WorksheetsEcologie GL/KB
Total questions: 42
Worksheet time: 21mins
Name
Class
Date
1.
Een soortgenoot is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
2.
Een prooidier is een abiotische factor.
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
De zon is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
4.
De zon is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
5.
In deze afbeelding zie je een:
a)
levensgemeenschap
b)
individu
c)
biotoop
d)
populatie
6.
Hoe noem je alle abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
7.
Hoe noem je alle biotische factoren samen.
a)
ecosysteem
b)
biotoop
c)
levensgemeenschap
d)
niche
8.
Hoe noem je alle biotische en abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
9.
Een beer is een...
a)
omnivoor.
b)
herbivoor.
c)
carnivoor.
10.
Een omnivoor is een ...
a)
alleseter.
b)
vleeseter.
c)
planteneter.
11.
Een carnivoor is een...
a)
alleseter.
b)
planteneter.
c)
vleeseter.
12.
Een herbivoor is een ....
a)
alleseter.
b)
planteneter.
c)
vleeseter.
13.
Lijsterbes-sprinkhaan-kikker-slang vormen een voedselketen.
a)
juist
b)
onjuist
14.
De libel is een consument van de 4e orde.
a)
juist
b)
onjuist
15.
Hoe noemen we de bacteriën en schimmels in een voedselketen?
a)
afvaleters
b)
consumenten
c)
reducenten
16.
Hoe noemen we deze kringloop?
a)
koolstofkringloop
b)
stikstofkringloop
c)
stoffenkringloop
17.
Consumenten zijn...
a)
autotroof
b)
heterotroof
18.
Een rups is ...
a)
autotroof.
b)
een consument van de eerste orde.
c)
omnivoor.
d)
een producent.
19.
Wat ontbreekt er bij nummer 1?
a)
verbranding
b)
fotosynthese
20.
Wat ontbreekt bij nummer 4?
a)
fotosynthese
b)
verbranding
21.
Wat ontbreekt bij nummer 3?
a)
consument
b)
reducent
c)
producent
d)
afvaleters
22.
Hoe noemen we de bacteriën en schimmels in een voedselketen?
a)
afvaleters
b)
consumenten
c)
reducenten
23.
Wat ontbreekt bij nummer 4?
a)
fotosynthese
b)
verbranding
24.
Welke energierijke stof wordt gemaakt bij de fotosynthese?
a)
koolstofdioxide
b)
mineralen
c)
glucose
d)
zonlicht
25.
Wat hoort er bij nr 1 te staan?
a)
dierlijke eiwitten
b)
afvalstoffen
c)
verbranding
d)
stikstofzouten
26.
Wat voor een soort voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming.
27.
Wat voor een voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming
28.
Deze vos is aangepast aan een....
a)
koud klimaat.
b)
gematigd klimaat.
c)
warm klimaat.
29.
Dit diagram noemen we ook wel een...
a)
minimum-maximumkromme.
b)
staafdiagram.
c)
milieukromme.
d)
optimumkromme.
30.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
31.
Het gestroomlijnde lichaam van deze pinguïn is een voorbeeld van....
a)
aanpassing.
b)
successie.
c)
mutualisme.
d)
symbiose.
32.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
33.
Wat voor een soort snavel zie je bij een vogel met dit soort poten?
a)
kegelsnavel
b)
priemsnavel
c)
haaksnavel
d)
zeefsnavel
34.
Wat voor een soort snavel zie je bij een vogel met dit soort poten?
a)
kegelsnavel
b)
priemsnavel
c)
haaksnavel
d)
zeefsnavel
35.
Wat voor een soort snavel zie je bij een vogel met dit soort poten?
a)
kegelsnavel
b)
priemsnavel
c)
pincetsnavel
d)
zeefsnavel
36.
Hoe noemen we de snavel van deze vogel?
a)
priemsnavel
b)
haaksnavel
c)
kegelsnavel
d)
pincetsnavel
37.
In de afbeelding zie je een voorbeeld van een zonplant.
a)
juist
b)
onjuist
38.
In de afbeelding zie je een voorbeeld van een zonplant.
a)
juist
b)
onjuist
39.
In de afbeelding zie je een voorbeeld van een zonplant.
a)
juist
b)
onjuist
40.
Het meest linker wortelstelsel is van een plant in een droog milieu.
a)
juist
b)
onjuist
41.
Voorjaarsbloeiers zijn...
a)
zonplanten
b)
schaduwplanten
42.
Je ziet hier een luchtkanaal in een stengel. Deze komen voor bij...
a)
woestijnplanten
b)
schaduwplanten
c)
zonplanten
d)
waterplanten
100 %
