wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H8 je lichaam werkt

Total questions: 34

Worksheet time: 46mins

Name
Class
Date
1.

De juiste volgorde van klein naar groot is...

a)

Cel --> Weefsel --> Orgaan --> Orgaanstelsel --> Organisme

b)

Organisme --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Weefsel --> Cel

c)

Cel --> Orgaan --> Weefsel --> Organisme --> Orgaanstelsel

d)

Weefsel --> Cel --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Organisme

2.

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie is een...

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Orgaanstelsel

3.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 10?

a)

Maag

b)

Nieren

c)

Blaas

d)

Lever

4.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
5.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dikke wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

6.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
7.

Slagaders pompen het bloed van het hart naar organen. Vervoerd de longslagader zuurstofarm of zuurstofrijk bloed?

a)

Zuurstofarm

b)

Zuurstofrijk

8.

Welk organel zorgt in de cel voor de energievoorziening?

a)

ribosoom

b)

mitochondrium

c)

endoplasmatisch reticulum

d)

golgi systeem

9.

Van welk bloedvat is de wand het dunst?

a)

Slagader

b)

Ader

c)

Haarvat

10.

Bloedvat B brengt het bloed

a)

Van het hart naar een orgaan toe

b)

Van een orgaan naar het hart toe

11.

Het bloed in bloedvat C heeft

a)

Een hoge bloeddruk

b)

Een lage bloeddruk

12.

Was is de naam van bloedvat 6?

a)

Darmslagader

b)

Poortader

c)

Darmader

13.

Welke kleppen gaan open als het bloed vanuit de boezems de kamers instroomt?

(a)  

14.

Van welk bloedvat is de wand het dunst?

a)

Slagader

b)

Ader

c)

Haarvat

15.

Bloedvat B brengt het bloed

a)

Van het hart naar een orgaan toe

b)

Van een orgaan naar het hart toe

16.

Het bloed in bloedvat C heeft

a)

Een hoge bloeddruk

b)

Een lage bloeddruk

17.

Was is de naam van bloedvat 6?

a)

Darmslagader

b)

Poortader

c)

Darmader

18.

In de haarvaten van de longen wordt zuurstof opgenomen in het bloed. Bij welke bloedsomloop horen de haarvaten van de longen?

a)

Grote bloedsomloop

b)

Kleine bloedsomloop

c)

Grote en kleine bloedsomloop

19.
Via de armslagaders komt er bloed in je armen en handen. Bij welke bloedsomloop horen de armslagaders? 
a)
Grote bloedsomloop
b)
Kleine bloedsomloop
c)
Grote en kleine bloedsomloop
20.

Het bloed stroomt van een kuitspier via de longen weer terug naar dezelfde kuitspier. Het bloed gaat daarbij minstens tweemaal door het hart. De weg die het bloed hierbij door het hart aflegt is achtereenvolgens:

a)

Linkerkamer - linkerboezem - rechterkamer - rechterboezem

b)

Linkerboezem - linkerkamer - rechterboezem - rechterkamer

c)

Rechterkamer - rechterboezem - linkerkamer - linkerboezem

d)

Rechterboezem - rechterkamer - linkerboezem - linkerkamer

21.
Een hartslag gaat in 3 stappen
a)
1. Boezems trekken samen
2. Kamers trekken samen
3. Hartpauze
b)
1. Boezems trekken samen
2. Hartpauze
3. Kamers trekken samen
c)
1. Hartpauze
2. Boezems trekken samen
3. Kamers trekken samen
d)
1. Hartpauze
2. Kamers trekken samen
3. Boezemstrekken samen
22.

Stelling: 'Het bloed in de slagaders stroomt snel en de bloeddruk is hoog.'

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Wat is de naam van het bloedvat die zuurstofrijk bloed naar de lever bracht?

(a)  

24.

In de aders stroomt je bloed...

a)

Snel en de bloeddruk is hoog

b)

Snel en de bloeddruk is laag

c)

Langzaam en de bloeddruk is hoog

d)

Langzaam en de bloeddruk is laag

25.

Wat is de naam van bloedvat 2?

(a)  

26.

Het bloed stroomt van een kuitspier via de longen weer terug naar dezelfde kuitspier. Het bloed gaat daarbij minstens tweemaal door het hart. De weg die het bloed hierbij door het hart aflegt is achtereenvolgens:

a)

Linkerkamer - linkerboezem - rechterkamer - rechterboezem

b)

Linkerboezem - linkerkamer - rechterboezem - rechterkamer

c)

Rechterkamer - rechterboezem - linkerkamer - linkerboezem

d)

Rechterboezem - rechterkamer - linkerboezem - linkerkamer

27.
Een hartslag gaat in 3 stappen
a)
1. Boezems trekken samen
2. Kamers trekken samen
3. Hartpauze
b)
1. Boezems trekken samen
2. Hartpauze
3. Kamers trekken samen
c)
1. Hartpauze
2. Boezems trekken samen
3. Kamers trekken samen
d)
1. Hartpauze
2. Kamers trekken samen
3. Boezemstrekken samen
28.

In de aders stroomt je bloed...

a)

Snel en de bloeddruk is hoog

b)

Snel en de bloeddruk is laag

c)

Langzaam en de bloeddruk is hoog

d)

Langzaam en de bloeddruk is laag

29.

Geeft zuurstof af aan alle organen

a)

kleine bloedsomloop

b)

grote bloedsomloop

30.

Koolstofdioxide wordt door het bloed afgevoerd naar de longen. Welk deel van het bloed vervoert koolstofdioxide?

a)

bloedplaatjes

b)

Bloedplasma

c)

Fibrinogeen

d)

witte bloedcellen

31.

Welke bloeddeeltjes spelen een belangrijke rol bij de bestrijding van ziekteverwekkers?

a)

rode bloedcellen

b)

bloedplaatjes

c)

witte bloedcellen

d)

hemoglobine

32.

Welk bestanddeel van het bloed is verantwoordelijk voor de stolling van het bloed?

a)

witte bloedcellen

b)

rode bloedcellen

c)

bloedplaatjes

d)

mineralen

33.

Wat is het grootste bloedvat van ons lichaam?

a)

aorta

b)

longslagader

c)

poortader

d)

borstbuis

34.

wanneer bloedplasma uit een haarvat lekt heet het

a)

bloedplasma

b)

weefselvloeistof

c)

lymfe

d)

rode bloedcellen