wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H1 + werkboekje

Total questions: 39

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet orgaan nummer 1?

(a)  

2.

Hoe heet orgaan nummer 2?

(a)  

3.

Hoe heet orgaan nummer 5?

(a)  

4.

Hoe heet orgaan nummer 8?

(a)  

5.

Hoe noem je zo'n plastic lichaam zonder armen en benen waarin je kunt zien hoe de organen liggen?

(a)  

6.

Welk orgaanstelsel vervoert zuurstof en voedingsstoffen door het lichaam?

(a)  

7.

Wat is een ander woord voor het orgaanstelsel "het skelet"

(a)  

8.

Hoe heet het kleiner maken van voedsel?

(a)  

9.

Neus, mond, luchtpijp en longen vormen samen het (a)  

10.

Om spieren te voorzien van zuurstof + voedingsstoffen, werken 3 orgaanstelsels samen. Dit zijn: het ademhalingsstelsel, het bloedvatenstelsel en het (a)  

11.

Als je sport, ga je sneller ademhalen. Wat is hierover waar?

a)

Als je sneller ademhaalt, krijg je minder zuurstof in het bloed

b)

Als je sneller ademhaalt, krijg je meer zuurstof in het bloed

c)

Als je sneller ademhaalt, krijgen je spieren minder zuurstof

12.

Hoe heet nummer 1?

(a)  

13.

Hoe heet nummer 3?

(a)  

14.

Hoe heet nummer 4?

(a)  

15.

Waar of niet waar. Een weefsel is "groter" dan een cel

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Hoe heet nummer 1?

(a)  

17.

Hoe heet nummer 7?

(a)  

18.

Hoe heet nummer 9?

(a)  

19.

Hoe heet nummer 12?

(a)  

20.

Kijk naar de tekening. Wat je hier ziet is een  (a)   tekening

21.

Wat voor soort doorsnede zie je hier?

a)

Lengtedoorsnede

b)

dwarsdoorsnede

c)

Buitenaanzicht

22.

Wat is het begrip voor het opzoeken van een naam van een organisme?

(a)  

23.

Wat is het eerste onderdeel van een onderzoek?

(a)  

24.

Er zijn 3 onderdelen van het werkplan van een onderzoek. Dat zijn: de tijdsplanning, de lijst met benodigdheden en de (a)  

25.

Hoe noem je dit?

(a)  

26.

Er zijn 4 rijken organismen. Het dierenrijk, plantenrijk, bacterierijk en het (a)  

27.

Er zijn 3 klassen van het plantenrijk: de sporenplanten, zaadplanten en de wieren

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

De wetenschappelijke naam van een konijn is: Oryctolagus cuniculus. Hoe noem je het eerste deel van de naam? (Oryctolagus)

(a)  

29.

Benoem de soort symmetrie van dit dier

(a)  

30.

Tot welke stam/afdeling behoren de kwallen?

(a)  

31.

Tot welke stam/afdeling behoren (zee)slakken?

(a)  

32.

Tot welke stam horen de spinnen?

(a)  

33.

Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

soort - geslacht - familie - orde - klasse - afdeling - rijk

b)

geslacht - soort - orde - familie - klasse - afdeling - rijk

c)


geslacht - soort - familie - orde - klasse - afdeling - rijk

d)

soort - geslacht - orde - familie - klasse - afdeling - rijk

34.

In de afbeelding zie je een dier. Tot welk rijk, welke afdeling en welke klasse behoort dit organisme?

a)

Rijk: dieren, Afdeling: geleedpotigen en Klasse: insecten

b)

Rijk: dieren, Afdeling: gewervelden en Klasse: zoogdieren

c)

Rijk: dieren, Afdeling: gewervelden en Klasse: insecten

d)

Rijk: dieren, Afdeling: geleedpotigen en Klasse: kreeftachtigen

35.


Bekijk het dier op de foto:

Tot welke groep gewervelde dieren behoort dit dier ?

a)

Vissen

b)

Reptielen

c)

Amfibieën

d)

Zoogdieren

36.

Welk dier is niet-symmetrisch?

a)

Kwal

b)

Slak

c)

Spons

d)

Zee-egel

37.

In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?

a)

Inwendig skelet

b)

Uitwendig skelet

c)

Geen skelet

38.

Waar of niet waar? Een wants (zie het plaatje) is tweezijdig symmetrisch.

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam is de soortaanduiding.

a)

Waar

b)

Niet waar