wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bewegen

Total questions: 35

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.
Op welke manier maakt je skelet beweging mogelijk?
a)
Doordat de botten langs elkaar schrapen als je sport
b)
Doordat je spieren aan de botten vastzitten 
c)
Doordat je botten veel energie bevatten
d)
Doordat je skelet bestaat uit kraakbeen en kraakbeen is beweeglijk
2.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
3.
de hersenen worden beschermt door de
a)
ribben
b)
schedelbeenderen
c)
scheenbeen
d)
sleutelbeen
4.

Wat is de naam van de botjes bij D?

a)

voetwortelbeentjes

b)

teenkootjes

c)

teentjes

d)

middenvoetsbeentjes

5.

Welke kleur hebben de lendenwervels ?

a)

bruin

b)

blauw

c)

geel

d)

groen

6.

Wat wordt er beschermd door onze borstkas?

a)

maag en nieren

b)

hersenen

c)

hart en longen

d)

darmen en maag

7.

Als je een stukje biefstuk eet dan eet je vooral...?

a)

Bot

b)

Kraakbeen

c)

Spier

d)

Huid

8.

Wat zijn antagonisten?

a)

Spieren met dezelfde werking

b)

Willekeurige spieren

c)

Onwillekeurige spieren

d)

Spieren met een tegenovergestelde werking

9.

Een voorbeeld van antagonisten zijn de biceps en de triceps

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Wat is de sterkste spier in het lichaam?

a)

Biceps

b)

Triceps

c)

Tong

d)

Pees

11.

Waardoor kunnen gewrichten makkelijk langs elkaar bewegen?

a)

Beenverbinding

b)

Gewrichtsbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Kraakbeen

12.

Bij lichaamsdeel komen de meeste blessures voor?

a)

Romp

b)

Been

c)

Hoofd

d)

Schouder

13.

Wat is een kneuzing?

a)

Een beschadigd bot

b)

Een gescheurde spier

c)

Beschadigde spiervezels en bloedvaten

d)

Een gescheurde kruisband

14.

Wat is een ontwrichting?

a)

Bij een ontwrichting zijn de gewrichtsbanden uitgerekt

b)

Bij een ontwrichting is de gewrichtskop uit de gewrichtskom geschoten

c)

Bij een ontwrichting heb je spierpijn

15.

Op welke twee manieren kan een arts een botbreuk behandelen?

a)

Zetten

b)

Opereren

c)

Intapen

d)

Niets doen

16.

Bij een voetbalknie is de meniscus gescheurd.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.
Welk van de volgende blessures is geen gewrichtsblessure?
a)
Ontwrichting
b)
Verstuiking
c)
Knieblessure
d)
Kneuzing
18.

Tijdens cooling down

a)

Worden je spieren warm

b)

Gaan de afvalstoffen uit je spieren

c)

Krijg je spierpijn

19.

Als je op een goede manier wil tillen moet je je rug:

a)

Bol houden

b)

Recht houden

c)

Hol houden

d)

Hol en bol houden

20.

Spieren zitten met (a)   vast aan de botten

21.

De grootste spier in je lichaam is de

a)

bilspier

b)

biceps

c)

rugspier

d)

kuitspier

22.

Als je sport, dan kun je daarna wel eens spierpijn krijgen. Wat gebeurt er in je spier als je spierpijn hebt?

a)

je spier is binnenin gescheurd, dat doet pijn

b)

er zitten veel afvalstoffen in je spieren

c)

er zit teveel bloed in je spieren door de inspanning

d)

er is een tekort aan glucose in de spieren

23.

Wat is de goede volgorde van klein naar groot?

a)

spiervezel - spier - spierbundel

b)

spier - spierbundel - spiervezel

c)

spiervezel - spierbundel - spier

d)

spierbundel - spier - spiervezel

24.

Welke 3 onderdelen werken samen bij het bewegen?

a)

Botten, je rug, het hart

b)

Botten, spieren en gewrichten

c)

Kraakbeen, knieschijf en meniscus

d)

Zenuwen, botten en spieren

25.

Skeletspieren zijn ...

a)

... spieren die bij samentrekken ook botten laten bewegen

b)

... spieren die belangrijker zijn dan je botten

c)

... alle spieren in je lichaam

26.

Je wervelkolom bestaat uit drie soorten wervels:

a)

Halswervels, borstwervels en lendenwervels

b)

Kraakbeen, spieren en gewrichten

c)

Halswervels, nekwervels en kraakbeen

d)

dubbele S-vorm, heiligbeen en staartbeen

27.

Op de afbeelding zie je een voorbeeld van een ...

a)

Kogelgewricht

b)

Rolgewricht

c)

Scharniergewricht

28.

Op de volgende plek in je lichaam kun je een rolgewricht vinden:

a)

Bij de ellepijp en het spaakbeen

b)

Bij het scheenbeen en knieschijf

c)

Bij het scheenbeen en kuitbeen

d)

Bij het schouderblad en sleutelbeen

29.

Hoe zitten deze botten aan elkaar vast?

a)

Naad

b)

Vergroeid

c)

Kraakbeen

d)

Gewricht

30.

Hoe heet nummer 4?

a)

gewrichtskom

b)

gewrichtskop

c)

kraakbeen

d)

gewrichtskapsel

31.

Wat voor verbinding zie je bij de schedeldelen?

a)

naad

b)

gewricht

c)

vergroeid

d)

kraakbeen

32.

Botten die verbonden zijn met kraakbeen kunnen...

a)

niet bewegen ten opzichte van elkaar

b)

een beetje bewegen ten opzichte van elkaar

c)

veel bewegen ten opzichte van elkaar

33.

Welke verbinding zit er tussen je ribben en je borstbeen?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Naad

d)

Vergroeid

34.
Welk type gewricht zit tussen schouderblad en opperarmbeen?
a)
kogelgewricht
b)
schaniergewricht
35.

Welk weefsel zie je op het plaatje?

a)

Beenweefsel

b)

Kraakbeenweefsel