WorksheetsFormatieve toets BS 3.1 'bloed' klas 2
Total questions: 42
Worksheet time: 21mins
Een atleet uit Nederland traint enkele maanden in het hooggebergte. Hierna blijkt hij in Nederland tot een grotere prestatie te komen.
Welke verandering in het bloed zal mede tot deze grotere prestatie geleid hebben?
een groter aantal witte bloedcellen
een groter aantal rode bloedcellen
een groter aantal bloedplaatjes
een grotere hoeveelheid bloedplasma
Bij iemand komt een afwijking van de bloedplaatjes voor, waardoor deze hun inhoud niet kunnen afgegeven.
Wat kan daarvan het gevolg zijn?
het bloed stolt te snel
het bloed kan niet stollen
het bloed kan geen zuurstof vervoeren
het bloed kan een virus niet meer aanvallen
De bindingskracht tussen hemoglobine en koolmonoxide is groter dan die tussen hemoglobine en zuurstof.
Verschijnselen van koolmonoxidevergiftiging worden dan ook veroorzaakt doordat
koolmonoxide aan de cellen wordt afgegeven
veel rode bloedcellen geen zuurstof meer kunnen binden
zuurstof nu gebonden blijft aan de hemoglobine
er nu veel kooldioxide vrijkomt
De tekening stelt twee typen bloedcellen in een haarvat voor. In welke van de genummerde cellen bevindt zich hemoglobine? Bij welk proces heeft hemoglobine een functie?
1 / bij het stollen van bloed
1 / vervoer van zuurstof
2 / bij het stollen van bloed
2 / vervoer van zuurstof
Rode bloedcellen kunnen zuurstof en koolstofdioxide vervoeren
juist
onjuist
Ijzer is een belangrijke stof in hemoglobine
Ja, bij bloedarmoede heb je ijzertekort
Nee, dat doet een andere stof
Je bloed vervoert afvalstoffen
Ja, van de cellen zodat ze door organen met een uitscheidende functie worden uitgescheiden
Nee, cellen breken afvalstoffen meteen af
Wat vind je niet in bloedplasma
bacteriën
water
eiwitten
glucose
bloeddeeltjes
Bloed bestaat uit
45% bloedplasma + 50% rode, witte bloedcellen en bloedplaatjes + 2 % opgeloste stoffen
55% bloedplasma + 45% rode en witte bloedcellen
91% water + 7% plasma-eiwitten en 2% opgeloste stoffen
45% rode, witte bloedcellen en bloedplaatjes + 55% bloedplasma
7% plasma-eiwitten, 2% opgeloste stoffen, 55 % witte bloedcellen en 45% rode bloedcellen
Bloedplasma bestaat uit (a) water (b) plasma-eiwitten en (c) opgeloste stoffen. Welle percentages komen bij a, b en c te staan?
a=2% , b=91% , c=7%
a=91% , b=7% , c=2%
a=2% , b=7% , c=91%
a=91% , b=2% , c=7%
Deze cellen bevatten hemoglobine
rode bloedcellen
witte bloedcellen
bloedplaatjes
lichaamscellen
Eiwitten in het bloedplasma noemen we
bloed-eiwitten
rode-eiwitten
plasma-eiwitten
bloedplaatjes
Dit eiwit heeft een functie bij het stollen van bloed
fibrinogeen
hemoglobine
trombose
stollings-eiwit
Witte bloedcellen
vervoeren zuurstof
vervoeren koolstofdioxide
hebben geen vaste vorm
spelen een rol bij de stolling van bloed
Wie heeft er een celkern?
rode bloedcel
witte bloedcel
bloedplaatje
Een bloedprop in een bloedvat noemen we een
bloedprop
trombone
bloedstolsel
trombose
De kleur van rode bloedcellen wordt veroorzaakt door
(a)
Dit zorgt ervoor dat de rode bloedcellen makkelijker … kunnen vervoeren.
(a)
Bloedplaatjes zijn geen cellen, maar
(a)
Doordat ze geen cellen zijn, is het logisch dat ze geen … hebben (net als rode bloedcellen).
(a)
Bloedplaatjes spelen een rol bij de
(a)
Witte bloedcellen spelen een grote rol bij
(a)
In tegenstelling tot rode bloedcellen, hebben witte bloedcellen wel een...
(a)
Wat is waar?
Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn!
Rode bloedcellen kunnen door de wand van kleine bloedvaten heen.
Bloedplaatjes zijn hele cellen.
Bloedplasma kan koolstofdioxide vervoeren.
Witte bloedcellen kunnen bacteriën insluiten.
Hoeveel liter bloed heeft een volwassene?
5-6 liter
2-3 liter
4-5 liter
1-2 liter
Waaruit bestaat bloedplasma voor het grootste deel?
Hormonen
Antistoffen
Eiwitten
Water
Welke onderdelen van het bloed vind je terug in een korstje van een bloedstolsel?
Rode bloedcellen en bloedplaatjes
Witte bloedcellen en bloedplaatjes
Bloedplaatjes en bloedplasma
Rode bloedcellen en bloedplasma
