Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

voeding en vertering bs 1 en 2

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Wat is geen functie van een voedingsstof?
a)
Beschermen
b)
Bouwen
c)
Reserve
d)
Afbreken
2.
koolhydraat is een 
a)
voedingsmiddel
b)
voedingsstof
3.

Alle producten die je eet of drinkt noem je

a)

Voedingsproducten

b)

Voedsel

c)

Voedingsmiddelen

d)

Voedingsstoffen

4.

Welke zin over voedingsvezels is juist

a)

voedingsvezels kunnen niet worden verteerd

b)

Voedingsvezels zorgen voor energie

c)

Voedingsvezels zorgen voor bouwstoffen

d)

Voedingsvezels is een voedingstof

5.

In elk voedingsmiddel zitten...

a)

mineralen

b)

voedingsvezels

c)

Voedingsstoffen

d)

vetten

6.
Bouwstoffen leveren energie voor ons lichaam?
a)
juist
b)
onjuist
7.
Welke voedingsstof wordt vooral geleverd door de producten uit het plaatje?
a)
Vetten
b)
Mineralen
c)
Vitamines
d)
Voedingsvezels
8.
Welke voedingsstof wordt vooral geleverd door de producten uit het plaatje?
a)
Vetten
b)
Vitamines
c)
Koolhydraten
d)
Eiwitten
9.

Beschermende stoffen zorgen ervoor dat je niet ziek wordt.

a)
juist
b)
onjuist
10.

Welke voedingsmiddelen zijn beter voor de goede werking van de darmen?

a)

plantaardige

b)

dierlijke

11.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Bij welke temperaturen is dit enzym tijdelijk onwerkzaam?

a)

Alleen bij temperaturen onder de 10 graden

b)

Alleen bij temperaturen onder de 35 graden

c)

Alleen bij temperaturen boven de 50 graden

d)

zowel bij temperaturen onder de 10 graden als bij temperaturen boven de 50 graden.

12.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Wat is de optimumtemperatuur?

a)

10 graden

b)

35 graden

c)

50 graden

13.

In de afbeelding is het verband tussen de zuurgraad en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Wat is de optimum-pH voor dit enzym?

a)

pH van 0

b)

pH van 2

c)

pH van 3,5

14.

Drie methoden om voedselbederf door bacteriën en schimmels tegen te gaan, zijn invriezen, pasteuriseren en steriliseren.

Bij welke van deze methoden kan voedsel het langst houdbaar worden gemaakt?

a)

invriezen

b)

pasteuriseren

c)

steriliseren

15.

Bacteriën worden gebruikt bij de productie van:

a)

Kaas

b)

Brood

c)

Bier

d)

Wijn

16.
Schimmels worden gebruikt bij de productie van
a)
Yoghurt, Zuurkool
b)
Bier, Brood
17.
Conserveren is:
a)
Voedsel behandelen zodat schimmels en bacteriën doodgaan en goed kunnen groeien
b)
Voedsel behandelen zodat schimmels en bacteriën niet doodgaan en niet goed kunnen groeien
c)
Voedsel behandelen zodat schimmels en bacteriën doodgaan en niet goed kunnen groeien
18.
Manieren om voedsel te conserveren zijn
a)
vacuüm verpakken
b)
drogen
c)
steriliseren
d)
alle antwoorden zijn manieren van conserveren
19.
Bouwstoffen zijn nodig voor:
a)
Stoffen die cellen kunnen verbranden. Door verbranding komt energie vrij.
b)
Stoffen die je lichaam op kan slaan. Bijvoorbeeld koolhydraten en vetten
c)
Stoffen die zorgen dat je gezond blijft. Bijvoorbeeld mineralen en vitaminen
d)
Stoffen waar nieuwe cellen van worden gemaakt. Nieuwe cellen zijn nodig  bij het groeien en om oude cellen te vervangen.
20.
Reservestoffen zijn nodig voor:
a)
Stoffen die cellen kunnen verbranden. Door verbranding komt energie vrij.
b)
Stoffen die je lichaam op kan slaan. Bijvoorbeeld koolhydraten en vetten
c)
Stoffen die zorgen dat je gezond blijft. Bijvoorbeeld mineralen en vitaminen
d)
Stoffen waar nieuwe cellen van worden gemaakt. Nieuwe cellen zijn nodig  bij het groeien en om oude cellen te vervangen.