wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets alle basisstoffen Thema 1

Total questions: 25

Worksheet time: 2hrs 52mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de brandstof die het meest gebruikt wordt in onze cellen?

4 lines
2.

Bij verbranding in cellen komen afvalstoffen vrij. Welke twee?

a)

Zuurstof en water

b)

Koolstofdioxide en water

c)

Glucose en zuurstof

d)

Water en glucose

3.

Welke uitspraak klopt over energie uit verbranding?

a)

Energie ontstaat uit niets

b)

Energie komt vrij bij de afbraak van glucose

c)

Energie wordt gemaakt door zuurstof

d)

Energie verdwijnt

4.

Waar vindt de verbranding in een cel plaats?

a)

In de celkern

b)

In de mitochondriën

c)

In het cytoplasma

d)

In het celmembraan

5.

Wat gebeurt er met je ademfrequentie tijdens inspanning?

a)

Die blijft gelijk

b)

Die wordt lager

c)

Die wordt hoger

d)

Die verdwijnt

6.

Welke van de volgende is GEEN functie van de neusholte bij ademhaling?

a)

Lucht verwarmen

b)

Lucht bevochtigen

c)

Lucht filteren

d)

Zuurstof produceren

7.

Ingeademde lucht bevat meer … dan uitgeademde lucht.

a)

Zuurstof

b)

Koolstofdioxide

c)

Stikstof

d)

Waterdamp

8.

Welke spieren zorgen bij inademing voor vergroten van de borstholte?

a)

Buikspieren en tussenribspieren

b)

Tussenribspieren en middenrif

c)

Rugspieren en middenrif

d)

Schouderspieren en tussenribspieren

9.

Wat gebeurt er bij hyperventilatie?

a)

Te veel zuurstof in bloed

b)

Te veel koolstofdioxide in je bloed

c)

Te weinig zuurstof in bloed

d)

Te weinig koolstofdioxide in bloed

10.

Welke van deze dieren haalt GEEN zuurstof uit de lucht met longen?

a)

Hond

b)

Dolfijn

c)

Kikkervisje

d)

Muis

11.

Zet de volgende onderdelen in juiste volgorde van groot naar klein:

Luchtpijp

Longblaasje

Bronchiolen

Long

Bronchiën

4 lines
12.

Beschrijf hoe gaswisseling plaatsvindt in de longblaasjes.

4 lines
13.

Wat is het verschil tussen verbranding bij mensen en verbranding van bijvoorbeeld hout in een kachel?

4 lines
14.

Noem twee manieren waarop je lichaam warmte kwijtraakt.

4 lines
15.

Een sporter merkt dat hij buiten adem raakt. Leg met behulp van het begrip zuurstofschuld uit waarom dit gebeurt.

4 lines
16.

Een kaars wordt onder een stolp gezet. Leg uit waarom de kaars na enige tijd dooft en leg de relatie met celverbranding uit.

4 lines
17.

Bij een proef meet een leerling dat in ingeademde lucht 21% zuurstof zit en in uitgeademde lucht 17%. Leg uit wat met die 4% zuurstof gebeurt.

4 lines
18.

Een vis leeft in water. Leg uit hoe de kieuwen werken en waarom vissen niet op het land kunnen ademhalen.

4 lines
19.

Een koolmees is een warmbloedig dier en een ringslang is koudbloedig. In de winter leeft de koolmees actief, terwijl de ringslang stil blijft liggen.

Vraag:
Leg uit waarom de koolmees in de winter actief kan blijven en de ringslang niet. Gebruik het begrip verbranding in je uitleg.

4 lines
20.

Waarom heeft een verstopt blaasgat grotere gevolgen voor een dolfijn dan een verstopte neus voor een mens?

a)

Omdat een dolfijn niet via de mond kan ademhalen

b)

Omdat een dolfijn maar een blaasgat heeft

c)

Omdat een dolfijn het blaasgat afsluit bij het duiken

d)

Omdat een dolfijn dan niet meer kan eten

21.

In het voorjaar vliegen vogels af en aan om hun jongen te voeren. Dit kost veel energie.

Vraag: Wat gebeurt er in de vliegspieren van vogels tijdens het vliegen?

a)

Alleen water ontstaat

b)

Zowel water als warmte ontstaan

c)

Alleen warmte ontstaat

d)

Geen van beide ontstaat

22.

Noem twee onderdelen van het ademhalingsstelsel die een mens wel heeft en een dolfijn niet. Leg uit waarom deze belangrijk zijn voor de mens.

4 lines
23.

Een amoebe haalt adem via het celmembraan

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

25.

Twee uitspraken:

Marlon zegt: Verbranding vindt plaats in elke cel van je lichaam

Gerard zegt: Verbranding vindt niet continu plaats in het lichaam.

Wie heeft er gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Marlon heeft gelijk

c)

Gerard heeft gelijk

d)

Beide ongelijk