonsvorm in deze zin?

a)

had

b)

hij

c)

gevonden

d)

Ach