wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ned. Hoofdstuk 4

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

"Dit gaat mij niet lukken, ik haak af." Wat betekent afhaken?

4 lines
2.

We kregen gelukkig een goede instructie. Wat betekent instructie?

4 lines
3.

"Waarom zit je zo te schamperen over die auto?" Wat betekent schamperen?

4 lines
4.

Hij zal het er niet bij laten zitten! Wat betekent: erbij laten zitten?

4 lines
5.

Ze hebben geregeld mensen over de vloer. Wat wordt bedoeld met 'geregeld'?

4 lines
6.

Wil de schrijver van een leesboek informeren of amuseren?

a)

informeren

b)

amuseren

7.

Wil de schrijver van een nieuwsbericht informeren of amuseren?

a)

informeren

b)

amuseren

8.

Geef een voorbeeld van een instructie.

4 lines
9.

Wat zijn telwoorden? Geef een voorbeeld.

4 lines
10.

Geef aan welke woorden telwoorden zijn

a)

één

b)

beste

c)

laatste

d)

tweede

e)

vijftien

11.

Wat is het verkleinwoord voor agenda?

(a)  

12.

Wat is het verkleinwoord voor wandelpad?

(a)  

13.

Wat is het voltooid deelwoord van: bewonen

(a)  

14.

Wat is het voltooid deelwoord van verzinnen?

(a)  

15.

Wat is het voltooid deelwoord van struikelen?

(a)  

16.

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

4 lines
17.

Selecteer de bijvoeglijk naamwoorden.

a)

kleine

b)

man

c)

auto

d)

vier

e)

de

18.

De grote jongen past niet in de bureaustoel. Wat is het bijvoeglijk naamwoord in deze zin?

a)

de

b)

grote

c)

jongen

d)

bureaustoel

e)

past

19.

Wat zijn voorzetsels?

4 lines
20.

Selecteer de voorzetsels.

a)

in

b)

naast

c)

tijdens

d)

het

e)

achter