wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 2 basisstof 1 tot en met 8

Total questions: 50

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Een orgaan is:

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Een groep organismen bij elkaar

c)

Een groep organen bij elkaar met een eigen taak

d)

Een hart

2.

Een orgaanstelsel is:

a)

Een groep organen die samenwerken aan een taak.

b)

Een groep organen

c)

Een deel van een organismen met een eigen taak

d)

Een groep organismen die samenwerken

3.

Elk orgaan wordt aangegeven met nummer 2.

(a)  

4.

Elk orgaan wordt aangegeven met nummer 3.

(a)  

5.

Elk orgaan wordt aangegeven met nummer 4.

(a)  

6.

Elk orgaan wordt aangegeven met nummer 5.

(a)  

7.

Elk orgaan wordt aangegeven met nummer 7.

(a)  

8.

Elk orgaan wordt aangegeven met nummer 8.

(a)  

9.

Welk orgaan wordt aangegeven met nummer 20

(a)  

10.

Welk orgaanstelsel zie je hier?

(a)  

11.

Welk orgaanstelsel zie je hier?

(a)  

12.

Welk orgaanstelsel zie je hier?

(a)  

13.

Welk orgaan hoort niet bij het ademhalingsstelsel

a)

luchtpijp

b)

bronchie

c)

slokdarm

d)

long

14.

Welk orgaan hoort niet bij het verteringsstelsel

a)

lever

b)

maag

c)

slokdarm

d)

long

15.

Welk orgaan hoort niet bij het bloedvatenstelsel

a)

holle ader

b)

aorta

c)

hart

d)

long

16.

Wat is nummer 1?

a)

zijwortel

b)

hoofdwortel

c)

wortelharen

17.

Wat is nummer 2?

a)

zijwortel

b)

hoofdwortel

c)

wortelharen

18.

Wat is nummer 3?

a)

zijwortel

b)

hoofdwortel

c)

wortelharen

19.

Wat gebeurt er als de wortelharen kapot zijn?

a)

Neemt de plant geen water op en gaat hij dood.

b)

Neemt de plant water op en blijft hij leven

c)

Valt de plant om, want wortels zorgen ervoor dat de plant stevig staat

d)

Kan de plant geen reservevoedsel meer opslaan want de wortel is kapot

20.

Wat zijn functies van wortels

a)

Water en voedingsstoffen opnemen

b)

Reservevoedsel opslaan

c)

De plant vastzetten in de grond

d)

Voedsel maken door fotosynthese

21.

Wat is de functie van het blad?

(a)  

22.

Waarom zijn de wortels van de plant wit?

(a)  

23.

Een groepje vaten in een planten noemen we een

(a)  

24.

Hoe heet onderdeel 7.

(a)  

25.

Hoe heet onderdeel 8.

(a)  

26.

Hoe heet onderdeel 6.

(a)  

27.

Hoe heet onderdeel 5.

(a)  

28.

Hoe heet onderdeel 3.

(a)  

29.

Hoe heet onderdeel 2.

(a)  

30.

Mijn oculair vergroot 10 keer mijn objectief 40 keer wat is mijn totale vergroting

(a)  

31.

Mijn oculair vergroot 10 keer mijn objectief 5 keer wat is mijn totale vergroting

(a)  

32.

Wat zie je op de afbeelding? Dit is een (a)  

33.

Je ziet hier cellen van een ui, wat voor soort cel is dit?

(a)  

34.

Hoe heet de grote blauwe stip die je in de cel ziet?

(a)  

35.

Wat geeft nummer 1 aan?

(a)  

36.

Wat geeft nummer 2 aan?

(a)  

37.

Wat geeft nummer 3 aan?

(a)  

38.

Welk onderdeel regelt alles dat in de cel gebeurt?

a)

Celplasma

b)

Celkern

c)

Celmembraan

39.

Dit is een dikke vloeistof.

a)

Celplasma

b)

Celkern

c)

Celmembraan

40.

Dit is een vlies dat om de celplasma heen zit.

a)

Celplasma

b)

Celkern

c)

Celmembraan

41.

Wat wordt er aangegeven met nummer 1?

a)

Celwand

b)

Bladgroenkorrel

c)

Celkern

d)

Celplasma

42.

Wat wordt er aangegeven met nummer 2?

a)

Vacuole

b)

Bladgroenkorrel

c)

Celkern

d)

Celplasma

43.

Wat wordt er aangegeven met nummer 3?

a)

Vacuole

b)

Bladgroenkorrel

c)

Celkern

d)

Celwand

44.

Wat wordt er aangegeven met nummer 4?

a)

Celmembraan

b)

Bladgroenkorrel

c)

Celkern

d)

Celwand

45.

Wat wordt er aangegeven met nummer 5?

a)

Celmembraan

b)

Bladgroenkorrel

c)

Celkern

d)

Celwand

46.

Wat wordt er aangegeven met nummer 6?

a)

Celmembraan

b)

Celplasma

c)

Vacuole

d)

Celwand

47.

Wat zit niet in een dierlijke cel?

a)

Celwand

b)

Celmembraan

c)

Celkern

d)

Celplasma

48.

Wat zit niet in een plantaardige cel?

a)

Alles zit erin

b)

Celmembraan

c)

Celkern

d)

Celplasma

49.

Wat zit niet in een dierlijkecel?

a)

Alles zit erin

b)

Celmembraan

c)

Celkern

d)

Celplasma

50.

Deze cel deelt zich

a)

Dochtercel

b)

Zooncel

c)

Vadercel

d)

Moedercel