Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

waar wil je wonen 2+3 BK

Total questions: 36

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

voorbeelden van grondstoffen kunnen zijn (meerderen goed)

a)

appels

b)

peren

c)

olie

d)

hout

2.

Wie hoort tot de beroepsbevolking (meerderen goed)

a)

Ik ben 14 jaar en werk op zaterdag

b)

ik ben 18 jaar en werk 10 uur per week

c)

ik ben 40 jaar en werk 40 uur per week

d)

Ik ben 25 jaar en zou graag 4 dagen per week willen werken

3.

Bedrijven zijn op zoek naar personeel. Dit heet

a)

aanbod van arbeid

b)

vraag naar arbeid

c)

de beroepsbevolking

4.

ik, ben op zoek naar een leuke baan. Dit heet

a)

aanbod van arbeid

b)

vraag naar arbeid

c)

de beroepsbevolking

5.

Sommige mensen werken niet in dezelfde plaats als daar waar ze wonen. We noemen ze dan

a)

reiziger

b)

forens

c)

vraag naar arbeid

6.

De meeste Nederlanders in Nederland hebben een baan in de

a)

landbouw

b)

industrie

c)

diensten

7.

De minste mensen in Nederland hebben een baan in de

a)

landbouw

b)

industrie

c)

diensten

8.

Wat hoort bij voorzieningen (meerderen goed)

a)

bus en trein

b)

scholen

c)

je eigen auto

d)

internetaansluiting

9.

Een klein verzorgingsgebied zie je bij een (meerderen goed)

a)

bakker

b)

ziekenhuis

c)

Mediamarkt

d)

groentenwinkel

10.

Een groot verzorgingsgebied zie je bij een (meerderen goed)

a)

bakker

b)

ziekenhuis

c)

Mediamarkt

d)

groentenwinkel

11.

Dorpen nemen in inwoners af, als

a)

het aantal voorzieningen stijgt

b)

het aantal voorzieningen daalt

12.

Bij een stedelijke omgeving hoort vaak (meerderen goed)

a)

geluidsoverlast

b)

drukte

c)

geuroverlast

d)

lawaai

13.

Met milieu bedoelen we

a)

alle viezigheid om ons heen

b)

de omgeving waarin wij leven

c)

natuur zoals bos en strand

14.

met modaal inkomen wordt bedoeld

a)

het inkomen dat als zeer rijk wordt gezien

b)

het inkomen dat de meesten mensen verdienen

c)

het inkomen dat weinig mensen verdienen

d)

het inkomen dat vrijwel niemand verdient

15.

Sinds gisteren staat het huis van de buren te koop. Dit hoort bij (meerderen goed)

a)

de vraag naar woningen

b)

het aanbod van woningen

c)

de huizenmarkt

d)

de makelaar

16.

Sinds gisteren zijn je ouders op zoek naar een andere woning. Dit hoort bij (meerderen goed)

a)

aanbod van woningen

b)

vraag naar woningen

c)

huizenmarkt

d)

makelaar

17.

Reken uit:

hoeveel is 1% van 200.000

a)

delen door 10, uitkomst is 20.000

b)

delen door 100, uitkomst is 2.000

c)

delen door 1000, uitkomst is 200

d)

delen door 10.000, uitkomst is 20

18.

5 % van 200.000 is

a)

1000

b)

5000

c)

10.000

d)

20.000

19.

Een lening om een huis te kopen heet een

a)

lening

b)

hypotheek

c)

makelaar

d)

notaris

20.

Welke rol speelt een notaris bij het kopen van een huis

a)

controleert of je het wel kan betalen

b)

controleert of het huis wel in orde is

c)

regelt de officiële aankoop van het huis

21.

Het terug betalen van een lening voor bijvoorbeeld een woning noemen we

a)

afbetalen

b)

rente betalen

c)

aflossen

22.

Jij bent op zoek naar een woning. Dit hoort bij

a)

het aanbod van woningen

b)

de vraag naar woningen

23.

Jullie gaan verhuizen en het oude huis kan weer verhuurd worden. Dit hoort bij

a)

het aanbod van woningen

b)

de vraag naar woningen

24.

Je verdient geld door bij AH vakken te vullen. Dit hoort bij

a)

ontvangsten met tegenprestatie

b)

ontvangsten zonder tegenprestatie

c)

inkomen in natura

25.

Je bent werkloos maar ontvangt een uitkering. Dit hoort bij

a)

ontvangsten met tegenprestatie

b)

ontvangsten zonder tegenprestatie

c)

inkomen in natura

26.

Je werkt bij een melkfabriek en je mag elke dag 2 pakken melk, vla of iets dergelijks mee naar huis nemen. Dit hoort bij

a)

ontvangsten met tegenprestatie

b)

ontvangsten zonder tegenprestatie

c)

inkomen in natura

27.

Je koopt een pak melk en een brood. Dit hoort bij

a)

dagelijkse uitgaven

b)

vaste lasten

c)

incidentele uitgaven

28.

Je ouders betalen elke maand jouw telefoonabonnement. Dat hoort bij

a)

dagelijkse uitgaven

b)

vaste lasten

c)

incidentele uitgaven

29.

Af en toe een nieuwe boek kopen, hoort bij

a)

dagelijkse uitgaven

b)

vaste lasten

c)

incidentele uitgaven

30.

Een paar keer per week in de kantine een broodje kopen

a)

dagelijkse uitgaven

b)

vaste lasten

c)

incidentele uitgaven

31.

Mark verdient €12.000 per jaar. Hoeveel verdient hij per maand ?

a)

€12.000

b)

€1.200

c)

€1.000

d)

€1.000

32.

In een multiculturele woonwijk wonen

a)

mensen met de Nederlandse cultuur

b)

mensen van allerlei culturen

c)

mensen met een niet Nederlandse cultuur

d)

koeien en boeren

33.

Piet verdient €1.200 per maand. De belasting haalt hier €200 vanaf.

Hoeveel is zijn brutoloon

a)

€1.000

b)

€1.200

c)

€1.400

d)

€1.600

34.

Piet verdient €1.200 per maand. De belasting haalt hier €200 vanaf.

Hoeveel is zijn nettoloon

a)

€1.000

b)

€1.200

c)

€1.400

d)

€800

35.

Dit wordt de laatste toets voor MM in leerjaar 1

a)

juist

b)

onjuist

c)

dat weet ik niet

36.

Meneer van den Akker is de beste docent MM

a)

ja

b)

nee

c)

dat weet ik niet