Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

bloemen, bestuiving, bevruchting

Total questions: 44

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

De kroonbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

2.

De kelkbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

3.

De stamper heeft nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

4.

Nummer 2 LINKS is hetzelfde als nummer

a)

8 RECHTS

b)

2 RECHTS

c)

5 RECHTS

d)

4 RECHTS

5.

Wat mist op dit plaatje?

a)

Een stamper

b)

Meeldraden

c)

Kroonbladeren

6.

Wat is waar, kijk even naar die mooie paarse bloembladeren...

a)

De kroonbladeren zijn om insecten te lokken, de kelkbladeren om de bloem te beschermen

b)

De kroonbladeren zijn om de bloem te beschermen, de kelkbladeren lokken insecten

c)

De kroonbladeren en de kelkbladeren lokken insekten

d)

De kelkbladeren en de kroonbladen zijn om de bloem te beschermen

7.

Bloemen gebruiken insecten voor bestuiving. Stuifmeel blijft aan een insect plakken en op een andere bloem komt het stuifmeel op de stamper. De eicellen in de stamper kunnen dan met het stuifmeel bevrucht worden. Wat is waar voor de bloem op het plaatje?

a)

De bloem maakt stuifmeel

b)

De bloem maakt geen stuifmeel

c)

Dat kan je aan dit plaatje niet zien

8.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

9.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

10.

Als de stamper van een appelbloem niet wordt bestoven

a)

Ontstaat een appel zonder zaden

b)

Ontstaat een appel met zaden

c)

Ontstaat geen appel

11.
Welk kenmerk zie je WEL bij een windbloem?
a)
Nectar
b)
Gele kleur
c)
Veel stuifmeelkorrels
d)
Lange meeldraden
12.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
13.
Welk geslacht heeft deze bloem?
a)
Mannelijk
b)
Vrouwelijk
c)
Mannelijk en vrouwelijk
d)
Ongeslachtelijk
14.
Welke pijl stelt kruisbestuiving voor?
a)
Pijl 1
b)
Pijl 2
c)
Pijl 3
d)
Pijl 4
15.
Wat is een meeldraad??
a)
Vrouwelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
b)
Dit wordt later een zaad.
c)
Mannelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Bestuiving door insecten.
16.
Wat is zelfbestuiving?
a)
Stuifmeel gaat naar een bloem binnen dezelfde plant. 
b)
Stuifmeel gaat naar een bloem van een andere plant, van dezelfde soort.
c)
Buis die naar de eicel toegroeit.
d)
Het overbrengen van stuifmeel naar een bloem van dezelfde soort.
17.
Wat is een stamper?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan.
c)
Mannelijk voortplantingsorgaan.
d)
Bestuiving gebeurt door insecten.
18.

Wat kunnen insecten halen in de bloemen?

a)

Honing

b)

Nectar

19.

Met behulp van bloemen kunnen planten zich geslachtelijk voortplanten.


Welke volgorde is dan het meest volledig en juist?

a)

bestuiving - groei stuifmeelbuis - bevruchting - groei vrucht - zaadverspreiding - nieuwe plant

b)

bestuiving - groei stuifmeelbuis - zaadverspreiding - nieuwe plant

c)

groei stuifmeelbuis - bestuiving - groei vrucht - nieuwe plant

d)

bevruchting - bestuiving - groei vrucht - nieuwe plant

20.

Judith wil weten hoeveel pitjes er in een klokhuis van een appel zitten. Ze telt zes pitjes.

Hoeveel zaadbeginsels zaten er in de bloem voordat de appel begon te groeien?

En hoeveel stuifmeelkorrels hebben de eicellen in deze zaadbeginsels bevrucht?

a)

Eén zaadbeginsel en één stuifmeelkorrel.

b)

Eén zaadbeginsel en zes stuifmeelkorrels.

c)

Zes zaadbeginsels en één stuifmeelkorrel.

d)

Zes zaadbeginsels en zes stuifmeelkorrels.

21.
Een insectenbloem heeft meestal
a)
geen geur
b)
wel geur
22.
Een windbloem maakt
a)
geen nectar
b)
wel nectar
23.
Een vruchtbeginsel groeit uit tot een..... en een zaadbeginsel groeit uit tot een...?
a)
Vrucht, bloem
b)
Zaad, bloem
c)
Vrucht, zaad
d)
Bloem, Zaad
24.

Hoe heet onderdeel 1?

a)

meeldraad

b)

stuifmeelkorrel

c)

kern van de eicel

d)

stempel

25.

Hoe heet onderdeel 2?

a)

stempel

b)

stamper

c)

vruchtbeginsel

d)

zaadbeginsel

26.

Hoe heet onderdeel 3?

a)

vruchtbeginsel

b)

zaadbeginsel

c)

kroonblad

d)

stuifmeelbuis

27.

Hoe heet onderdeel 6?

a)

vruchtbeginsel

b)

zaadbeginsel

c)

eicel

d)

stuifmeelkorrel

28.

Hoe heet onderdeel 9?

a)

vruchtbeginsel

b)

zaadbeginsel

c)

kroonblad

d)

kelkblad

29.

Uit 1 hydra ontstaat nog een hydra in dit plaatje

a)

dit is een voorbeeld van ongeslachtelijke voortplanting

b)

dit is een voorbeeld van geslachtelijke voortplanting

30.

Bij welk type bloemen steken de helmknoppen en stempels vaak buiten de bloem uit?

a)

Bij insectenbloemen

b)

Bij windbloemen

31.

Nectar wordt gebruikt door insectenbloemen om insecten te lokken

a)

Juist

b)

Onjuist

32.

Dit is een..

a)

Windbloem

b)

Insectenbloem

33.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

34.

Op dit plaatje zie je..

a)

Wel bestuiving, geen bevruchting

b)

Wel bestuiving, wel bevruchting

c)

Geen bestuiving, Wel bevruchting

d)

Geen bestuiving, geen bevruchting

35.

Op welke manier verspreidt deze plant zijn zaden?

a)

Door de wind

b)

Door de plant zelf

c)

Door dieren

d)

Door het water

36.

In de afbeelding is met onderdeel 1 een deel van de sperzieboon aangegeven. Welk deel van de bloem was dit?

a)

Dit waren de kroonbladeren

b)

Dit waren de meeldraden

c)

Dit was de stamper

d)

Dit waren de kelkbladeren

37.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

38.
Wat is een kiem?
a)

Een jong plantje.

b)

Ander woord voor eicel

c)

De vrucht van een bloem

d)

Vrouwelijke deel van de bloem

39.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

40.

Als de stamper van een appelbloem niet wordt bestoven

a)

Ontstaat een appel zonder zaden

b)

Ontstaat een appel met zaden

c)

Ontstaat geen appel

41.

Dit is een voorbeeld van

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

c)

Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting

d)

geen voortplanting

42.

Dit is een voorbeeld van

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

c)

Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting

d)

Geen voortplanting

43.

Dit is een

a)

windbloem

b)

insectenbloem

c)

geen bloem

d)

kabloem

44.

Dit is een

a)

windbloem

b)

insectenbloem

c)

geen bloem

d)

kabloem