NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsOrganen en cellen
Total questions: 21
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
2.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
3.
Welk onderdeel heeft een dierlijke cel niet?
a)
Kern
b)
Celmembraan
c)
Celwand
d)
Cytoplasma
4.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
5.
Als ik kijk door een oculair van 10x en een objectief van 20x, dan heb ik een totale vergroting van 10 x 20 = 200x.
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?
a)
Celkern
b)
Cytoplasma
c)
Bladgroenkorrels
d)
Celwand
7.
De stevigheid van dierlijke cellen ontstaat door stevige celwanden. Juist of onjuist?
a)
Juist
b)
Onjuist
8.
Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Organenstelsel
e)
Organisme
9.
De lever hoort bij het .......
a)
Bloedvatenstelsel
b)
Verteringsstelsel
c)
Spierstelsel
d)
Zenuwstelsel
10.
Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?
a)
één weefsel
b)
meerdere weefsels
11.
Wat is de functie van nummer 4?
a)
Het verplaatsen van de tafel.
b)
Het bijstellen van het licht.
c)
Het scherp zetten van het beeld
d)
Het draaien van de objectieven.
12.
Onderdeel 1 heet
a)
Cytoplasma
b)
Vacuole
c)
Kern
13.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
14.
Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5
a)
lever
b)
dikke darm
c)
maag
d)
alvleesklier
15.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel
16.
Welke organen horen bij het verteringsstelsel?
a)
Hart, slokdarm ,maag, dunne darm
b)
slokdarm, maag, dikke arm, longen
c)
dikke darm, dunne darm, maag, lever, slokdarm
17.
Wat is een weefsel?
a)
een groep cellen met dezelfde vorm en functie
b)
cellen die delen
c)
een groep cellen met een verschillende vorm
18.
Een cel bestaat uit levend materiaal
a)
waar
b)
niet waar
19.
Hoe heet onderdeel 8
a)
oculair
b)
objectief
c)
revolver
20.
Hoe heet de bovenste lens waardoor je kijkt?
a)
oculair
b)
objectief
21.
Wat is de functie van de revolver
a)
hiermee klem je het preparaat vast
b)
hiermee kun je naar een geschikt objectief draaien
c)
hieraan pak je de microscoop vast
Reset
