Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3K - Algemene quiz NE

Total questions: 40

Worksheet time: 1hrs 20mins

Name
Class
Date
1.

Vul het goed gespelde woord in: (vinden) Marlou ........ tennis geen leuke sport.

a)

vind

b)

vindt

c)

vinden

2.

Vul het goed gespelde woord in: (arresteren) De Mobiele Eenheid .... de crimineel in zijn eigen huis.

a)

arresteer

b)

arresteerd

c)

arresteert

d)

arresteerdt

3.

Vul het goed gespelde woord in: (gebeuren) Wat is er hier ....?

a)

gebeurd

b)

gebeurt

c)

gebeuren

d)

gebeurdt

4.

Vul het goed gespelde woord in: (skaten) Miro ..... iedere week met zijn vrienden.

a)

skate

b)

skatet

c)

skaten

5.

Vul het goed gespelde woord in: (verraden) Wessel ....... mijn verstopplek.

a)

verrade

b)

verraadde

c)

verraadden

6.

Vul het goed gespelde woord in: (beloven) Alle leerlingen ...... hun best te doen.

a)

beloofden

b)

beloofde

c)

belovde

d)

beloovde

7.

Vul het goed gespelde woord in: (inchecken) In dit hotel ...... vorige maand nog een beroemde voetballer in.

a)

checkt

b)

checkten

c)

checkte

d)

checktte

8.

Vul het goed gespelde woord in: (frustreren) Het kindje leek ..... toen het niet lukte.

a)

gefrustreerd

b)

gefrustreert

c)

gefrustreerdt

9.

Vul het goed gespelde woord in: (telefoneren) Ivo ..... al een uur met zijn vriendin.

a)

telefoneerd

b)

telefoneert

c)

telefoneerdt

10.

Vul het goed gespelde woord in: (praten) Mevrouw, u ...... veel te lang deze les.

a)

prate

b)

praatten

c)

praatte

11.

Jou of jouw? Ik zie ........ vader in de auto zitten.

a)

jou

b)

jouw

12.

u of uw? ......... bent mooi op tijd vandaag.

a)

u

b)

uw

13.

jou of jouw? Vraag ik ........ iets?

a)

jou

b)

jouw

14.

u of uw? Kom maar, dan hang ik ......... jas op.

a)

u

b)

uw

15.

u of uw? Wat is .......... postcode?

a)

u

b)

uw

16.

jou of jouw? Is dit ............. telefoon?

a)

jou

b)

jouw

17.

als of dan? Hij is groter .......... ik.

a)

dan

b)

als

18.

als of dan? Ik vind dit even leuk ......... gamen.

a)

als

b)

dan

19.

als of dan? Dit werkt beter ..... gewoon zitten wachten.

a)

als

b)

dan

20.

als of dan? Mijn kamer is schoner .... die van jou!

a)

als

b)

dan

21.

als of dan? Janne was even enthousiast ..... Femke over de film.

a)

als

b)

dan

22.

Welk signaalwoord hoort bij een opsomming?

a)

maar

b)

terwijl

c)

ook

d)

want

23.

Welk signaalwoord hoort bij een opsomming?

a)

ten tweede

b)

doordat

c)

hoewel

d)

toen

24.

Welk signaalwoord hoort bij een tegenstelling?

a)

ook

b)

verder

c)

maar

d)

omdat

25.

Welk signaalwoord hoort bij een tegenstelling?

a)

hoewel

b)

en

c)

tevens

d)

wellicht

26.

Welk signaalwoord hoort bij een oorzaak-gevolg?

a)

daardoor

b)

maar

c)

in tegenstelling tot

d)

waar

27.

Welk signaalwoord hoort bij een oorzaak-gevolg?

a)

tot slot

b)

toch

c)

waardoor

d)

regelmatig

28.

Welk woord is een signaalwoord? Omdat het regende, ging ik naar binnen.

a)

ging

b)

regende

c)

omdat

d)

naar

29.

Welk woord is een signaalwoord? Je moet ten eerste goed voorbereid zijn.

a)

moet

b)

ten eerste

c)

voorbereid

30.

Welk woord is een signaalwoord? Dit is tevens een handige tip voor alle kijkers.

a)

handige

b)

tevens

c)

tip

d)

kijkers

31.

Wat gebeurt er meestal NIET in de inleiding?

a)

een mening geven

b)

alvast belangrijke informatie geven

c)

een reden geven waarom je de tekst schrijft

d)

een conclusie trekken

32.

Wat gebeurt er meestal NIET in de inleiding?

a)

de opbouw van de tekst geven

b)

een advies geven

c)

een voorbeeld geven

d)

de belangrijkste informatie geven.

33.

Wat gebeurt er meestal NIET in het slot?

a)

een samenvatting geven

b)

een advies geven

c)

een conclusie trekken

d)

een voorbeeld geven

34.

Wat gebeurt er meestal NIET in het slot?

a)

een reden geven waarom je de tekst schrijft

b)

een advies geven

c)

een conclusie geven

d)

een samenvatting geven

35.

Wat is fictie?

a)

iets dat echt gebeurd is

b)

iets dat verzonnen is

c)

iets dat nooit echt kan gebeuren

36.

Wat is non-fictie?

a)

iets dat verzonnen is

b)

iets dat echt gebeurd is

c)

iets dat nooit echt gebeurd kan zijn

37.

Wat is fictie?

a)

een nieuwsbericht

b)

een verslag van een voetbalwedstrijd

c)

een speelfilm

d)

een biografie over het leven van Max Verstappen

38.

Wat is non-fictie?

a)

een recensie van een game

b)

een toneelstuk

c)

een leesboek van Carry Slee

d)

een film met Ronnie Flex in de hoofdrol

39.

Wat is juist? Hij .... graag pannenkoeken.

a)

wil

b)

wilt

c)

wildt

40.

Wat is juist? Jij .... altijd gelijk hebben.

a)

wil

b)

wilt

c)

wildt