wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stevigheid en beweging 1 tm 3

Total questions: 35

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Welk type beenverbinding is zeer beweeglijk?
a)
Kraakbeenverbinding
b)
Gewrichten
c)
Naadverbinding
d)
Vergroeiing
2.
Welk type beenverbinding is hier afgebeeld?
a)
Gewricht
b)
Kraakbeenverbinding
c)
Vergroeiing
d)
Naadverbinding
3.
Met welke type beenverbinding zijn de wervels met elkaar verbonden?
a)
Gewrichten
b)
Kraakbeen
c)
Scharniergewricht
4.
Bevatten de botten van een baby (in verhouding) meer lijmstof of kalkstof?
a)
Lijmstof
b)
Kalkstof
5.

Juist of onjuist: een ander woord voor botten is beenderen

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Welk bot hoort niet bij het been?

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Scheenbeen

d)

Kuitbeen

7.

Wat is een ander woord voor ruggengraat?

a)

Wervelkolom

b)

Lendenwervel

c)

Halswervel

d)

Borstwervel

8.

Welke functie van het skelet zorgt ervoor dat je niet in elkaar zakt?

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Vorm

9.

Welk orgaan wordt beschermt door het skelet?

a)

Darmen

b)

Maag

c)

Longen

d)

Luchtpijp

10.

Welke beenverbinding zit er tussen de ribben en de borstkas?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

11.

Welke beenverbinding zit er tussen de schedelbeenderen

a)

Kraakbeen

b)

Vergroeiiing

c)

Naadverbinding

d)

Gewricht

12.

Wat betekent nummer 4?

a)

Borstwervels

b)

Lendenwervels

c)

Heiligbeen

d)

Staartbeen

13.

Waaruit bestaat de wervelkolom?

a)

Wervels, heiligbeen en staartbeen

b)

Wervels

c)

Staartbeen en heiligbeen

d)

Wervels en staartbeen

14.

Uit welke stof(fen) bestaan botten?

a)

Kalk

b)

Hoornstof

c)

Kalk en Hoornstof

d)

Lijmstof en Kalk

15.

Hoe zijn de botten van ouderen opgebouwd?

a)

Veel lijmstof en veel kalk

b)

Weinig lijmstof en veel kalk

c)

Veel hoornstof en weinig kalk

d)

Weinig lijmstof en veel hoornstof.

16.
Met welk nummer wordt het borstbeen aangegeven?
a)
Nummer 3
b)
Nummer 4
c)
Nummer 5
d)
Nummer 6
17.
Het kuitbeen wordt aangegeven met nummer
a)
Nummer 13
b)
Nummer 14
c)
Nummer 15
18.
Nummer 2 is de?
a)
gewrichtskogel
b)
gewrichtskom
c)
gewrichtssmeer
d)
kraakbeenlaagje
19.
Welk onderdeel zorgt voor bescherming tegen slijtage?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
20.
Welk soort verbinding zie je op het plaatje? 
a)
rolgewricht
b)
scharniergewricht
c)
kogelgewricht
d)
zadelgewricht
21.
Bij welk type gewricht is beweging in verschillende richtingen mogelijk?
a)
kogelgewricht
b)
schaniergewricht
22.
welke organen worden door de de ribbenkast beschermt?
a)
hart
b)
longen
c)
hart en longen
23.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
24.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 2?
a)
Spaakbeen
b)
Schouderblad
c)
Borstbeen
d)
Wandbeen
25.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 10?
a)
Scheenbeen
b)
Knieschijf
c)
Scheenbeen
d)
Opperarmbeen
26.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 11?
a)
Heiligbeen
b)
Staartbeen
c)
Heupbeen
d)
Bekken
27.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 3?
a)
Heiligbeen
b)
Halswervel
c)
Ribben
d)
Borstbeen
28.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 6?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
29.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 5?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
30.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 14?
a)
Ellepijp
b)
Sleutelbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
31.

In het onderste deel van het been zitten 2 botten. Welke is het dunste?

a)

Kuitbeen

b)

Scheenbeen

32.

kraakbeen bevindt zich niet in

a)

oren

b)

ogen

c)

neus

d)

mond

33.

welk bot zit niet in je arm

a)

kuitbeen

b)

spaakbeen

c)

ellepijp

d)

opperarm been

34.
Op welke manier maakt je skelet beweging mogelijk?
a)
Doordat de botten langs elkaar schrapen als je sport
b)
Doordat je spieren aan de botten vastzitten 
c)
Doordat je botten veel energie bevatten
d)
Doordat je skelet bestaat uit kraakbeen en kraakbeen is beweeglijk
35.
De dubbele S-vorm zorgt voor
a)
Stevigheid
b)
Het opvangen van schokken
c)
Het beknellen van zenuwen
d)
Snellere beweging