wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1HV - Ordening

Total questions: 40

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Waarin verschillen bacteriën van planten, dieren en schimmels (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

celgrootte

b)

celkern

c)

bladgroenkorrels

d)

celmembraan

2.

In het rijk van de ... (a)... hebben de cellen een celwand, bladgroenkorrels en een celkern.

(a)  

3.

In het rijk van de ... (b)... hebben de cellen geen celkern of bladgroenkorrels, maar wel een celwand.

(a)  

4.

In een wond zitten twee bacteriën. Als deze twee bacteriën zich elk half uur blijven delen, hoeveel heb je er dan na 2 uur?

a)

32

b)

10

c)

16

5.

Wanneer je de hoed van een rijpe champignon op wit papier legt, vallen daar de donkere sporen op. Waarom is het verstandig om er een leeg glas ondersteboven op te zetten?

a)

Anders zou de paddenstoel schimmelen.

b)

Anders zouden de sporen wegwaaien.

c)

Als bescherming tegen de giftige sporen.

6.

Op de foto zie je een tomaat die beschimmeld is. Is deze schimmel een saprofiet?

a)

Ja

b)

Nee

7.

Met welk nummer is de zwamvlok weergegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

8.

Tot welk Rijk behoren de Paardestaarten?

a)

bacteriën

b)

planten

c)

schimmels

d)

dieren

9.

Tot welk Rijk behoren de Sponzen?

a)

bacteriën

b)

planten

c)

schimmels

d)

dieren

10.

Tot welk Rijk behoort een zeekomkommer?

a)

bacteriën

b)

planten

c)

schimmels

d)

dieren

11.

Bij welke klassen van het plantenrijk hebben de planten bladeren (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

wieren

b)

mossen

c)

paardenstaarten

d)

varens

e)

bedekt- en naaktzadigen

12.

Welke klassen van het plantenrijk planten zich voort met sporen (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

wieren

b)

mossen

c)

paardenstaarten

d)

varens

e)

schimmels

13.

In welke afdeling(en) van het plantenrijk vindt voortplanting plaats met zaden?

a)

bedektzadigen

b)

naaktzadigen

c)

zaadplanten

d)

sporenplanten

14.
Bij welke afdeling komen ééncellige planten voor?
a)
Wieren (algen)
b)
Sporenplanten
c)
Zaadplanten
d)
Alle drie
15.

Bij welke afdeling hoort dit?

- (meestal) wel wortels

- wel stengels

- wel bladeren

- geen bloemen

a)

Algen

b)

Sporenplanten

c)

Zaadplanten

d)

Geen van allen

16.
Tot welke afdeling behoort de adelaarsvaren?
a)
Algen
b)
Zaadplanten
c)
Sporenplanten
d)
Varens
17.
Tot welke afdeling behoort deze plant?
a)
Algen
b)
Sporenplanten
c)
Zaadplanten
d)
Anders
18.
Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort de zeekat?
a)
Geleedpotigen
b)
Gewervelden
c)
Holtedieren
d)
Weekdieren
19.

Tot welke afdeling behoort dit organisme?

a)

Geleedpotigen

b)

Gewervelden

c)

Stekelhuidigen

d)

Weekdieren

20.

Welk dier hoort bij de geleedpotigen?

a)
b)
c)
d)
21.

Welke stoffen zijn er nodig voor fotosynthese (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

(Zon)licht

b)

Bladgroenkorrels

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstof

e)

Water

22.

Welke afdeling heeft geen wortels, geen bladeren en geen stengels?

a)

Sporenplanten

b)

Bedektzadigen

c)

Mossen

d)

Wieren (algen)

23.

Er is een groep planten met vaatbundels en waar de sporen in sporenvormende orgaantjes liggen. Welke?

a)

Mossen

b)

Varens

c)

Paardenstaarten

d)

Naaktzadigen

e)

Bedektzadigen

24.

Waar kan bij deze tulp glucose worden gemaakt (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

In de bladeren

b)

In de bloemen

c)

In de wortels

d)

In de stengel

25.

Bij welke afdeling hoort deze plant?

a)

Naaktzadigen

b)

Bedektzadigen

c)

Planten

d)

Zaadplanten

26.

Wat is stap 3 bij het ordenen van dieren?

a)

Heeft het dier organen?

b)

Is het dier radiaal symmetrisch?

c)

Is het dier eencellig of meercellig?

d)

Wordt de oermond van het dier uiteindelijk de anus of de mond?

27.

Bij welke afdeling hoort een kikker?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Gewervelden

d)

Dieren

28.

Welke van onderstaande dieren zijn (meestal) skeletloos (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

Slakken

b)

Regenwormen

c)

Octopussen

d)

Kwallen

e)

Zee-egels

29.

Hoe komen sponzen aan hun voedsel?

a)

Filteren ze uit het water

b)

Hebben een holte in het lichaam waar het voedsel wordt verteerd

c)

Met kleine orgaantjes die lijken op een mond

d)

Ze krijgen voedsel uit de bodem waar ze op staan

30.

Bij welke geleedpotigen bestaat het gehele lichaam uit segmenten?

a)

Kreeftachtigen

b)

Spinachtigen

c)

Insecten

d)

Duizendpoten

31.

Welke gewervelden zijn over het algemeen niet afhankelijk van water bij het leggen van de eieren (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

32.

Bij welke klasse hoort dit dier?

a)

Kreeftachtigen

b)

Spinachtigen

c)

Geleedpotigen

d)

Reptielen

33.

Bij welke van de volgende afdelingen van het dierenrijk wordt de oermond de anus (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

weekdieren

b)

stekelhuidigen

c)

holtedieren

d)

gewervelden

e)

geleedpotigen

34.

De enige afdeling van het dierenrijk met dieren die meervoudig symmetrisch zijn, is de groep van de ... (?)...

(a)  

35.

Bij welke afdeling hebben de dieren een chitine exoskelet?

a)

kreeftachtigen

b)

stekelhuidigen

c)

weekdieren

d)

geleedpotigen

36.

Uit welke twee klassen komen de dieren waaruit dit fantasiedier is opgebouwd?

a)

vogels en katachtigen

b)

vogels en gewervelden

c)

zoogdieren en vogels

37.

In de afbeelding zie je een afbeelding van een fantasiewezen. Is dit wezen (waarschijnlijk) koud- of warmbloedig?

a)

koudbloedig

b)

warmbloedig

38.

Welke van onderstaande dieren is warmbloedig (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

kikker

b)

egel

c)

koekoek

d)

krokodil

39.

Een kikker en een spreeuw zitten in een ruimte bij 5 graden. Wie heeft het meeste voedsel nodig?

a)

spreeuw

b)

kikker

40.

In welke klassen planten de dieren zich voort in het water?

a)

vissen

b)

amfibieën

c)

reptielen

d)

vogels

e)

zoogdieren